En het nieuwe evangelie luidt: mainstream edgy

Vroeger moest je per dag twee glazen rode wijn drinken om gezond te blijven, nu moet je een kwartiertje romanschrijven. Aldus onderzoeker James Pennebaker die uitvond dat schrijven helpt om je bloeddruk te verlagen, de kans op hartaanvallen vermindert en je beschermt tegen stress en eenzaamheid. Maar let op: schrijven wordt pas echt gezond als je het ‘vanuit meerdere perspectieven’ doet. Had James Joyce dat geweten! Dan had hij die eenzelvige stream of consciousness kunnen inwisselen voor behapbare dialogen (en dan had hij de zestig misschien wél gehaald).

Ik las het verslag van de baksels van Pennebaker op een site waar de uitsmijter luidde: ‘De mensen die in hun schrijven positiever werden, werden dat in hun dagelijkse leven ook. Door gezond te schrijven word je dus niet alleen een betere schrijver, maar ook nog een beter mens!’ Waarna het linkje volgde naar een schrijfcursus, want wee geleuter over goedheid betekent overal hetzelfde: ze zitten achter je centen aan.

Vraag maar aan Willem Elsschot, de meester-lijmer die liet zien dat slechte mensen met schuldgevoel misschien wel de beste boeken maken. De post bracht een mooi uitgevoerde uitgave van Guido Lauwaerts toneelbewerking van Kaas. Het is moeilijk er niet in te blijven lezen, de avonturen van die arme Laarmans die zo vreselijk zijn best doet om een slecht mens te zijn, maar daar niet in slaagt. Alle sukkeligheden van de held komen prachtig naar voren: de omtrekkende bewegingen, zijn kaasvrees en het onophoudelijke opjagen door zijn vrouw, die dingen zegt als: ‘Ga je maar scheren want.../ het brein ziet eruit als een wild zwijn.’ En natuurlijk het emblematische ‘Kaas marcheert altijd.’

Maar niets marcheert vanzelf. Kaas niet en boeken ook niet. Maandag kreeg ik op een bijeenkomst met Duitse uitgevers een overzichtje van de newspeak waarmee men in de business zijn spullen aan de man probeert te brengen. Ik leerde dat het moderne uitgeefbedrijf zich beweegt van literary naar upmarket – waarbij het aardige is dat het eerste een kenmerk van het boek is, terwijl het tweede naar de lezer verwijst. Vrij vertaald: het gaat niet meer om goede boeken, maar om goede lezers. Veel bleek bovendien te draaien om de topicality van een roman. Daarbij was onder meer sprake van een feelgood-tragedy – een bijzonder angstaanjagend genre. Ook hoorde ik mainstream edgy. Die uitdrukking gaat vermoedelijk een grote toekomst tegemoet als literair scheldwoord, als in: ‘Thomése? Grunberg? Dat is zó mainstream edgy!’

Ongetwijfeld zijn deze aanduidingen verzonnen door mensen die veel te vaak een kwartier lang ‘vanuit meerdere perspectieven’ zitten te schrijven en daardoor vreselijk goede mensen zijn geworden. Ze moeten de reclameteksten gewoon weer aan Alfons de Ridder overlaten. Met een borrel erbij. Dat marcheert altijd.