Het islamitisch kalifaat – 6 miljoen inwoners – als werk in uitvoering

Twee Nederlandse journalisten inventariseren de opmars van IS. De een beschrijft hoe het Westen in 2012 ongeïnteresseerd in deze beweging was. De ander spreekt vooral met experts en bestudeert blogs.

Kinderen in de Syrische stad Raqqa poseren met met IS-vlaggen
Kinderen in de Syrische stad Raqqa poseren met met IS-vlaggen Foto AP

Het jonge kalifaat van de Islamitische Staat in Syrië en Irak slaagt er steeds weer in met nieuwe gruwelijkheden de aandacht te trekken om aanhang te werven en tegenstanders te intimideren. Massa-executies op video. Onthoofdingen. De wettiging van slavernij, compleet met alle do’s en don’t’s: niet moeders van jonge kinderen scheiden, wel seks met meisjes die nog niet de puberteit hebben bereikt. Een nieuw dieptepunt vormden vorige week de beelden van de moord op twee kennelijke infiltranten door een kind, nauwelijks sterk genoeg om het wapen in toom te houden waarmee hij onbewogen de executies voltrok.

Deskundigen die dit soort video’s volgen zijn er niet honderd procent zeker van dat het kind – een 11- of 12-jarige jongen uit Kazachstan die al eerder in IS-publicaties heeft gefigureerd – de mannen werkelijk vermoordde. Er waren geen schotwonden te zien. Waar of niet, deze reclameboodschap onderstreept hoe de Islamitische Staat aan zijn toekomst werkt. Een volgende, niets- en niemand ontziende generatie staat al klaar om de kalief te dienen.

Waar komt dit vandaan? Wat wil de zelfverklaarde kalief, IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi, hoe ver gaan zijn ambities en hoe gevaarlijk is hij, met al die gehersenspoelde jeugd? Vragen te over, te meer natuurlijk omdat de Islamitische Staat ook geradicaliseerde moslims in het Westen inspireert met alle gevolgen van dien.

Deze maand zijn twee boeken van Nederlandse journalisten over de opmars van de IS uitgekomen: IS – tot alles in staat, van tv- en radiocorrespondent Hans Jaap Melissen en De oorlog van ISIS van Judit Neurink, die zelf in Iraaks Koerdistan woont. Geen van beiden pretendeert alle antwoorden te geven op de vragen. Wie in de religieuze ins en outs is geïnteresseerd of in een nauwkeurige analyse van zijn achterban, moet verder zoeken. Voor wie de ontwikkelingen regelmatig volgt, staat er weinig of geen nieuws in. Dit zijn min of meer snelle inventarisaties van de IS als werk in uitvoering.

Ontdekkingsreis

Het beste boek van de twee, helder – zo belangrijk bij zo’n ingewikkeld onderwerp – en heel prettig leesbaar ook, is dat van Hans Jaap Melissen. Hij beschrijft de opkomst van de Islamitische Staat (in 2004 begonnen als Al-Qaeda-in-Irak) chronologisch,aan de hand van zijn reportages ter plaatse. Het is een ontdekkingsreis, Melissen komt aan alle fronten in Irak en Syrië, en neemt de lezer mee naar echte mensen met echte problemen, sunnieten, shi’ieten, christenen, yezidi’s.

Melissen begint terecht in New York na de aanslagen van Al-Qaeda van 9/11, omdat die president Bush de kans gaven in 2003 Irak binnen te vallen en Saddam Husseins regime ten val te brengen. Onder de harde repressie van Saddam hadden moslimextremisten geen kans, de Amerikaanse bezetting stimuleerde juist hun opkomst. Het Amerikaanse besluit om het nieuwe ‘democratische bewind’ naar rato over shi’ieten, sunnieten en Koerden te verdelen, leidde tot de overheersing door de shi’itische meerderheid. En die overheersing weer tot marginalisering van de sunnieten, wier onvrede uiteindelijk vorig jaar de stormloop van de Islamitische Staat door het sunnitische deel van Irak mogelijk maakte.

In Syrië komt Melissen in 2012 de eerste buitenlandse jihadisten tegen, de voorhoede van de kalief. De ‘gematigde’ rebellen tegen het regime van Assad zijn verdeeld, het Westen is niet geïnteresseerd en Baghdadi, met zijn fanatieke aanhang, ziet zijn kans schoon om zijn strijd naar het buurland uit te breiden. Daar legt hij de basis van zijn huidige rijk: nog steeds is zijn hoofdstad het Syrische Raqqa (niet Mosul, zoals Neurink schrijft). De onvrede van de sunnitische minderheid in Irak en de woede van de sunnitische meerderheid in Syrië tegen haar in meerderheid alawitische (shi’itische) bewind versterken elkaar. Nu bestrijkt het kalifaat een gebied zo groot als Jordanië met ongeveer 6 miljoen inwoners.

Salaris

Hoewel Judit Neurink in Iraaks Koerdistan een buurvrouw van de kalief is, is haar boek veel afstandelijker en minder toegankelijk. Veel van haar sprekers zijn experts of woordvoerders. Zij baseert zich verder grotendeels op blogs, boeken en andere publicaties. Jammer dat in haar boek noten noch een literatuurlijst zijn opgenomen om geïnteresseerde lezers verder op weg te helpen. Ik zou bijvoorbeeld wel eens willen weten waar ze vandaan heeft dat buitenlandse jihadisten een salaris van enkele duizenden dollars wordt geboden. De meeste bronnen houden het op een paar honderd dollar per maand. Melissens boek ontbeert ook noten maar heeft wel een literatuurlijst, zij het een (te) korte. Mogelijk heeft een snelle productietijd een rol gespeeld.

Opmerkelijk is dat Neurink de IS in haar boek ISIS noemt. Ze legt uit dat de beweging ‘ook naar het oordeel van de meeste moslims de naam islamitische staat misbruikte en bezoedelde’, en bovendien geen erkende staat is. Ik vind het een moeizame redenering. De organisatie is en blijft islamitisch, al stoelt zij op een ultraradicale interpretatie van de islam die niet door de meerderheid van de moslims wordt gedeeld. En omvat ISIS niet ook de woorden islamitische staat?