‘Sommige jihadverdachten krijgen na hun terugkeer met voorrang een sociale huurwoning aangeboden’

Dat zei journaliste Nikki Sterkenburg na de aanslagen in Frankrijk bij WNL’s Vandaag de Dag.

illustratie martien ter veen
illustratie martien ter veen

De aanleiding

De aanpak van teruggekeerde jihadisten in Nederland is onduidelijk, „tot nu toe is één jongen veroordeeld, maar inmiddels zijn er wel 30 teruggekeerd […] en sommigen krijgen gewoon met voorrang een sociale huurwoning aangeboden.” Dat zei Nikki Sterkenburg, journaliste bij Elsevier die regelmatig over radicalisering schrijft, een dag na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in WNL’s Vandaag de Dag.

Jihadisten, die na hun terugkeer voorrang krijgen op een sociale huurwoning omdat ze jihadisten zijn? „Dat kan toch niet kloppen”, mailde lezer Gert Koerts Meijer. We gaan het checken.

Waar is het op gebaseerd?

Sterkenburg had één bepaalde terugkeerder in haar hoofd, zegt ze aan de telefoon. „Die is naar Syrië vertrokken en toen hij terugkwam, kreeg hij met voorrang een woning aangeboden in de Haagse Schilderswijk.” Het zou gaan om een 21-jarige jihadverdachte, die volgens justitie een terreurtraining heeft gevolgd in Syrië en in verband wordt gebracht met een groep Haagse ronselaars en jihadstrijders. Hij wordt vervolgd door het OM en is voorwaardelijk vrij. Sterkenburg geeft de naam van de man. Ze verwijst ook naar een artikel in HP/De Tijd. Daarin wordt geciteerd uit een brief aan de gemeenteraad van Delft waarin staat dat teruggekeerden in die plaats worden geholpen met onder meer het vinden van een baan en huisvesting.

En, klopt het?

De gemeente Delft zegt in het artikel niet verder in te willen gaan op de kwestie. We bellen daarom de gemeente Den Haag, waar de bewuste Syriëganger een woning heeft gekregen. De gemeente mag niet ingaan op individuele gevallen, maar laat wel weten dat, net als in Delft, ook Haagse terugkeerders hulp krijgen bij de zogeheten resocialisatie. Daarbij wordt geprobeerd structuur terug te brengen in het dagelijks leven door ervoor te zorgen dat de terugkeerder werk krijgt of een opleiding kan volgen. Ook krijgen ze hulp aangeboden bij mogelijke problemen, zoals schulden. Het vinden van huisvesting kan daarin eveneens een rol spelen. Maar: „Terugkeerders krijgen in Den Haag geen voorkeursbehandeling bij de woningtoewijzing”, zegt een woordvoerder van de gemeente. Volgens hem is het wel mogelijk dat de persoon in kwestie om een andere reden een zogeheten urgentieverklaring heeft gekregen.

Wie in aanmerking wil komen voor een dergelijke verklaring moet aantonen dat er sprake is van een ‘levensbedreigende of levensontwrichtende situatie’, die alleen kan worden opgelost door te verhuizen, zo valt te lezen op de website van de betrokken woningcorporatie, Woonbron in Delft.

Net als de gemeente, mag ook de corporatie om privacyreden niet ingaan op individuele gevallen. Dus vragen we de betrokken terugkeerder zelf hoe het zit. Omdat hij verdacht wordt, noemen we zijn naam niet. „Het klopt dat ik een voorrangsverklaring heb gekregen”, laat hij in een e-mail weten. Hij schrijft dat hij en zijn vrouw en kind na zijn terugkeer naar Delft hevig werden lastiggevallen. „We hebben onder andere te maken gehad met bedreigingen, inbraakpogingen en héél veel media.”

Uiteindelijk deed het gezin aangifte bij de politie en is het samen met een begeleider van het UWV – „we hadden toen een uitkering, nu niet meer: we studeren beiden” – een gesprek met de woningbouw aangegaan. Omdat ze op hun oude adres werden lastiggevallen, kregen ze een urgentieverklaring waarmee ze mochten reageren op huizen in de regio Haaglanden. „Voor zover ik weet zijn er geen andere ‘jihadisten’ die ook met urgentie een woning hebben gekregen”, zegt de man.

Conclusie

Wat we zeker weten is dat één Nederlandse jihadverdachte in 2013 met voorrang een woning in de Haagse Schilderswijk heeft gekregen. Dit was echter niet omdat hij in Syrië was geweest, maar – zo zegt hij – omdat hij na zijn terugkeer in zijn oude huis hevig werd lastiggevallen.

Sterkenburgs uitspraak deed enigszins vermoeden dat sommige terugkeerders met voorrang een sociale huurwoning krijgen omdát ze terugkeerders zijn. Dat is niet het geval. Het klopt wel dat één terugkeerder om andere reden een urgentieverklaring heeft gekregen. We beoordelen de stelling daarom als: half waar.