Hoerenlopers als bondgenoten?

Ook bezoekers van prostituees moeten helpen de misstanden in de prostitutie uit te bannen. Maar hun mentaliteit valt tegen.

Aan de mentaliteit van veel klanten van prostituees kan nog veel verbeteren, blijkt uit een rapport van de GGD.
Aan de mentaliteit van veel klanten van prostituees kan nog veel verbeteren, blijkt uit een rapport van de GGD. Foto ANP

Al jarenlang probeert Amsterdam de gaten in de prostitutiewet te dichten. Formeel is prostitutie een beroep als alle andere sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000. Feitelijk is de branche nog altijd vervlochten met criminaliteit, of het nu gaat om mensenhandel, zwart geld, mishandeling of uitbuiting. Amsterdam heeft beleid gemaakt waarbij aan de exploitanten van bordelen een belangrijke rol werd toegekend. Zij moeten als kamerverhuurders kunnen verantwoorden dat de vrouwen die in hun panden achter de ramen werkten, geen slachtoffers zijn van uitbuitende of mishandelende pooiers, maar zelfstandige, onafhankelijke vrouwen.

Nou is er nog een partij die regelmatig in contact komt met prostituees. Dat zijn de klanten. Een landelijk voorstel om ook hen verantwoordelijk te maken voor het bestrijden van misstanden in de branche, strandde eerder in de Eerste Kamer.

Amsterdam doet een nieuwe poging om de klant tot bondgenoot te maken. Deze week verscheen de notitie In gesprek met de klant. De Amsterdamse GGD deed onderzoek onder 200 prostituees en 1.000 klanten. De conclusies geven weinig aanleiding tot optimisme over de betrokkenheid van de klanten. Het zijn er overigens volgens de GGD, tellend en schattend, 195.000 per jaar – evenveel als in het Frans Halsmuseum in een goed jaar.

Uit het onderzoek komen feiten die enig licht schijnen op de mentaliteit van de klant. Zoals het gegeven dat één op de acht niet alleen prostituees in de vergunde en dus enigszins gereguleerde sector bezoeken, maar ook straatprostituees of massagemeisjes. Citaten uit de ingevulde vragenformulieren onderstrepen die houding:

Eén keer in Londen, toen voelde het niet goed. Dat meisje leek zo in zichzelf gekeerd, ik wilde niet meer. Ik zei ‘dit is verkeerd’ en toen ben ik weggelopen.

Als het echt zo erg zou zijn dat ze mishandeld wordt of dat het niet deugt, dan zou ik wel naar de politie bellen.

Wat zou ik dan aan de politie moeten vertellen? Die ene prostituee is chagrijnig en heeft een blauwe plek op haar been? Ik heb toch helemaal geen bewijs. Bovendien wil ik ook niet neergestoken worden ofzo.

De onderzoekers van de GGD houden hun gezicht in de plooi. „Dwang en uitbuiting worden afgekeurd”, constateren ze, „al wordt uitbuiting als veel minder ernstig beschouwd dan dwang.” En: „Het onderzoek laat zien dat er klanten zijn die zich bereid tonen signalen van misstanden door te geven aan instanties. Klanten positioneren zich daarmee als een partij die mogelijk een rol kan spelen bij het bestrijden van misstanden in de Amsterdamse prostitutiebranche. In grote lijnen beschrijven klanten zichzelf namelijk als bewust, verantwoordelijk en actiebereid.”

Maar alle opvattingen die in het onderzoek naar voren kwamen, wijzen op het tegenovergestelde. „Een prostituee vragen stellen over dwang en uitbuiting wordt vrijwel unaniem als impertinent beschouwd.” Of: „klanten vrezen een onzorgvuldige, weinig subtiele werkwijze (van de politie) die prostituees mogelijk schaadt.”

Nee, aardig vragen zal hier niet helpen. De prostitutiebranche heeft een Wakker Diercampagne nodig om de consument bewust te maken.