Opinie

Kraftwerk is perfect, maar voortuitgang?

Wanneer is de toekomst opgehouden een bron van verlangen te zijn? De Duitse elektronische muziekgroep Kraftwerk had zijn uit de jaren zeventig van de vorige eeuw daterende nummer Radioactivity destijds bedoeld als een commentaar op de dreigende atoomoorlog. Vier decennia later is de nadruk verschoven naar de gevaren van kernenergie: de plaatsnamen Tsjernobyl, Harrisburg en Fukushima verschijnen op het scherm achter de over hun computerpanelen gebogen musici. Voor een hypothetisch gevaar is een werkelijk, zeldzaam gevaar in de plaats gekomen.

Kraftwerk klonk in de jaren zeventig zeker als vooruitgang. In de ‘serieuze’ sector was muziek die alleen met elektronica, vervormde omgevingsgeluiden en dergelijke tot stand werd gebracht al sinds de jaren vijftig gemeengoed – zij het niet erg populair bij concertbezoekers. Kraftwerk – vier man uit het West-Duitse Düsseldorf – bracht de elektronica de popmuziek binnen, in licht verteerbare vorm maar zeker niet zonder pretentie. Die straalt er nog steeds van af, trouwens: vier mannen in eendere, futuristisch ogende pakken staan doodernstig muziek te maken.

Na New York, Londen en Berlijn heeft het Amsterdamse Paradiso nu de eer een week lang Kraftwerk te ontvangen voor hun hele elektronische oeuvre. Alle concerten waren binnen een mum van tijd uitverkocht, maar in de zaal blijkt mede omdat er nogal wat Duitsers uit het Ruhrgebied de weg naar Amsterdam hebben gevonden.

Ik ben in gezelschap van iemand die ze ook in de jaren zeventig heeft gezien en hoopt dat er – net als toen – behalve mensen ook robots te zien zullen zijn die muziek maken. Wens wordt vervuld. De analoge synthesizers uit de begintijd zijn door digitale apparatuur vervangen. Ook de verbluffende video- en lichtshow behoorde in de begintijd niet tot de technische mogelijkheden.

Voor de rest is alles geheel naar verwachting. En perfect. Het concert begint ook tot op de minuut op tijd, half negen – de eerste keer dat ik dat in Paradiso heb meegemaakt. Duitsers hebben er soms een handje van, over hen bestaande stereotypen te bevestigen.

Maar vooruitgang? In de jaren zeventig stelde ik me voor dat de elektronische popmuziek de akoestische zou gaan vervangen, maar niets is minder het geval: de jongens met de gitaren bestaan nog steeds. Toch gaat het met de vooruitgang in de muziek beter dan met die in de architectuur bijvoorbeeld: niemand wil nog wonen in een wijk als de Bijlmer zoals die in de jaren vijftig en zestig werd bedacht en uitgevoerd; iedereen prefereert een huisje met een tuintje, of iets anders ouderwets.

Modernisme lijkt te hebben afgedaan als bron van verlangen en optimisme. De laatste oprisping was in de jaren negentig, toen menigeen dacht dat internet en andere communicatie garant stonden voor betere mondiale verstandhouding en vrede. Inmiddels weten we beter: ook anti-modernisten, spionnen en terroristen doen met de techniek hun voordeel.

Maar deze week, in Paradiso, is de glorieuze toekomst van weleer dankzij Kraftwerk weer even tot leven gekomen.