Dichten in cupmaten

Een heuse sonnettenkrans schreef Ilja Leonard Pfeijffer als poëzieweekgeschenk. Dat zal al die mensen leren, die denken dat moderne poëzie nooit meer rijmt en vormeloos moeilijk doet. Hier is de vorm nadrukkelijk aanwezig, alles wat een sonnet behoort te hebben, hebben deze. En dan begint elk gedicht ook nog met de laatste regel van het voorgaande en bestaat het vijftiende sonnet uit al die eerste regels. Knap werk.

Net als in Jacques Perks Mathilde-cyclus, de beroemdste sonnettencyclus uit ons taalgebied, is in Pfeijffers krans de vrouw, die de Liefde met een hoofdletter moet vertegenwoordigen, het onderwerp. Deze ideaalgestalte wordt nagejaagd, deels gevonden in schijngestalten (‘Op elke website wist ik jou te heten./ Daar was je Foxxy, Peachez, Roxxy Love,/ Ivana Fuckalot of Trixxie Dove’) tot er een echte vrouw haar intrede doet. Daar is de ideaalvoorstelling niet tegen bestand.

Echte vrouwen maken het leven moeilijk (‘Jij wilde ontbijten./Je strooide crackers onder met verwijten’). Het dromerige wezen dat een man nu eenmaal is, houdt het niet uit met de nuchterheid van een vrouw (‘Een man moet bouwen aan zijn vliegmasjien/van klei en plakband, die geen vrouw mag zien./Ze zou over iets praktisch gaan beginnen’). De conclusie is snel getrokken: ‘Ik kan je slechts als fantasie beminnen’ en dus wordt zij, versierd met de bekende dichterlijke topoi van eeuwige jeugd en eeuwige schoonheid, omgezet in poëzie. Waarbij de dichter de geliefde nog opbeurend toefluistert: ‘Ik maak je mooier, maak je maar geen zorgen./ Ik dicht er zo een hele cupmaat bij.’

De krans is getiteld Giro giro tondo, (Draai draai rond), een Italiaans kinderliedje waarbij de kinderen in een kring rondhuppelen, zingend dat de wereld aan stukken valt, en bij de laatste regel vallen ze op de grond. Net zoals deze liefde doet. Tegelijkertijd slaat dit ronddraaien natuurlijk ook op de vorm van deze reeks, die in zichzelf ronddraait, en vast ook op de tijd die steeds weerkeert met almaar dezelfde thema’s: een man die niet tot echte liefde in staat is, de tegenstelling tussen ideaal en praktijk.

Het is allemaal niet erg belangrijk, maar wel speels en virtuoos, al is de dichter niet steeds ontsnapt aan de stoplap en de rare regel. De meeste regels zijn juist geestig.