Opinie

Auschwitz herdenken in een ijzig klimaat

Zelfs de erkenning van president Poetin dat hij zich schaamde was geen groot nieuws. De herdenking van de bevrijding van vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, in 1945 door het Rode Leger, verliep tien jaar geleden zonder veel rumoer.

Alleen de Amerikaanse vicepresident Cheney veroorzaakte enkele opgetrokken wenkbrauwen. Terwijl alle andere hoogwaardigheidsbekleders stemmige donkere jassen en hoeden droegen voor deze plechtigheid in de open lucht, zat Cheney op de eerste rij in een olijfgroene parka met witte bontkraag en een skimuts met de tekst ‘Staff 2001’ op z’n hoofd. Meer iets wat je aantrekt als je gaat sneeuwruimen, hoonde The Washington Post.

Maar er viel die dag geen onvertogen woord, daar in het zuiden van Polen, waar militairen van de Sovjet-Unie zestig jaar eerder het beruchte naziconcentratiekamp hadden aangetroffen. Meer dan een miljoen mensen had Hitlers Duitsland daar vermoord, voor het overgrote merendeel Joden, per trein aangevoerd uit heel Europa en in het kamp vergast, doodgeschoten of bezweken aan ziekte, uitputting of medische experimenten.

De Russische president Poetin had eerder op die januaridag in 2005 in Krakau verklaard dat ook in zijn land nog altijd antisemitisme en xenofobie voorkomen – „en daar schaam ik me voor”. Het leverde hem een langdurig applaus op. Maar hij haalde er weinig krantenkoppen mee, zoals de hele herdenking weinig aandacht trok, hoe waardig en eendrachtig die ook verliep.

Tien jaar later is alles anders. Het is inmiddels weer oorlog in Oost-Europa. En de verhoudingen tussen Rusland en het Westen zijn in decennia niet zo slecht geweest. Dat zie je overal terug. Dinsdag wordt de bevrijding van Auschwitz opnieuw herdacht, maar Poetin zal er niet bij zijn. Omdat hij geen officiële uitnodiging heeft ontvangen, zegt zijn minister van Buitenlandse Zaken gepikeerd. Maar geen enkel staatshoofd heeft een officiële uitnodiging gekregen, zegt het organiserende Auschwitz-Birkenau Museum.

Hoe het ook zij, de Duitse, de Franse en de Oekraïense president komen wel. Uit Nederland komen de koning en de premier. De Verenigde Staten sturen de minister van Financiën. En Rusland, erfopvolger van de Sovjet-Unie, het land dat Auschwitz op 27 januari 1945 heeft bevrijd, zal slechts op ambassadeursniveau zijn vertegenwoordigd.

Extra verbolgen is Rusland door een uitspraak van de Poolse minister van Buitenlandse Zaken Schetyna, die woensdag zei dat Auschwitz eigenlijk door Oekraïense militairen werd bevrijd. Woedend noemde Moskou dat een bewijs van „anti-Russische hysterie”, cynisch en respectloos jegens de geschiedenis én jegens de mensen die zijn gesneuveld in de strijd tegen het fascisme. In het Sovjetleger dienden immers Russen, Oekraïners, Tsjetsjenen, Tataren, Georgiërs en andere nationaliteiten.

Zó bitter is het klimaat dat de Oekraïne-crisis in Europa heeft veroorzaakt, dat zelfs rond een herdenking van Auschwitz, hét symbool van de Holocaust, politiek geharrewar tussen landen ontstaat. En dat Polen, zich zeer goed bewust van alle gevoeligheden van de Tweede Wereldoorlog, het waagt Rusland zo diep te beledigen.

Rusland ondertussen speelt nog altijd geen open kaart over het antisemitisme dat in de Sovjet-Unie heerste. En wie Rusland nu dwars zit, bijvoorbeeld in Oekraïne, krijgt al snel het etiket ‘nazi’ opgeplakt – over hysterie en gebrek aan respect voor de geschiedenis gesproken. In het Westen vergelijken politici en media op hun beurt Poetin met Hitler.

De geschiedenis is altijd politiek gebruikt. Maar zeventig jaar nadat Auschwitz werd bevrijd, blijkt zelfs een waardige herdenking van de grote schandvlek van de mensheid te veel gevraagd.