Crisis in Jemen: president stapt op

Het toch al instabiele Jemen is gisteren in een nieuwe politieke crisis beland door het aftreden van president Abd-Rabbu Mansour Hadi. De president besloot op te stappen na de dagenlange belegering van zijn paleis door shi’itische Houthi-rebellen in de hoofdstad Sana’a.

De Houthi’s bezetten gisteren het paleis en maken feitelijk de dienst uit in Sana’a. Ook het parlement, dat zondag in spoedzitting bijeen wil komen, is sinds vannacht omsingeld door Houthi-strijders.

In de zuidelijke stad Aden, waar Hadi veel aanhang geniet, werd met woede gereageerd op diens aftreden. Lokale bronnen meldden diverse explosies en aanvallen op militaire voertuigen in de stad.

Behalve Hadi diende ook de regering haar ontslag in. De belangrijke chef van de inlichtingendienst Ali Hassan al-Ahmedi besloot eveneens op te stappen. Hun woningen in Sana’a zijn omsingeld door Houthi-strijders.

Voor de belangrijkste bondgenoot van de Jemenitische regering, de Verenigde Staten, vormt het nu ontstane politieke vacuüm een zware tegenslag. Washington had gehoopt samen met de regering de lokale tak van Al-Qaeda terug te dringen. Nog maar vier maanden geleden roemde president Obama Jemen als een voorbeeld, wegens de „succesvolle” samenwerking tegen het terrorisme.

Het in Jemen gevestigde Al-Qaeda wordt op het Arabisch schiereiland ook in verband gebracht met de recente terroristische aanslagen in Parijs. Zowel de daders als Al-Qaeda bevestigden dat ze hebben samengewerkt. Ook staat vast dat ten minste een van de daders in Parijs in Jemen bij Al-Qaeda is geweest. Onduidelijk is echter hoe nauw er in de praktijk is samengewerkt.

Hadi werd in februari 2012 als president beëdigd. Hij beloofde een dialoog aan te gaan met alle politieke krachten en de veiligheid te herstellen. De onrust bleef echter groot.

De regering van premier Bahah bestond uit technocraten en politici uit een breed scala aan partijen. Zij werd in november benoemd en kreeg nog onlangs het vertrouwen van de parlementariërs.

De invloed van het parlement en andere instituties is echter gering in een land waar gewapende macht vanouds zwaarder weegt.