Een raadsel waarom Amsterdam zich zo laat bedotten door moskee

Subsidiegedoe en omstreden prediker in Amsterdams moskeegebouw is veel meer dan een lokale kwestie, vindt Robbert van Lanschot.

Vorig jaar maart publiceerde ik in de Groene Amsterdammer een verhaal over malversaties binnen moskeeverzamelgebouw ‘De Verbinding’ in Amsterdam-Oost. Het weekblad plaatste er de kop Jokken in de Joubertstraat boven. Het gebouw, dat eigendom is van de stad, omvat links een Turkse Diyanetmoskee en rechts een Marokkaanse moskee. Tussen de twee moskeeën is een trappenhuis dat toegang geeft tot twee bouwlagen met zaaltjes. Amsterdam-Oost verstrekte tonnen subsidie aan de twee moskeebesturen om in die zaaltjes cursussen te verzorgen teneinde de Transvaalbuurt weerbaarder te maken. Maar die subsidies waren veel royaler dan nodig was.

Want wat kosten een ‘naaicursus vrouwen’ of een ‘werkgroep contactvaders’ of een ‘mannenproject’? De Diyanetmoskee (die onder het Diyanet godsdienstdirectoraat van het Turkse ministerie van Algemene Zaken valt) ving zelfs subsidie voor een niet-bestaand cursusprogramma ‘Nederlandse waarden en normen voor Turkse jongeren’. Dat programma bleek koranles te zijn, met als docent een Diyanetimam die geen Nederlands sprak.

Met het overtollige geld werden, tegen de regels in, de twee moskeeën gemanaged. Het werd gebruikt voor de wegenbelasting voor een moskeeauto, voor torenhoge belkosten, voor de reinigingskosten voor het Turkse moskeetapijt, voor ‘dotaties’ van tienduizenden euro’s aan een onduidelijk moskeefonds en voor de huur. Amsterdam dacht dat de huurpenningen door de twee geloofsgemeenschappen werden opgebracht maar kreeg een klassieke sigaar uit eigen doos.

Een eerder verhaal van mij in de De Groene had al een berg ellende opgeleverd. Stapels rapporten; ruzies binnen het stadsdeel; een verhitte discussie in de gemeenteraad over de belachelijk lage huur die voor het gebouw in rekening werd gebracht.

De stad wil nu zo snel mogelijk af van dit hoofdpijndossier en heeft het moskeeverzamelgebouw te koop gezet. Prijskaartje: twee miljoen euro. Voormalig portefeuillehouder Lieke Thesingh van Amsterdam-Oost had me al gezegd dat het gebouw in eerste instantie aan de huidige ‘gebruikers’ zou worden aangeboden. Onlangs werd aan de ‘Marokkaanse’ kant van het gebouw alvast een fundraising evenement gehouden waarvoor de vermaarde, salafistische prediker Tarik Ibn Ali werd ingehuurd.

De stad zit nu heel serieus aan de onderhandelingstafel met twee organisaties die het stadsbestuur – en de belastingbetaler – herhaaldelijk verschrikkelijk bij de neus hebben genomen. Hiermee gedraagt Amsterdam zich als een loser, als een schlemiel. Is onze hoofdstad daar niet te trots voor?

Eerder dit jaar heeft minister Asscher zich bezorgd getoond over Diyanet. Die organisatie zou, met nog drie Turkse organisaties, voortaan worden gemonitord, ook voor wat betreft de geldstromen. Dus heb ik zijn ministerie gevraagd of de minister nu over de schouder van het stadsbestuur gaat meekijken. Het was immers een droomcasus: een stout lokaal Diyanetbestuur met bovendien – als de koop doorging - een heleboel geld uit Ankara. Maar dat gaat niet gebeuren. De woordvoerder van Asscher mailde me dat de minister wel bezig is om ‘de Turkse overheid tot meer transparantie te bewegen’, maar dat hij niet in ‘lokale aangelegenheden’ treedt.

Dat is jammer. Dat er een heleboel financiële middelen door een slagader vanuit Ankara naar de Turkse ambassade kolken – nu ja, dat geloven we wel. Maar het wordt pas echt spannend als dat geld vervolgens door de haarvaten van de Turks-Nederlandse gemeenschap circuleert. Van de stevige brief die de minister op 25 september naar de Kamer stuurde, blijft niet veel overeind.

Trouwens, door niet in ‘lokale aangelegenheden’ te treden blijven voor de minister ook de Diyanetgeldstromen van eigen bodem onzichtbaar. Moskeegangers willen graag veel geld geven aan hun moskee. Contributies worden gezien als behorend tot de voorgeschreven zakat (‘het geven van aalmoezen’, een van de vijf pilaren van de islam). Bovendien herbergen veel van de circa 130 Diyanetmoskeeën islamitische boekwinkeltjes, kapperszaken, supermarkten en theehuizen. Zo zit in het Moskeeverzamelgebouw (in strijd met het bestemmingsplan) een kapperszaak.

Kortom, er is een parallel lokaal Diyanet geld- en zakencircuit waarin vele miljoenen omgaan. En uit een recente studie die de minister liet uitvoeren weten we dat Ankara medezeggenschap wil hebben over dat in Nederland bijeengesprokkelde geld. Dus ‘lokale aangelegenheden’ en het beleid van het Turkse ministerie van Algemene Zaken kunnen niet los van elkaar worden gezien.

Hoe nu verder met dat moskeeverzamelgebouw? Het pand is geen courant onroerend goed. Leegstand zou tonnen kunnen gaan kosten. Dus verkoop aan Diyanet en het Marokkaanse moskeebestuur is misschien de beste weg. Maar de gemeenteraad zou er wel twee voorwaarden aan moeten verbinden : a) de weggesluisde subsidie wordt geretourneerd en b) de stad maakt desgevraagd bekend dat, kijkend naar de onplezierige voorgeschiedenis, ‘niet echt van harte’ met de transactie kon worden ingestemd. Ten slotte nog een advies aan de minister: neem een kloeke duik in deze complexe maar ook leerzame ‘lokale aangelegenheid’.