Wij zijn groot en zij zijn klein

Hoe mega-conglomeraat GE het van start-ups wil winnen

Foto iStock

Het is de tijd van de start-ups. In no-time groeiden Uber, WhatsApp en Airbnb uit tot miljardenbedrijven. Door alle aandacht voor die ‘disruptors’ zou je bijna vergeten dat in veel markten nog steeds gigantische, oude multinationals de dienst uitmaken.

Het Amerikaanse GE is zo’n mega-conglomeraat. Het is 123 jaar oud, heeft ruim 300.000 werknemers, haalde in 2013 een omzet van dik 125 miljard euro en een winst van ruim 22 miljard. Het zit in energie, luchtvaart, zorg, mijnbouw en meer. Vandaag presenteert het jaarcijfers. Wat is nog de rol van zo’n moloch in deze tijd? NRC Q sprak daarover met de bestuursvoorzitter van GE Europa, Stephan Reimelt.

Heeft zo’n enorm bedrijf als GE überhaupt nog bestaansrecht?

“Het is leuk om kleinschalig een product uit te vinden, maar je hebt meestal nog steeds een grote organisatie nodig om het wereldwijd tot een succes te maken. We kijken allemaal enthousiast naar start-ups. Maar het zijn geen losse atomen. Neem Silicon Valley: de waarde zit hem daar juist in de combinatie van veel van dat soort bedrijven, veel mensen, bij elkaar.

Wij zitten overal in de wereld, zien overal wat er gebeurt en kunnen gebruik maken van mondiale hersenkracht. Misschien komen er af en toe disruptieve ideeën langs die géén groot bedrijf nodig hebben om groot te worden. Maar dat zijn voornamelijk consumentenapps, daar zitten we niet: wij zijn een industrieel bedrijf.”

Die grenzen vervagen juist snel. Mensen wekken steeds meer hun eigen energie op, krijgen meer controle over de zorg die ze afnemen. Door digitalisering spelen apps ook daar een steeds grotere rol, toch?

“Dat klopt, die decentralisatie is bezig. Maar juist dan kun je als groot bedrijf meer. Stel je wilt energie voor een stad, voor een luchthaven, voor een specialistisch bedrijf. Die energie zal decentraal opgewekt worden, met zonnepanelen bijvoorbeeld, maar ze moet voor al die afnemers voldoen aan andere vereisten. Daarom moet je een compleet pakket aan producten bieden. Dat doen wij: of het nou gaat om een energie-opwekking van 0,5 megawatt of 500; wij kunnen het.”

“Het verdienmodel verandert. Gisteren verkocht je een energiecentrale, morgen verkoop je diensten en producten rondom zelf energie opwekken. We zullen veel meer een analytisch software-bedrijf worden: minder gericht op hardware, meer op diensten. Maar je haalt pas voordeel als je zowel de producten maakt als de diensten levert. Dat kan GE. Dat is wel wat complexer dan een appje van een start-up.”

Is zo’n groot bedrijf niet te traag?

“Je moet niet hebben dat, bij wijze van spreken, de controleur van de controleur de jurist controleert. Daarom halen wij ook nutteloze controles weg uit de organisatie. We nemen beslissingen meer op lokaal niveau. We moeten een nieuw product sneller bij de klant hebben.”

“Het belangrijkste is dat je een omgeving creëert waarin het oké is om fouten te maken. En: als je faalt, faal dan meteen groot. Zodat we de vergissing niet twee keer maken. En je moet meteen een scherpe bocht de andere kant op maken als het mislukt - inderdaad, net als start-ups doen.”