Wat gaan de inwoners van Bodo doen met al dat geld?

Visser Gaagaa Gidom kijkt naar de gelekte olie op het water. Foto AFP
Visser Gaagaa Gidom kijkt naar de gelekte olie op het water. Foto AFP

John Labari Gbara woont met zijn gezin in een tweekamerwoning van leem, maar niet meer voor lang. Hij en zijn vrouw verwachten binnenkort omgerekend zo’n 15.000 euro op hun bankrekening: meer dan de visser uit Bodo in de Nigerdelta ooit bij elkaar heeft gezien. „Van dat geld gaan we op deze plek een echt huis bouwen, van steen”, zegt de boomlange Nigeriaan met een brede glimlach. De rest gaat naar de opleiding van de kinderen.

Het bedrag is onderdeel van de schikking die de Nigeriaanse dochtermaatschappij van Shell vorige week trof met de vissersgemeenschap in Bodo, die ernstig werd getroffen door twee olielekken in een Shell-pijplijn in 2008 en 2009. Daarmee koopt het bedrijf de rechtszaak af die de bewoners in Engeland hadden aangespannen.

Ter compensatie ontvangen 15.600 mensen – pakweg een kwart van de gemeenschap – een persoonlijke schadevergoeding van zo’n 3.000 euro. Alleen voor de jongste van zijn vier kinderen krijgt Labari Gbara dit bedrag niet, omdat die destijds nog niet geboren was.

Anderhalf jaar geleden, bij een eerder bezoek van deze krant aan Bodo, stond Labari Gbara’s gezicht nog op somber. In de nacht van 28 augustus 2008 was zijn wereld in elkaar gestort. Toen barstte de Trans Niger pijplijn, die sinds de jaren zestig voor Shell 150.000 vaten aardolie per dag door de Nigerdelta pompt.

Sinds die milieuramp kon de visser niet meer in het onderhoud van zichzelf en zijn gezin voorzien. In zijn huis vlakbij het besmeurde strand vertelde hij hoe pikzwart hij hun toekomst zag, omdat niemand zich iets van het lot van de slachtoffers leek aan te trekken.

Ruim zes jaar na het eerste olielek lijkt er nu iets te gebeuren. Behalve de compensatieregeling belooft Shell binnen een paar maanden te beginnen met het opruimen van de olie die inmiddels diep in het slik van het mangrovegebied is gezakt, een klus die jaren in beslag zal nemen.

Desastreus voor de gemeenschap

De olieramp was desastreus voor de vissersgemeenschap in Bodo. Het dagelijks leven ging volledig overhoop. Niet alleen stierf het leven in het water, waardoor in een klap de bodem werd weggeslagen onder het bestaan van de vrouwen die leefden van de oogst van alikruiken die ze opgroeven bij laag tij en van de mannen die bij hoog tij met hun bootjes de kreek opgingen om te vissen. Ook wilde de cassave van de keuterboeren in het kustgebied niet meer groeien.

Kinderen die vlak aan het strand woonden, dat sinds het olielek ruikt alsof er een weg wordt geasfalteerd, kregen gezondheidsproblemen. De metselaars konden de schelpen waarmee ze funderingen verstevigden niet meer gebruiken, omdat ze vervuild waren en daardoor het cementmengsel verzwakten. En de dorpshoutsnijder zag de bomen in zijn achtertuin, geplant om nieuwe beelden uit te houwen, met hun wortels in de olie wegkwijnen.

Charity Gana, die vroeger de kost verdiende met het verzamelen van alikruiken, verwacht 3.000 euro op de bankrekening die ze opende met hulp van de advocaten. Haar kroost komt niet voor compensatie in aanmerking: die geldt alleen voor kinderen zoals die van visser John Labari Gbara die direct aan de kust wonen. Dat geld kunnen de ouders zich trouwens niet zomaar toe-eigenen. Jaarlijks mogen ze er 250 euro van opnemen ten bate van de school en gezondheid van het kind.

Voor Gana is 3.000 euro meer dan een jaarinkomen, maar het zal haar leven niet veranderen. „In vergelijking met wat ons is aangedaan, is dit geld maar een heel klein beetje”, zegt ze. Ze kan er enkel de oudste van haar zes kinderen van naar de universiteit sturen, in de hoop dat deze zoon een goede baan vindt, zodat hij de opleiding van zijn broers en zussen kan betalen en zijn oude moeder kan ondersteunen. „Uiteindelijk telt niet het geld, maar de schoonmaak van onze kreek. God schonk Bodo de zegen van de natuur. Die moet aan ons worden teruggegeven.”

Inemo Samiama maakt deel uit van het team dat onder leiding van de voormalige Nederlandse ambassadeur voor Nigeria Bert Ronhaar onderhandelt tussen de gemeenschap en Shell over herstelwerk. Samiama verwijst naar de olieramp in de Golf van Mexico in 2010 waarvoor oliebedrijf BP minstens zo’n 8,5 miljard euro compensatie moet betalen. In vergelijking daarmee is de Bodo-deal van 70 miljoen euro een schijntje. „Er wordt nog altijd met twee maten gemeten”, zegt hij.

Toch noemt Samiama de schikking een doorbraak. Voor het eerst gaat in Nigeria geld direct naar getroffen burgers, in plaats van naar de regering of lokale chiefs die vervolgens een groot deel in eigen zak steken. Bovendien toont het volgens hem aan dat doorzettingsvermogen en harde bewijzen een multinational kunnen doen luisteren naar het leed van Afrikaanse dorpelingen: „Een les voor elke gemeenschap die wordt getroffen door zo’n milieuramp.”

Wat gaan de inwoners van Bodo doen met het geld? De jongemannen op het Tene-Ol strand zeggen dat ze ermee naar de universiteit willen. Een visser overweegt de aanschaf van een motor voor zijn boot.

Van de hangjongeren op de kruising zegt er eentje te gaan trouwen met de vrouw met wie hij een kind van vijf heeft. Een ander wil een loodgieterszaakje beginnen en een derde gaat er de training mee betalen die moet resulteren in een internationale voetbalcarrière.

De jonge vrouw die voor het huis pinkgrote visjes zit schoon te maken zegt een kapperszaak te willen, de moeder met baby achter haar kraampje langs de weg gaat sparen voor het onderwijs van haar kind.

Niet iedereen kan zulke toekomstplannen maken. Op het bordes van het huis van vrienden zit Michael Bagbi. Hij doet er het zwijgen toe. De visser behoort niet tot de 15.600 cliënten namens wie advocatenkantoor Leigh Day de rechtszaak aanspande, en krijgt dus ook geen persoonlijke vergoeding.

Niet iedereen gunt het elkaar

Intekening gebeurde op basis van je kiezerspas. Naar eigen zeggen bezat hij er wel eentje, maar was deze niet in het centrale systeem geregistreerd en viel hij daarom buiten de boot. Hij is niet de enige: sommigen meldden zich niet, omdat ze niet geloofden in de rechtszaak, anderen konden niet bewijzen dat ze uit Bodo kwamen.

Uitsluiting was onvermijdelijk, zegt voorzitter Sylvester Kogbara van de Bodo Council of Chiefs and Elders, omdat Shell alleen de kiezersregistratie accepteerde als bewijs dat iemand daadwerkelijk uit Bodo komt.

De voorzitter geeft toe dat dit haat en nijd kan opleveren in de kleine gemeenschap, maar hij wijst op het andere deel van de schikking. De gemeenschap zal 25 miljoen euro ontvangen voor algemene voorzieningen zoals scholen, een ziekenhuis en wegen. Daar profiteert iedereen van.

Kogbara erkent dat de 3.000 euro per persoon niet in verhouding staat tot de schade, maar zegt dat de gemeenschap besloot het bedrag te accepteren om haar goede wil te tonen en opdat de schoonmaak eindelijk kan beginnen. „Wij hebben ons van onze redelijke kant laten zien. Nu is het aan Shell de beloftes na te komen en de rotzooi op te ruimen, zodat de kreek schoon genoeg is en iedereen zijn oude werk weer kan oppakken.”