Stilleven met penis en pijlenkoker

Het begon met zijn eigen piemel. Zijn docent op de kunstacademie in Den Bosch had gezegd dat hij eens een onderwerp moest kiezen waar hij nerveus van werd, en Koes Staassen (1985) besloot dat zijn eigen lichaam zo’n onderwerp was.

Hij keek naar beneden en tekende wat hij zag. Later volgden de geslachtsdelen van andere jonge mannen, en op den duur ook ruimere uitsnedes van hun blote lijven.

Bij naakte vrouwen zou Staassen zich als homo misschien nog ongemakkelijker voelen, maar door de keuze voor mannelijke modellen speelt er in het ongemak een erotische spanning mee. Niet dat de modellen allemaal homo zijn, of dat de schildersessies om seks draaien. Het steekt subtieler in elkaar.

Bij het werken draait Staassen eindeloos om de mannenlijven heen en decoreert ze met linten, touw en kettingen. Met parels, pijlen, handschoenen en doorntakjes. De piemels worden zo onderdelen van stillevens. Die fotografeert hij en op basis van de foto’s maakt hij heel precieze tekeningen – liefkozingen in lijnen.

Jammer van die foto als tussenstation, maar je kunt een model nu eenmaal niet dagen of weken in levenden lijve aftasten met je potlood, uur na uur turend naar zijn huid, haartjes, tepels en plooien.

Dus de foto komt eerst en het tekenen komt later. Waarbij Staassen soms ook nog fantasie-elementen toevoegt. Op zijn tentoonstelling bij Galerie Cokkie Snoei is bijvoorbeeld een penis te zien met een naald door de balzak. En op zijn website staat een penis met twee flinterdun getekende wespen erop. Eentje kruipt er in de plooi tussen zak en dijbeen: het duurt niet lang meer of hij zit klem en gaat steken.

Het is een beeld waar de (mannelijke) kijker zenuwachtig van wordt. Zo weet Koes Staassen zijn eigen nervositeit op ons over te dragen. Dat hij dat in heel mooie, verzorgde tekeningen doet, maakt het alleen maar ongemakkelijker.