Michieletto maakt van komedie Rossini een serieus pleidooi

Foto Clärchen&Matthias Baus

Gioachino Rossini’s sprankelende komedies vergelijken met champagne is een onschuldige gemeenplaats. Maar zijn vernuftige partituren onderschatten is een reëel gevaar, met vaak provinciale kolder tot gevolg. Mistroostig voorbeeld was Il viaggio a Reims, in 2011 bij de Vlaamse Opera geënsceneerd als melige vliegtuigsoap.

Il viaggio wordt nu voor het eerst in Nederland opgevoerd bij De Nationale Opera. Die late Nederlandse primeur kan mede verklaard worden door de grote eisen die de cast stelt: liefst tien solisten plus zeven ondersteunende zangers zijn nodig. Maar het legendarisch nietszeggende verhaal is ook debet. Rossini schreef het als peperduur gelegenheidswerk bij de kroning van Karel X in 1825. De in een spa gestrande gasten gaan affaires aan; de opera eindigt met een lofzang op de vorst. Is dat nog interessant?

Het intrigerende antwoord komt van de Italiaanse regisseur Damiano Michieletto. Hij situeert de handeling in een museum, waar de gasten na een tijdreis uit kisten worden gehaald en verloren rondlopen tussen de moderne museumbezoekers. Ze ogen met hun theatraal romantische poses net zo verdwaald als de personages die Michieletto met vervreemdend 3D-effect uit iconische schilderijen laat stappen: een misvormde Picasso-vrouw, Magrittes man met de appel en een Keith Haring-poppetje.

Maar wat aanvankelijk een komische Night at the Museum is, wordt een serieus pleidooi: dat ook eeuwenoude kunst troost en inzicht biedt. Als graaf Libenskof (een kolderiek door de registers schietende tenor Michael Spyres) bekvecht met markiezin Melibea (de fantastische mezzo Anna Goryachova), vindt parallel een breuk plaats tussen twee moderne museumbezoekers. En zie: de zangers geven woorden aan hun zwijgende strijd en brengen ze weer bij elkaar.

Soms wordt Michieletto door zijn eigen inventiviteit meegesleept ten koste van de muziek. Dat stoort in het ‘gran pezzo concertato a 14 voci’, waarin Rossini met superieure ironie het voltallige ensemble laat paniekeren na bericht dat alle hotels in Reims vol zitten. Terwijl een naakte figurant hinderlijk door het beeld struint, toont het ensemble van grotendeels bij De Nationale Opera debuterende zangers veerkracht en raffinement.

Die muzikale kwaliteit is ook te danken aan de swingende dirigent Stefano Montanari, die zijn capaciteiten als barokviolist nu extrapoleert naar het Nederlands Kamerorkest. Vibratoloze violen en breed ademende fluiten geven lucht aan de zangers, zelfs de fagotten klinken sensueel.

Het slotbeeld is een wonder van opbouw en vernuft: langzaam nemen de reizigers binnen een enorme schilderijlijst eindelijk hun plek in, en vormen zo François Gérards Le sacre de Charles X. Het beeld stolt, maar de figuren zijn springlevend.