Opinie

Ondernemersrisico

Voor jonge ondernemers die risico durven nemen, heb ik veel respect. Zomaar ergens een zaak(je) beginnen met als voornaamste kompas je zakelijke instinct en je smaak: je moet maar durven. De plannen kunnen nog zo mooi zijn, de verbouwing en het interieur nog zo geslaagd – eens breekt de eerste dag aan, en niet te vergeten al die dagen erna, waarop je met bevend hart moet afwachten wie erop afkomt.

Hoe moeilijk dat is, blijkt uit het aardige boekje Onzichtbare boeken van de jonge schrijver Thomas Heerma van Voss. Zijn broer Daan, ook schrijver, begon vijf jaar geleden met Daniël van der Meer en Reinjan Mulder (de eigenlijke oprichter) de uitgeverij Babel & Voss. Ze wilden fictie en non-fictie uitgeven, Nederlands en vertaald; uitsluitend boeken „die zij zelf zouden willen lezen”. Daan trok zich al na twee boeken terug waarop Thomas het van hem overnam. Daan had zich te veel geërgerd „aan de eindeloze randzaken. Eigenlijk: het uitgeven zelf”.

Thomas, toen een 20-jarige student Nederlands, werd (onbetaald) redacteur bij Babel & Voss. „Ze zouden het klein houden”, schrijft hij, „garant staan voor kwaliteit en in de verouderde boekenbranche zou hun uitgeverij als een van de eerste handig gebruikmaken van internet.”

Hun kantoor lag in een vervallen pand op de Wallen, naast de ingang hing een A4’tje met de tekst: Wij verstrekken geen methadon. Geen pand om Vargas Llosa of Modiano te ontvangen, maar dat hoefde voorlopig ook niet, een ondernemer moet geduld hebben.

In totaal gaven ze acht boeken uit, waaronder de gewaardeerde roman Zeezwijgen van de Duitse schrijver Nicol Ljubic. Sommige boeken kregen de nodige publiciteit, maar toch werd er onvoldoende op verdiend. De boekhandel kocht er te weinig in, de boeken bleven onzichtbaar. „Ze vonden het te riskant, een onbekende titel van een kleine uitgeverij”, constateert Heerma van Voss. Ook al bleef de uitgeverij officieel bestaan, de facto stierf ze een snelle dood.

Ik moest aan Babel & Voss denken, terwijl ik in een nieuwe Amsterdamse lunchzaak zat te eten: Kessens aan de Rozengracht in de Jordaan. Het Parool had er een enthousiast stukje over geschreven. En terecht, want het is een mooi ingerichte zaak met smakelijke lunchgerechten. Bovendien kun je er de befaamde ‘kroketten van (banketbakker) Holtkamp’ krijgen, wat niet verwonderlijk is, want de zaak wordt gedreven door zoon Casper Holtkamp en zijn Zweedse vrouw Anna Kessens.

In dit pand zat vroeger een schemerige pizzeria waarin ik nooit een voet heb gezet. Ernaast ligt een groentezaak die de deuren zojuist definitief gesloten heeft; er sneven veel zaken en zaakjes in de Jordaan. En dan toch met veel elan en overtuiging een nieuwe zaak uit de grond stampen: dat is ondernemersmoed.

In de week voor Kerstmis zag ik dat het er tijdens het middaguur al druk was. Waarom leek Kessens te lukken wat Babel & Voss niet lukte? Als ik dat wist, zou ik geen columnist blijven maar consulent voor ondernemers worden. Of bluf ik nu? Misschien wel, want ook de consulent moet elke dag weer de moed opbrengen hebben om zijn mail te openen of zijn voicemail af te luisteren in de hoop op klandizie.

Het is vijf uur. Er is vandaag, net als gisteren, nog geen opdracht binnengekomen. Eindelijk gaat de telefoon. Een vrouwenstem vraagt poeslief: „Heeft u interesse in een veel goedkopere stroomaanbieding?”