Peter Pontiac heeft het niet af kunnen maken

Tekenaar Peter Pontiac is dinsdagavond overleden. Hij was ernstig ziek, daarover gaat het boek waaraan hij tot zijn dood werkte. Onze redacteur Dirk Limburg sprak een maand geleden met de tekenaar.

Pagina’s uit Peter Pontiacs onvoltooide boek Styx.
Pagina’s uit Peter Pontiacs onvoltooide boek Styx.

Dat zijn lever kapot was, was zijn eigen schuld. Dat hij afzag van een transplantatie was zijn eigen beslissing. Stoppen met de behandeling ook. Niet dat hij zich overgaf aan de dood, die nu binnen een paar maanden zou komen.

Peter Pontiac (echte naam Peter Pollmann, geboren in 1951) werkte tot zijn dood aan een beeldverhaal waarin zijn ziektegeschiedenis als een strip is weergegeven. Als het zou lukken dat boek af te maken, dan zou hij gewonnen hebben van de dood. Of minstens gelijkgespeeld, zei Pontiac eind december.

Het boek zal Styx heten, naar de rivier die in de Griekse mythologie de wereld van de doden van die van de levenden scheidt. De zesplankenkoorts is de ondertitel. Tachtig pagina’s waren vorige maand af. Sommige als potloodschets, andere in inkt getekend. Het zouden er zo’n honderdzestig worden, schatte Pontiac. Zijn uitgever Joost Nijsen van Podium vond dat hij snel met potlood het verhaal moest tekenen, daarna zou het altijd nog in inkt uitgewerkt kunnen worden.

Styx is anders dan het succesvolle Kraut (2000) geen graphic novel met veel tekst, maar een echt stripverhaal. Van wat er in december af was, geeft deze tekening de sfeer goed weer: de Dood als geraamte en Peter in een hemdje zijn aan het armworstelen. „It’s fun to compete”, staat er met grote letters boven. „Or not.” Zweet spat van de schedel van de dood. Peter kijkt verbeten terwijl in een zandloper op de voorgrond het bovenste glas flink leeg raakt.

De tekeningen in Styx zitten vol details, zoals altijd bij Peter Pontiac. Er is een hoofdelement dat perfect in een omgeving is geplaatst. Daaromheen subplots die zorgen dat langer kijken altijd wordt beloond. Ook in Styx verbergt Pontiac zijn humor en belezenheid niet. Evenmin als zijn romantische inborst, die ook aan de wieg stond van zijn heroïnegebruik, de oorzaak van zijn kapotte lever.

Zijn keuze voor drugs

Pontiac wist dat hij bij zijn volle verstand ooit de keuze voor die drug maakte, maar hij begreep ook de man of vrouw die ergens op Google een pamflet heeft gezet waarop rockmuzikant Lou Reed ‘wanted’ is voor de dood van velen. Want wat is er aantrekkelijker voor een artistieke jongen van een jaar of achttien dan als zoveel kunstenaars voor hem de zelfkant te verkennen? Zeker als eind jaren zestig Lou Reed met de Velvet Underground in I’m waiting for the man zo verleidelijk vertelt over het wachten op de dealer die altijd laat komt. En na het scoren zingt Reed: „I’m feeling good, I’m feeling oh so fine. Until tomorrow, but that’s just some other time.”

Zich overgeven aan de zalige lethargie van heroïne had voor Pontiac alle aantrekkelijkheid verloren, zei hij in december. Hij snakte naar energie om hard te werken. Maar aan het scoren op de Zeedijk bij de Surinaamse dealers dacht hij met genoegen terug.

Het is zo’n dertig jaar geleden dat Peter Pontiac heroïne gebruikte – met de geboorte van zijn dochter stopte hij – maar voor zijn lever was het te laat. Het gerommel met vieze spuiten maakte hem ziek. De afgelopen jaren werd hij behandeld voor hepatitis C en levercirrose, bracht vele maanden in ziekenhuizen of thuis in bed door en wachtte op een levertransplantatie. Als bijwerking zwol zijn buik soms op met meer dan tien liter vocht.

Hij was niet boos op zijn lever, zoals veel zieken. Zijn lichaam had hem altijd zonder veel problemen gediend en hij heeft het zijn lever ook niet gemakkelijk gemaakt. Sinds de diagnose in 2010 was alcohol vervangen door maltbier. Hij was blij dat zijn longen nog goed waren en rookte met genot de additievenvrije sigaretten van American Spirit (het logo van een vredespijp rokende indiaan lijkt door hem zelf getekend).

Geen verdere behandeling

Peter Pontiac waardeerde wat dokters en verplegers voor hem hebben gedaan. Hij heeft in ziekenhuizen tal van aardige mensen ontmoet, maar miste er de ruimte voor alternatieven. De erkenning dat lichaam en geest niet twee gescheiden zaken zijn. Dat de medische wetenschap niet alles kan verklaren, dat hun methoden soms grof zijn en ernstige bijwerkingen hebben. Toen hij nee zei tegen verdere behandeling, en daarmee ook tegen de levensverlengende levertransplantatie, was dat allemaal niet de reden. Wat hij echt onverdraaglijk vond, was het vooruitzicht om door complicaties maanden en misschien wel de rest van zijn leven tegen systeemplafonnetjes in ziekenhuizen te moeten aankijken. Die extra dagen leven zouden daar nooit tegenop kunnen wegen. Hij koos voor kwaliteit, de relatieve kwaliteit van zijn bestaan. Verzorgd door zijn vrouw in zijn vertrouwde huis en werkkamer in Amsterdam-West.

Peter Pontiac bewonderde Pieter Steinz die in NRC wekelijks literair verslag doet van zijn aftakeling als gevolg van de terminale ziekte ALS, zonder zijn humor te verliezen. Ook Styx zou veel scènes bevatten uit het leven van een zieke. Zoals een ligstoelenkring bij een arts in Friesland waar Pontiac aan het infuus ligt samen met dames uit de betere kringen die babbelen over hun auto’s.

De opbouw van zijn stripboek leende Pontiac van de beroemdste lijdensweg en doodstrijd uit de westerse beschaving, de kruisgang van Jezus. De 14 ‘staties’ of ‘stappen’ van de veroordeling en kruisdraging tot de dood van Jezus aan het kruis en zijn graflegging. In zijn boek laat Pontiac niet Jezus maar de dood de gang maken, en die draagt geen kruis maar een kist.

Het boek Styx is een verslag van zijn race tegen de deadline. Het afgelopen jaar kon hij door zijn ziekte minder werken dan hij hoopte. Om verlost te zijn van de noodzaak om geld te verdienen met opdrachtillustraties, suggereerde zijn dochter crowdfunding. Voor de site Voordekunst.nl filmde ze hem naast zijn terphut in Friesland, terwijl hij uitlegt waarom hij 17.500 euro nodig heeft. Dat bedrag was snel bereikt; de crowdfunding heeft uiteindelijk 28.455 euro opgebracht, geschonken door 384 mensen. Hoe minder zorgen over geld, hoe beter hij kan werken. Geld is tijd, zei Pontiac.

Hoeveel tijd hij had, wist Pontiac niet. Wel dat hij zou moeten doorwerken aan het boek dat hij inzet heeft gemaakt van zijn gevecht met de dood. „Als hij mij komt halen, heb ik hem al gehad. 1-1. Maar dan moet het boek wel af zijn. Anders wordt het 2-0 en dat gun ik de dood niet.”