Het kleine broertje trekt nu volle zalen

Uitverkocht EK in Dordrecht toont aan dat het spectaculaire shorttrack aanspreekt bij het Nederlandse schaatspubliek.

Toernooidirecteur Cees Juffermans: „Iedereen die shorttrack een keer live heeft gezien, wil er de volgende keer weer bij zijn.”
Toernooidirecteur Cees Juffermans: „Iedereen die shorttrack een keer live heeft gezien, wil er de volgende keer weer bij zijn.” Foto Robin Utrecht

Een uitverkocht huis in Dordrecht, schaatsers en pers uit 29 landen, alles races live op tv. Ooit was shorttrack in Nederland het kleine broertje van de langebaan. Die tijd is voorbij, zegt Cees Juffermans, toernooidirecteur van de EK. „Mensen willen meer snelheid, meer actie, meer vermaak. We hadden ook het dubbele aantal tickets kunnen verkopen.”

Chaos, adembenemende manoeuvres, onvoorspelbare races: Juffermans (32) weet nog precies waarom hij als jochie uit Stompwijk voor shorttrack koos, niet voor de langebaan. „Ik werd aangetrokken door het spel; zorgen dat je slimmer bent dan de ander, ook al ben je minder snel. Weten dat je in een weekend twintig keer mag starten. Niet een hele dag wachten om in je eentje een 5.000 meter te rijden.”

Juffermans zag de afgelopen jaren van nabij de enorme ontwikkeling in het Nederlandse shorttrack. Toen hij in 1999, pas 16 jaar oud, debuteerde in de nationale ploeg, was er lang niet zoveel aandacht als nu – zeker vergeleken bij de langebaan, waarin destijds miljoenen guldens omgingen. Maar jaloers was hij niet. „Nee, je krijgt wat je verdient.”

Eigenlijk heeft hij een beetje een hekel aan die steeds terugkerende vergelijking met de 400-meterbaan. „Maar je ontkomt er niet helemaal aan. De langebaan, marathons, de Elfstedentocht: het hoort bij het Nederlandse culturele erfgoed, shorttrack niet. Dat was in 1988 nog een demonstratiesport op de Spelen.”

Geen nationale ploeg

Toch was het niveau destijds al hoog: Dave Versteeg haalde in 1998 Europees zilver, Juffermans volgde drie jaar later. Maar een structurele aanpak kende de KNSB nog niet. „Elke keer richtte de bond zich na de Spelen weer op een jonge groep. We hebben ook een tijdje geen kernploeg gehad. Dus veel shorttrackers vielen af.”

Juffermans reed op topniveau tot 2006, waar hij in Turijn op dramatische manier de olympische finale van de 1.500 meter miste: in de halve finale werd hij onderuit gereden door de Belg Pieter Gysel. Juffermans mocht alsnog de finale rijden – als hij tenminste na zijn val over de finish was gereden. Dat deed hij niet. Eigen schuld, zegt hij bescheiden. Maar toch: „Met de huidige professionaliteit in de begeleiding van de nationale ploeg was dat waarschijnlijk niet gebeurd.”

Pas nadat hij in 2006 was overgestapt naar het marathonschaatsen besloot de schaatsbond tot een fulltime en professioneel programma voor de shorttrackers. De huidige generatie rond Sjinkie Knegt plukt daar nu de vruchten van. Of Juffermans tien jaar te vroeg werd geboren? „Nee, zo zie ik dat niet. Blijkbaar was het nodig om te komen waar we nu zijn. Iedereen weet nu dat successen komen als je langer investeert. Succes is maakbaar.”

Popularisering van de sport

Juffermans droeg zelf zijn steentje aan bij de popularisering van het Nederlandse shorttrack. Als toernooidirecteur organiseerde hij de spectaculaire World Cup in 2012 in Dordrecht, waar rijders en races met muziek en lichtshows werden begeleid. „Dat toernooi was het vliegwiel voor het shorttracksucces bij het publiek en de media”, zegt Juffermans, die samenwerkt met sportmarketingbureau TIG Sports – organisator van onder meer de KLM Open. „Iedereen die het een keer live heeft gezien wil er de volgende keer weer bij zijn. Dat is de kracht van deze sport.”

Komend weekeinde is de hal met ruim tweeduizend fans per dag stijf uitverkocht. Het publiek kijkt vooral uit naar het duel tussen voormalig Europees kampioen Knegt en het Russisch-Koreaanse fenomeen Viktor An. En terecht, zegt Juffermans. „Sjinkie is nu echt wereldtop. Hij is niet meer alleen van de spectaculaire inhaalmanoeuvres, hij heeft nu ook power en inhoud, zodat hij kan races maken.”

An, drievoudig olympisch kampioen van Sotsji, is de droom van elke organisator. Juffermans: „An is altijd mijn reddingsboei geweest. Mensen die de sport niet zo goed kenden, zeiden altijd: je moet ook geluk hebben. Dan zei ik altijd: An is vijf keer wereldkampioen en zes keer olympisch kampioen. Zo waanzinnig goed. Maar ik denk dat Sjinkie even goed kan zijn. An is bang voor hem.”

De EK kan het shorttrack in Nederland naar een nieuw niveau tillen, denkt Juffermans. Over twee jaar worden de WK in Ahoy gehouden. Dat komt absoluut vol, denk hij. „Dan zijn we echt weer verder dan nu. Ik geef training op mijn lokale club IHCL, de Indoor Hardrij Club Leiden. Je ziet het ledental daar heel snel groeien.”

Shorttrack kan snel groeien

Shorttrack concurreert dus al lang met de langebaan. Bij de EK allround in Tsjeljabinsk, eerder deze maand, waren zestien landen aanwezig, in Dordrecht bijna het dubbele. „Een groot probleem is het aantal 400-meterbanen. Overal zijn ijshockeybanen. Shorttrack kan dus veel sneller groeien. Ik heb tegen Zuid-Afrikanen gereden, er zijn WK’s in Australië geweest. Dat kan omdat die infrastructuur er is. In mijn laatste olympisch kwalificatietoernooi reed ik tegen mensen uit 44 landen. Dat zal nu boven de vijftig zijn. Weinig wintersporten hebben zo’n groot bereik.”

Toch hoeft het shorttrack het wat Juffermans betreft niet te ‘winnen’ van de langebaan. „Mijn droom is wel dat we veel meer samen gaan doen. Dat schaatsen schaatsen wordt, of het nou shorttrack is, skeeleren of langebaan. Dat zal dichter bij elkaar komen. Daardoor heb je een heel grote groep die ook met shorttrack kennis kunnen maken. Ik geloof er heel erg in dat je kinderen multidisciplinair moet opleiden. Lekker skeeleren in de zomer, shorttrack en langebaan in de winter. Dat heeft veel te lang geduurd.”