Schilder, geef fotograaf credit

Gisteren een jaar geleden beschuldigde fotograaf Koos Breukel de schilderes Iris van Dongen van plagiaat. Hij herkende in de schets waarmee Van Dongen dong naar de opdracht voor het staatsieportret van koning Willem-Alexander, een portret dat hij had gemaakt. Dat liep met een sisser af. Zo niet de rechtszaak die fotografe Katrijn Van Giel aanspande tegen de schilder Luc Tuymans. Zij zag haar foto van de Vlaamse politicus Jean-Marie Dedecker terug in Tuymans’ schilderij A Belgian Politician (2011). Ze vroeg om erkenning. Tuymans liet weten dat hij daar niet aan kon beginnen. Zijn onderwerpen ontleent hij aan het publieke domein, stelde hij, en soms is dat een foto. Van Giel liet het er niet bij zitten. De juridische procedure die ze aanspande, is nu uitgelopen op een veroordeling voor plagiaat en een verbod om het schilderij nog te laten zien.

A Belgian Politician is even onmiskenbaar een schilderij van Tuymans als een versie van de foto van Van Giel. Zij zag iets bijzonders en legde het vast met haar camera. De schilder zag haar foto en maakte een schilderij. Dat had zonder die foto niet bestaan, maar plagiaat is het niet. Het is toe-eigening – een erkende methode, zie het werk van vele schilders, zoals Marlene Dumas, Gerhard Richter en Andy Warhol. Wat niet kan betekenen dat de schilder meer rechten heeft dan de fotograaf.

Ook fotografen doen aan toe-eigening, op hun manier. Een portret van een film- of popster is gebaseerd op het imago van degene die poseerde. Bij publicatie van de foto wordt de naam van de ster vermeld.

Deze zaak is onnodig hoog opgelopen. Van Giel vroeg aanvankelijk slechts erkenning. Dat Tuymans haar die weigerde, was bot en eigenlijk onbegrijpelijk. Hij had ter harte kunnen nemen wat fotografe Rineke Dijkstra vorig jaar in deze krant zei: „Een schilder kan alles schilderen en ik zit vast aan de werkelijkheid”, waarbij ze verwees naar een oogopslag die zij had gevangen en waar een schilder vervolgens gebruik van had gemaakt.

Nu zitten we met een veroordeling die ertoe kan leiden dat er geen schilderij meer op een foto kan worden gebaseerd zonder officieel contract van schilder en fotograaf. Bovendien is het laten zien van dit schilderij verboden, op straffe van een enorme dwangsom. Dat alleen al kan nooit de bedoeling zijn, want het raakt aan het wezen van de kunst: die bestaat immers om gezien te worden.

Een rechtszaak betekent grof geschut – dat moet voorkomen worden. De oplossing begint ermee de fotograaf ruimhartig credit te geven. Het schilderij wordt er niet minder om en de fotograaf voelt zich niet bestolen. Koos Breukel zegt vandaag in deze krant dat hij in dat geval al verguld was geweest met een bos bloemen.