‘Het is niet makkelijk voor jongeren’

Staatssecretaris Teeven was maandag op werkbezoek in zijn eigen wijk, bij het Jeugd Preventie Team in Oost.

Foto Rien Zilvold

In Bos en Lommer, de Indische Buurt en de Transvaalbuurt fietsen sinds een aantal jaren jongemannen rond met blauwe hesjes. Ze zijn van het Jeugd Preventie Team (JPT), een initiatief van stichting Connect. De jongeren houden in de gaten of alles goed gaat in hun ‘moeilijke’ buurt, waar jongeren, veelal met Marokkaanse ouders, op steeds jongere leeftijd overgaan tot steeds ernstiger delicten. De taak: surveilleren en bemiddelen.

Ooit waren de JPT’ers zélf die moeilijke jongeren uit de buurt. Ze hebben vaak iets op hun kerfstok. Door hun werk voor het JPT (ze worden betaald door de stadsdelen) zijn ze toch aan de slag, en stromen ze daarna makkelijker door naar een echte baan.

Dat is tenminste de bedoeling. Jongeren met een crimineel verleden die hun leven willen beteren als ze ouder worden, ervaren hindernissen: hoge schulden, geen baan, verplichting tot schadevergoedingen. Staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie (VVD) was op werkbezoek bij het JPT in Oost om daarover te praten.

Een van die hindernissen is het ontbreken van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).

„De terugkijktermijn van een VOG voor jongeren is teruggebracht van vier tot twee jaar. Na twee jaar heb je dus geen last meer van wat je fout hebt gedaan. Maar veel jongeren willen bijvoorbeeld bij een beveiligingsbedrijf werken of bij de politie. Voor zo’n vertrouwensfunctie is een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) nodig, waarbij wordt gekeken of je überhaupt in aanraking bent geweest met justitie.”

Khalid, een positief rolmodel in Oost, moest binnen zes weken 20.000 euro betalen van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), anders werd het bedrag verhoogd naar 24.000 euro. Pas na een brief van de burgemeester ging het CJIB akkoord met een regeling.

„Hij pleegde met drie anderen een slachtofferdelict. Als de een zijn leven betert, en bij de anderen valt niks te halen, is die ene persoon hoofdelijk aansprakelijk voor het hele schadebedrag.”

Wat zegt dat over ons systeem?

„Niet zo veel. Ons systeem is opgezet zodat slachtoffers hun schade krijgen. En als we het maar op één iemand kunnen verhalen, dan doen we dat. Had je maar niet mee moeten doen met zo’n beroving of geweldpleging. Maar het maakt het die persoon wel heel moeilijk om een bestaan op te bouwen. Dat is lastig. Het is triest dat als jongeren hun leven willen beteren, ze dat niet in alle opzichten makkelijk wordt gemaakt.”

Wat kunt u daaraan doen? Een doelstelling van uw beleid is voorkomen dat jongeren na hun straf terugvallen in de criminaliteit.

„Het is denk ik belangrijk een verschil te maken tussen slachtofferdelicten en niet-slachtofferdelicten. We kunnen kijken of we die hoofdelijke aansprakelijkheid toch ook op andere daders kunnen verhalen. Ook kunnen we kijken hoe we met een VOG omgaan. Met zo’n VGB is dat ingewikkelder: als een werkgever kan kiezen tussen tien mensen, en er is er één bij die met politie in aanraking is geweest, heeft diegene een achterstand. Ook al is dat zeven jaar geleden. Dan kun je zeggen: dat is niet rechtvaardig, het belemmert me. Maar ja, dat is nou eenmaal het gegeven van een krappe arbeidsmarkt.”

Het JPT wordt dit jaar uitgebreid naar de Dapperbuurt in Oost en ook Alkmaar, Den Haag en Haarlem zijn geïnteresseerd. De politie oordeelt positief.

„Ik ben ook enthousiast over wat ik hier vandaag gehoord heb. Het gaat hier om jongeren die hun leven beteren en uitstromen naar een volwaardige baan. Dat maakt het rolmodel compleet: je komt bij het JPT, helpt de buurt, helpt voorkomen dat jongeren afglijden. En de volgende stap is volwaardig deelnemen aan de samenleving met een 40-uursbaan.”

Werkbezoek in uw eigen stad. Zat u als Amsterdammer anders op de stoel vandaag?

„Ik woon in deze wijk en heb hier als officier gewerkt. Het is bekend terrein, ik ken de buurt heel goed. Met sommigen van de politiemensen met wie het JPT samenwerkt, heb ik vroeger ook gewerkt. Het is leuk om hier terug te komen en te zien dat het een mooi initiatief is. Want dat is het echt, vind ik. Het is de moeite waard te kijken hoe we ze als Rijk een handje verder kunnen helpen.”