Hervormingen én stokslagen

Abdullah (circa 1924-2015)

Koning van Saoedi-Arabië

Koersvast in zijn buitenlands beleid, tegen Iran; intern uitdager van conservatieven.

Abdullah daags nadat hij koning was geworden, bij de begrafenis van zijn halfbroer, koning Fahd, in augustus 2005.
Abdullah daags nadat hij koning was geworden, bij de begrafenis van zijn halfbroer, koning Fahd, in augustus 2005. Foto AFP m

Op een moment waarop zijn regio in brand staat is Saoedi-Arabiës baken weggevallen en breekt een onzekerder periode aan. Vannacht stierf op circa 90-jarige leeftijd koning Abdullah bin Abdel-Aziz al-Saud. Zijn opvolger, Salman, is bijna 80 jaar oud en naar verluidt ziek.

Binnenslands was de charismatische en populaire Abdullah een voorzichtige hervormer, maar in zijn buitenlandse politiek voerde hij een vastberaden koers. Met miljarden dollars steun van Abdullah ruimt in Egypte president Sisi de laatste resten van de Arabische Lente op. Abdullah stuurde tanks Bahrein in om koning Hamad te helpen de opstand tegen zijn bewind te onderdrukken. Hij werd een van de felste tegenstanders van president Assad in Syrië toen die het protest tegen zijn regime met steeds zwaardere wapens ging neerslaan. Hij was een van de hardste opponenten van het shi’itische Iran, religieus én politiek de rivaliserende regionale mogendheid.

Die rivaliteit met Iran is waarschijnlijk de rode draad van Abdullahs regeerperiode. Volgens een uitgelekt Amerikaans telegram drong hij er in 2008 bij Washington op aan „de kop van de slang” af te hakken: militaire actie tegen Iran. Soms terecht, soms onterecht zag hij her en der in zijn regio Iraanse machinaties om zijn positie in de brede regio uit te breiden. Hij zag dat in eigen land, waar de gemarginaliseerde shi’itische minderheid opstandig is. In Bahrein, waar de opstand vooral shi’itisch is. In buurland Jemen, waar shi’itische rebellen, de Houthi’s, ondanks een eerder Saoedisch oorlogje tegen hen, hoofdstad Sana’a in handen hebben gekregen.

De rivaliteit met Iran was ook een belangrijker reden voor Abdullah dan het genadeloze geweld van Assad tegen zijn burgers om de rebellen in Syrië te gaan steunen. Assad is immers een belangrijke bondgenoot van Iran; zou hij vallen dan komt ook Irans steunpunt in Libanon, Hezbollah, in grote problemen. Maar net als in Jemen, waar de Houthi’s versterkt uit de strijd tevoorschijn zijn gekomen, heeft in Syrië Abdullahs politiek averechtse gevolgen gehad. Assad zit er nog, en onder de rebellen is de Islamitische Staat immers voor nu als sterkste uit de chaos naar buiten gekomen. Het kalifaat dat IS vorige zomer in Syrië en Irak afkondigde, is een gevaarlijke concurrent voor de Saoedische monarchie. De kalief eist álle islamitisch gebied voor zich op, zeker ook de heilige plaatsen waarvan de Saoedische koning zich officieel de hoeder noemt. Maar bovendien heeft zijn extremistische interpretatie van de islam, die nauw verwant is aan de dominante wahabitische ideologie in Saoedi-Arabië, ook veel aanhang in het koninkrijk. Daarom doet nu paradoxaal genoeg de Saoedische luchtmacht mee aan de aanvallen op IS in Syrië, dat toch de gevaarlijkste tegenstander van de gehate Assad is.

In de twintig jaar dat Abdullah aan de macht was – van 1995, na het herseninfarct van zijn halfbroer Fahd als de facto heerser en sinds 2005 als koning – heeft hij naam gemaakt met de hervormingen die hij doorvoerde, ondanks het felle verzet van de machtige, ultraconservatieve geestelijkheid. Die woede van de geestelijkheid tekent haar diepe conservatisme, het waren vanuit het Westen gezien geen schokkende veranderingen. Hij richtte in 2009 de King Abdullah University of Science and technology (KAUST) op, waar mannen en vrouwen samen onderwijs volgen, niet zoals gebruikelijk strikt van elkaar gescheiden. KAUST telt nog steeds niet meer dan duizend studenten. Vrouwen kregen in 2013 stemrecht, maar er zijn geen verkiezingen meer gehouden. Hij benoemde dertig vrouwen in zijn adviesraad. Maar het bleef verboden voor vrouwen om zelf een auto te besturen. Liberale dissidenten worden met stokslagen en zware gevangenisstraffen aangepakt.

De vraag is ook wat van die hervormingen beklijft onder zijn opvolgers – nu Salman, na hem de tweede man Muqrin en vervolgens prins Mohammed bin Nayef, de huidige minister van Binnenlandse Zaken. Die werd door de nieuwe koning als adjunct-kroonprins benoemd. In gesprekken in Saoedi-Arabië toonden veel voorstanders van hervormingen zich bezorgd of een conservatievere koning niet KAUST op slot doet en vrouwen uit de adviesraad naar huis stuurt.

Tegelijk laat Abdullah een andere, zeer problematische erfenis na. Saoedi-Arabië is rijk, maar een relatief groot deel van de bevolking is arm. Het lukte Abdullah niet de grote werkloosheid onder jongeren aan te pakken. Tweederde van de 29 miljoen inwoners is jonger dan 30, van hen is 30 procent werkloos, van de vrouwen zelfs 35 procent. De particuliere sector geeft de voorkeur aan gastarbeiders, van wie er ruwweg evenveel zijn als Saoedische werklozen. Toen de olieprijzen nog hoog waren bouwde het bewind een grote buffer op om onvrede af te kopen met sociale programma’s. Abdullah trok in 2011, na het begin van de Arabische opstanden, 130 miljard dollar uit om iedereen tevreden te houden. Nu de olieprijzen zijn gedaald teert het vermogen in.

Met de dood van Abdullah is het leiderschap verzwakt. De extremistische IS trekt aan de werkloze jeugd. Een machtsstrijd binnen het koningshuis om de opvolging na Salman en Muqrin is al begonnen. Het land gaat een heel moeilijke, onvoorspelbare periode in.