Parijs stuit op grenzen terreurwet

Politici willen niet, net als VS, ‘moreel kompas’ kwijtraken. De diensten hebben al veel bevoegdheden

Een agent bewaakt een Parijse moskee. Na de terreuraanslag van 7 januari is de veiligheid aangescherpt.
Een agent bewaakt een Parijse moskee. Na de terreuraanslag van 7 januari is de veiligheid aangescherpt. Foto Reuters

De verleiding om na de terreurdaden in Parijs met nieuwe wetgeving of vrijheidsbeperkende maatregelen te komen is aan Frankrijk voorbijgegaan. De regering van premier Manuel Valls beperkt zich voorlopig tot het opschroeven van de inlichtingencapaciteit en stelt vooral groot vertrouwen in het onderwijs. Daar zouden ‘burgerschapslessen’ over de laïcité, de strenge Franse scheiding van kerk en staat, en herstel van het gezag van de docent vroege radicalisering moeten voorkomen.

Op de dag dat miljoenen Fransen de straat op gingen om hun geloof in de waarden van de republiek tot uiting te brengen, riep een oud-minister van Nicolas Sarkozy, de centrum-rechtse Valérie Pécresse, op tot het optuigen van een Franse ‘Patriot Act’ naar Amerikaans voorbeeld in de nasleep van de aanslagen in 2001. Nog voor ze kon toegeven dat ze eigenlijk niet wist wat er in die terreurwet staat – wat ze gedaan heeft – was ze al weggehoond.

Frankrijk gooit zijn burgerlijke vrijheden niet te grabbel, reageerden de rechtse oud-premiers Fillon en De Villepin. „De ervaring leert dat terroristische aanslagen bevorderlijk zijn voor het opgeven van democratische waarden”, schreef De Villepin. De Amerikanen verloren volgens hem na 11 september hun „morele kompas”. Alleen al daarom „is het onze plicht in naam van onze democratische waarden stand te houden tegen de oorlogsstemming”.

Maar achter die retoriek gaat een waarheid schuil die in Frankrijk weinig debat losmaakt: de vergaande bevoegdheden die Amerikaanse terreurbestrijders in 2001 kregen, staan voor een groot deel al in de Franse wet. „Frankrijk heeft afgelopen jaar al een van de meest invasieve, uitgebreide surveillancewetten van Europa ingevoerd en dat heeft de aanslag niet voorkomen”, sneerde NSA-klokkenluider Edward Snowden in Nieuwsuur. Door een lange geschiedenis van binnenlandse terreur, rond de Algerijnse oorlog en recenter met aanslagen in de jaren negentig in Parijs, hebben Franse veiligheidsdiensten mogelijkheden „die soms verder gaan dan de Patriot Act”, analyseerde inlichtingenexpert Frank Foley van King’s College in Londen in Britse media.

Toen Snowden zijn onthullingen over de Amerikaanse afluisterprogramma’s naar buiten bracht, was de kritiek in Frankrijk vergeleken met andere EU-landen lauw. Ook de Fransen bleken internet- en telefoonverkeer integraal te onderscheppen en de data lange tijd te bewaren. Om gericht verdachte personen te kunnen afluisteren, hoeven Franse opsporingsdiensten geen toestemming te hebben van een rechter. Valls beloofde in april met een nieuw wettelijk kader te komen.

Onder president Sarkozy scherpte Frankrijk vijf keer zijn terreurwetgeving aan, in november werd zonder noemenswaardige tegenstand de tweede nieuwe terrorismewet onder het presidentschap van François Hollande aangenomen. Frankrijk moet „pragmatisch zijn”, vatte een kopstuk van de Franse Groenen het sentiment gisteren samen. De nieuwste wet, die voorziet in een reisverbod voor potentiële terroristen en strengere straffen voor ‘verheerlijking van terreur’, was een reactie op de toename van het aantal Franse jihadisten in Syrië en Irak. In één jaar steeg hun aantal met 130 procent, zei Valls. Er moeten nu 3.000 mensen gevolgd worden, onmogelijk met de huidige middelen.

De voorstellen van Valls zijn daarom vooral gericht op het vergroten van de capaciteit. Er komen 1.100 nieuwe inlichtingenagenten bij om online en in het echte leven potentiële terroristen te surveilleren. 425 miljoen euro gaat in drie jaar naar betere wapenuitrusting en bescherming van de politie, een inkrimping met 7.500 man van het leger wordt teruggedraaid.

Voor de preventie breidt Frankrijk het programma van maatschappelijke stages uit en komt meer aandacht voor onderwijs. ‘Ambassadeurs van de laïcité’ moeten er de scheiding van kerk en staat uitdragen. Tien jaar geleden al rapporteerde een commissie dat moslimjongeren moeite hebben met het goddeloze publieke onderwijs, waar hoofddoekjes verboden zijn. Hollande: „Elk gedrag dat de waarden van de republiek of het gezag van de docent aantast, moet bij schoolleiding gemeld worden.”