Deze kwal kiest zijn eigen koers

Kwallen drijven niet zomaar met alle stromen mee. Ze zwemmen om te voorkomen dat ze stranden.

Een bloemkoolkwal in het aquarium van Duisburg.
Een bloemkoolkwal in het aquarium van Duisburg. Foto EPA/Roland Weihrauch, Beeldbewerking NRC.

„Kwallen zijn geen zakken slijm, overgeleverd aan de stroming.” Zo vat zeebioloog Sabrina Fossette de conclusies van haar onderzoek samen. Samen met een internationale groep biologen ontdekte ze in Frankrijk dat bloemkoolkwallen tegen de stroom in zwemmen om te voorkomen dat ze stranden. Hun resultaten verschenen gisteren online in Current Biology.

Bloemkoolkwallen (Rhizostoma pulmo, ook wel zeepaddestoelen genoemd) zijn grote kwallen die ook aan de Noordzeekust veel voorkomen. Door hun formaat leenden ze zich voor een ongewoon onderzoek: de biologen deden 18 kwallen een riempje met sensoren om. De ‘dataloggers’ hielden bij hoe snel de kwallen zich verplaatsten en wat hun lichaamshouding was. Ook voeren de biologen dagenlang langs de Franse kust bij La Rochelle, en noteerden de beweegrichting van 844 kwallen.

Toen was duidelijk: de kwallen drijven niet, ze zwemmen. En ze doen dat met een bescheiden gangetje van gemiddeld 180 meter per uur, of het nou eb is of vloed. Het zou zonder sensoren niet eens opvallen, want zeewater stroomt veel sneller. Vanaf hun boot zagen de biologen dat de kwallen ook regelmatig tegen de stroom in zwommen, vooral als het eb was en de kwallen in ondiep water beland waren.

Het zwemmen is volgens Fossette „cruciaal” om een school kwallen bijeen te houden. Zonder te zwemmen zouden de bloemkoolkwallen ook vaker aanspoelen. Fossette en haar collega’s simuleerden kwallen die óf zelf zwommen óf passief met de stroom meedreven. Na drie virtuele maanden waren er subtiele verschillen tussen de twee kwallenzwermen: de zwemmers strandden minder, en bleven dichter bijeen.