Huisarts helpt bij opbiechten geslachtsziekte aan bedpartner

De GGD probeert op allerlei manieren het bewustzijn over veilig vrijen te verhogen, zoals met deze knalroze 34 meter hoge luchtballon in de vorm van een condoom.
De GGD probeert op allerlei manieren het bewustzijn over veilig vrijen te verhogen, zoals met deze knalroze 34 meter hoge luchtballon in de vorm van een condoom. Foto Rob Voss

Binnenkort kunnen mensen met een seksueel overdraagbare aandoening (soa) hun (ex-)bedpartners anoniem op de hoogte stellen via de huisarts. Die verstrekt een speciale code waarmee sms’jes of e-mails zonder afzender verstuurd kunnen worden.

“Pas op, het wordt u aangeraden u te laten testen op chlamydia/gonorroe”, luidt het berichtje dat wordt verstuurd via de website Partnerwaarschuwing.nl. Sinds 1 januari zijn de voorwaarden voor een soa-consult bij de GGD strenger geworden, omdat Volksgezondheid een maximum aan de financiering heeft gesteld. De GGD mag alleen nog mensen onderzoeken met een ‘hoog risico’, zoals jongeren onder de 25 jaar, homoseksuele mannen of prostituees. Dat betekent dat meer huisartsen te maken krijgen met ‘soa-verdachten’.

Gemiddeld 3,6 partners per bericht

Met partnerwaarschuwing werd proefgedraaid door de GGD’s in Amsterdam en Rotterdam-Rijnmond. Een woordvoerder van de GGD in Rotterdam laat weten dat volgens een evaluatie een “substantiële groep” soa-patiënten bedpartners via de site heeft gewaarschuwd. Dat hadden ze naar eigen zeggen anders nagelaten. Gemiddeld worden 3,6 partners gewaarschuwd per bericht. 84 procent van de gebruikers laat een sms versturen, de rest kiest voor e-mail. Bijna 90 procent doet dit anoniem, dus niet onder de eigen naam. Huisarts Jan van Bergen, tevens voorzitter van de expertgroep seksuele gezondheid van het Nederlands Huisartsengenootschap: “Patiënten willen vaak vooral ex-partners niet waarschuwen, maar op deze manier wordt dat een stuk makkelijker.”

Bij circa 15 procent van de bezoekers van soa-poli’s wordt een geslachtsziekte ontdekt, bleek uit onderzoek van het RIVM in 2013.