Opinie

Een klimaatgevoelig wijntje

Liever had hij de weddenschap natuurlijk niet gewonnen, maar nu het dan toch zo is zal Bart Strengers, klimaatwetenschapper bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de ‘mooie fles wijn’ ongetwijfeld in dank aanvaarden.
Ruim vijf jaar geleden, in de aanloop naar de grote klimaattop in Kopenhagen, had Strengers een discussie met ‘klimaatscepticus’ Hans Labohm op de website van de NOS. In een van zijn bijdragen schreef hij:

Ik nodig Hans uit in te gaan op de volgende weddenschap: Ik wed dat de gemiddelde mondiale temperatuur over de 5 jarige periode 2010-2014 hoger zal zijn dan het gemiddelde over de periode 2000-2009, zowel in de data van CRU, de NASA en NOAA.  Afgaande op alles wat Hans Labohm schrijft en zegt moet dit klinken als een zeer genereus aanbod. Immers, Hans Labohm beschouwt de rol van CO2 en andere broeikasgassen als irrelevant in het klimaatsysteem en beweerde […] dat de temperatuur in de komende periode met 1 à 2 graden omlaag zou kunnen gaan. Dan is het dus uiterst onwaarschijnlijk dat de temperatuur zich handhaaft op het record-niveau van het afgelopen decennium.

Strengers legde uit dat hij lang niet zeker was van de winst. Allereerst is de zon bezig aan een wel erg diep minimum, schreef hij. Bovendien bestaat er enige onzekerheid over de warmteopname door de oceanen en daarnaast is het klimaat natuurlijk altijd variabel. En ten slotte, schreef Strengers, zou de klimaatgevoeligheid mee kunnen vallen.

Dat laatste was wat hij hoopte. Alleen als hij om die reden zou verliezen, zou hij tevreden zijn. Het zou namelijk betekenen dat de klimaatverandering op lange termijn waarschijnlijk meevalt. Winst om een van die andere redenen zegt eigenlijk niets over het risico van opwarming op langere termijn.

Na een kleine aanpassing van de voorwaarden (over de keuze van de zijn ogen meest betrouwbare temperatuurreeks, de UAH) nam Labohm de weddenschap aan. Labohm achtte aanvankelijk zijn kans op winst groot. Hij ging (en gaat) ervan uit dat klimaatgevoeligheid lang niet zo groot is als het IPCC vermoedt. En in die klimaatmodellen met hun alsmaar stijgende lijn, had (en heeft) hij geen enkel vertrouwen, die zagen tenslotte ook de afvlakking van de temperatuurstijging sinds 1998 niet aankomen. Maar na een paar jaar anticipeerde hij toch op een nederlaag, zij het een nipte en in zijn  ogen weinig betekenende nederlaag.

Ik was benieuwd hoe de beide heren op hun weddenschap terugkijken en vroeg ze om een reactie. Hans Labohm schreef het volgende:

Uiteraard allereerst mijn gelukwensen aan Bart Strengers dat hij onze weddenschap heeft gewonnen.  We hebben afgesproken dat we dat op gepaste wijze met een aantal protagonisten en antagonisten van AGW (AGW = ‘Anthropogenic Global Warning’) onder het genot van een allesbehalve eenvoudige doch voedzame maaltijd (en bijbehorend geestrijk vocht) zullen vieren.

Aanvankelijk was ik aarzelend over onze weddenschap. Waarom? De wetenschappelijke waarde daarvan is nihil. Voorts is er een gouden regel onder economen wat betreft voorspellingen:

‘The golden rule of economic forecasting is to never provide both a number and a date. If you provide one without the other, you can never be proven wrong. Provide only a number and you can always defend the number by arguing that not enough time has passed. …’

Maar goed, ik heb gezondigd tegen deze gouden regel en moet nu op de blaren zitten. Toch heb ik altijd geschreven dat ik het voorstel van Bart per saldo positief en leuk vond. Het is een speelse manier om een – niet onbelangrijk – thema onder de aandacht van een breed publiek te brengen. En dat is bijzonder goed gelukt. Zie bijvoorbeeld – de overigens wat minder speelse – discussie op Sargasso, waarbij de daaraan deelnemende broeikasgelovigen niets hebben nagelaten om, zoals één van hen zo treffend opmerkte: ‘als gehele gemeente alhier over elkaar heen [te struikelen] om Labohm als leugenaar aan het kruis te nagelen.’ Wat zou ik daarvan moeten zeggen? ‘Ils ne sont pas Charlie!’

Maar daarnaast vallen er ook nog wat andere kanttekeningen te plaatsen. De marge waarmee Bart heeft gewonnen is erg klein: 0,1 graad Celsius volgens de UAH-meetreeks. Ook al kan een mens dat verschil niet voelen, het is toch significant, want de auteurs van de reeks (Christy en Spencer) claimen een nauwkeurigheid van 0,03 graden Celsius. Hadden we een andere reeks genomen, dan had ik nog steeds verloren, maar dan zou het verschil ruim binnen de onzekerheidsmarge hebben gelegen. Voor de metingen van de grondstations komt men in de literatuur een onzekerheidsmarge van 0,1 graad C of meer tegen. Maar daarop hebben we niet gewed. Pech voor mij dus!

Indiceert de uitkomst van onze weddenschap nu dat er sprake is van voortgaande opwarming? Die conclusie lijkt mij voorbarig. Op Climategate.nl schreef ‘Honest Broker’ daar onlangs over:

‘Wat er toe doet is hoe de lange termijn zich verhoudt tot wat klimaatmodellen suggereren. Richard Tol tweette over een commentaar in Nature van September 2013 van John Fyfe, Nathan Gillet en Francis Zwiers – allen toonaangevend met een lange staat van dienst op het gebied van klimaatstatistiek – dat klimaatmodellen het toch echt (98%) bij het onjuiste eind lijken te hebben omtrent langetermijn trends in temperaturen. Een jaar zoals 2014 dat vergelijkbaar warm is met de afgelopen 10-15 jaar bevestigt die conclusie in plaats van dat het die conclusie ontkracht. …

De laatste jaren zijn schattingen van klimaatgevoeligheid stevig onder de loep genomen. Een serieus aantal publicaties komt bij nadere beschouwing op een significant lagere klimaatgevoeligheid dan lang is aangenomen (incl. IPCC). En er is en blijft een handjevol publicaties dat op een extreem lage gevoeligheid uitkomt (<< 1 Celsius/2xCO2). Zie bijvoorbeeld de recente publicatie van Monckton & co (niet suggererend dat die studie juist is, maar dat is een andere discussie). Los nog van de vraag of het concept klimaatgevoeligheid wel zinnig is (ook daarover bestaan diverse publicaties). Hoe dan ook, voor klimaatgevoeligheid geldt dat een extra jaar dat vergelijkbaar is met de afgelopen 10-15 jaar weinig aan schattingen van klimaatgevoeligheid verandert.’

Aldus Honest Broker. Ik sluit mij daar graag bij aan.

Daarop reageerde Bart Strengers, die op de website van het PBL uitleg geeft over zijn overwinning, als volgt:

Ik dank Hans voor zijn felicitaties, maar ik voeg er meteen aan toe dat ik, zoals ik in 2009 al schreef, liever dik verloren had. Waarom? Omdat dat een aanwijzing zou zijn geweest dat het wellicht meevalt met die opwarming.

In plaats daarvan nam ik eind 2010 al meteen een grote voorsprong, want dat jaar was een mondiaal record in alle belangrijke oppervlaktereeksen (CRU, NASA en NCDC) en bijna een record volgens UAH, de satellietreeks op basis waarvan Hans deze weddenschap wilde aangaan. De warmte in het jaar 2010 werd mede veroorzaakt door een tamelijk sterke El Niño, een verschijnsel in de tropische westelijke Stille Oceaan waardoor veel warmte vrijkomt en die de mondiale temperatuur tot 0,2 graden kan doen opjagen. Maar ook het laatste jaar van de weddenschap, 2014, eindige wederom met een mondiaal record in de oppervlaktereeksen (en overigens ook voor Nederland en Europa), maar dit keer zonder het versterkende effect van een El Niño. In de satellietreeks van UAH kwam dit minder tot uiting om de simpele reden dat satellietreeksen ‘overgevoelig’ zijn voor El Niños doordat ze niet de oppervlaktetemperatuur in beschouwing nemen, maar de hele lage troposfeer (afhankelijk van waar je bent op aarde is dat ongeveer de onderste 5 km van de atmosfeer).

Het is sportief dat Hans mij (en een aantal anderen) heeft uitgenodigd voor een etentje, waarvan de NOS verslag zal doen, en waarbij hij mij ‘de mooie fles wijn’ zal overhandigen, maar het zou nog sportiever zijn als hij de marge waarmee ik heb gewonnen niet zou bagatelliseren. Hij doet voorkomen alsof een opwarming van 0,1 graden over vijf jaar vrijwel niets is, maar het past in een ononderbroken opgaande trend sinds de jaren 70, in weerwil van wat sceptici ons steeds weer willen doen laten geloven: dat het sinds 1998 niet opgewarmd zou zijn. Los van het feit dat dit alleen het geval lijkt te zijn als je uitsluitend wenst te geloven in de satellietreeksen is dit een manier van kijken die door ‘SkepticalScience’ ook wel wordt aangeduid met de term ‘escalator’, oftewel hoe je de wereldwijd stijgende temperatuurtrend kunt opbouwen uit een opeenvolgende verzameling van dalende reeksen.

Vijf jaar geleden schreef ik dat ik hoopte te verliezen, maar dat de wetenschappelijke inzichten de kans daarop niet erg groot zouden maken. Helaas is dat nog steeds het geval, en ik denk dat de kans dat ik een zelfde weddenschap weer zou winnen eigenlijk alleen maar groter is geworden. Maar ik vermoed dat Hans ook dan zou blijven beweren dat er niks aan de hand is. Ik vraag me soms af hoeveel gletsjers er moeten smelten, hoe ver de zeespiegel moet stijgen, hoeveel Noordpoolijs moet verdwijnen, en hoe hoog de temperatuur moet oplopen voordat sceptici zoals Hans geloven dat er wel degelijk iets aan de hand is.

Ten slotte vroeg Labohm nog om een korte reactie. Hij schreef:

Ik heb kennis genomen van de reactie van Bart. Ik kan daarin wel een eind meegaan, maar op belangrijke punten ook niet. In ieder geval toont die aan dat de discussie nog niet is afgelopen. Ik verheug mij op het vervolg.

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.