Arbeider, blijf thuis en lees een mooi boek

Begin twintigste eeuw bouwde een groep linkse architecten mooie arbeiderswoningen die tot beter gedrag van de bewoners moesten leiden. Die bouwstijl kende vele invloeden, tot aan Indonesische kunst toe.

V.l.n.r: Chris van Geel: catalogus Internationale Hygiëne Tentoonstelling, 1921; Jessurun de Mesquita: Wendingen nr 1, 1931 (boven); Fokko Mees: Wendingen nr 10, 1925; L. Zwiers: Kleine Woningen, 1923
V.l.n.r: Chris van Geel: catalogus Internationale Hygiëne Tentoonstelling, 1921; Jessurun de Mesquita: Wendingen nr 1, 1931 (boven); Fokko Mees: Wendingen nr 10, 1925; L. Zwiers: Kleine Woningen, 1923 Foto’s uit besproken boek

Over de architecten van de Amsterdamse School wordt al heel lang steevast verteld dat ze de ramen van hun woningen zo hoog plaatsten dat de bewoners er niet uit konden hangen. Uit het raam hangen was een slechte gewoonte van vooral arbeidersvrouwen waaraan de architecten een einde wilden maken, zo gaat het verhaal.

In zijn monumentale studie Amsterdam, het mekka van de volkshuisvesting liet architectuurhistoricus Vladimir Stissi al zes jaar geleden zien dat er geen enkel bewijs is voor dit verhaal. Hij vermoedde dat het de wereld in geholpen was door H.Th. Wijdeveld (1885-1987), een Amsterdamse-Schoolarchitect die geen gebrek aan fantasie had en ook hield van grappen.

Veel heeft Stissi’s boek niet geholpen: de mythe over de hoge borstweringen in Amsterdamse-Schoolwoningen leeft nog altijd hardnekkig voort, getuige bijvoorbeeld de artikelen over de Amsterdamse School op de site van het eerbiedwaardige Stadsarchief Amsterdam.

Waar is wél dat de Amsterdamse-Schoolarchitecten vaak links georiënteerde idealisten waren. In opdracht van woningbouwverenigingen als Eigen Haard bouwden ze ‘paleizen voor arbeiders’, zoals het expressionistische Het Schip van Michel de Klerk in Amsterdam. En waar is ook dat, zoals zo vaak, hun idealisme gepaard met een zeker paternalisme.

Het was hun bedoeling dat de mooie arbeiderswoningen zouden leiden tot beter gedrag van de bewoners, schrijven Ton Heijdra en Regien Stolp in Boekbeeld. De Amsterdamse School in omslagen en boekbanden: ‘Daarom wilde men de arbeider kennis laten maken met kunst en cultuur. De arbeider moest niet meer naar de kroeg maar thuis bij zijn gezin zijn.’

Een van de dingen die de arbeider thuis moest doen, was lezen. Om dit te bevorderen, wierpen de ontwerpers van de Amsterdamse School zich ook op de vormgeving van boeken. In de negentiende eeuw stelde de vormgeving van het Nederlandse boek niet veel voor, schrijven Heijdra en Stolp in hun mooie, door Jacques Overtoom vormgegeven boekje over Amsterdamse-Schoolboeken waaraan nu in Het Schip ook een tentoonstelling is gewijd. Boekbanden waren vaak kopieën van exemplaren uit Duitsland en Oostenrijk.

Maar omstreeks 1900 bood de massaproductie van boeken door nieuwe (druk)technieken ongekende mogelijkheden voor ontwerpers. Hiervan maakte de boekontwerpers van de Amsterdamse School, onder wie opvallend veel vrouwen (Tine Baanders, Ella Riemersma en Fré Cohen), volop gebruik.

Maar de nieuwe boekproductie leidde ook tot een terugkeer naar het ambachtelijke boeken maken. Zo werden de pagina’s van het tijdschrift Wendingen (1918-1931) bijeengehouden door raffiadraad.

Niet alle boeken in Boekbeeld behoren strikt genomen tot de Amsterdamse School. Zo staan er ook boekbanden in van de architect H.P. Berlage, wiens werk meestal ‘rationalistisch’ wordt genoemd. Silhouetten van Lite Engelberts uit 1909 heeft van een onbekende ontwerper een onvervalste Art-Nouveau-pauw op de voorkant gekregen. En het omslag van Kleine Woningen van architect L. Zwiers is gesierd met een door Zwiers zelf gemaakte compositie van rode en zwarte rechthoeken die ook heel goed van een lid van De Stijl zou kunnen zijn.

Beter dan de architectuur maken de boekbanden duidelijk dat de Amsterdamse School tal van invloeden kende. Berlage’s rationalisme, Art Nouveau, theosofie, Indonesische kunst, symbolisme en niet te vergeten expressionisme komen erin samen. Maar juist door die diversiteit is de Amsterdamse School ‘paradoxaal genoeg een heel eigen stijl’, merken de auteurs op in de inleiding.