Kiev vecht op vier fronten

Bestand kan geweld in het oosten van Oekraïne niet stoppen
Bestand kan geweld in het oosten van Oekraïne niet stoppen

Het spiksplinternieuwe vliegveld Sergej Prokofjev bij Donetsk is na acht maanden oorlog compleet verwoest. Niets herinnert er nog aan het EK-voetbal toen de luchthaven net was verbouwd.

Wie de ruïne in handen heeft is niet vast te stellen: de Oekraïense ‘Cyborg-soldaten’ of (pro-)Russische milities. Beide strijdgroepen houden elkaar per vierkante meter onder schot. Als de rebellen claimen dat ze Sergej Prokofjev geheel controleren, dan beweert Kiev dat het juist standhoudt. Of precies omgekeerd.

De ‘toestand’ rond het vliegveld bij Donetsk is niet alleen exemplarisch voor die in de Donbas, maar eigenlijk voor heel Oekraïne. Het land dat sinds mei met Petro Porosjenko een nieuwe en legitieme president heeft en vanaf oktober eveneens een vers gemandateerd parlement in Kiev. Maar uitvoerende en wetgevende macht worden met de dag met meer hoofdbrekens geconfronteerd.

De oorlog in de Donbas is afgelopen week zo opgelaaid – zonder dat de Contactgroep van Oekraïne, Rusland, Duitsland en Frankrijk dit kon of wilde afremmen – dat Porosjenko zich gisteren genoodzaakt voelde om het internationale economisch forum in Davos voortijdig te verlaten.

De hoofdbrekens gaan verder. Er zijn minstens vier fronten voor Kiev.

1. Donbas

Rusland ontwijkt nog steeds de vraag of Russische militairen opereren in dit deel van Oekraïne. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken zei gisteren dat hij geen afdoende bewijs heeft gezien. President Porosjenko van Oekraïne riposteerde dat hij aanwijzingen heeft dat er de laatste weken tweeduizend Russen heimelijk de grens naar de Donbas zijn overgestoken. Volgens Porosjenko heeft het Kremlin intussen negenduizend (vrijwillige) militairen naar de Donbas gedirigeerd. De Russische mensenrechtenactiviste Jelena Vasiljeva zei gisteren voor de Oekraïense tv dat er sinds het conflict vorig jaar mei uitbrak meer dan 6280 Russen zijn gesneuveld.

Verslaggevers van onder meer het Amerikaanse persbureau AP hebben gisteren tussen Loegansk en Donetsk zwaar materieel (Gradraketten, antitankkanonnen, houwitsers) gezien. De chauffeurs van de colonnes zeiden niet waar ze vandaan kwamen. Maar een Oekraïense partizanengroep meldde maandag dat ze een rebellen-eenheid in een hinderlaag had gelokt en daarbij een Russische generaal-majoor had gedood. Afgaande op zijn soldatenpas heette hij Pjotr Pavlov.

Feit is dat beide zijden het gevechtsniveau hebben opgeschroefd. Kiev heeft nieuwe mobilisatie ter aflossing van de huidige troepen afgekondigd. Intussen zijn de Oekraïense strijdkrachten in het defensief gedrongen. Pro-Russische milities zijn al opgerukt tot in de buitenwijken van Marioepol, een havenplaats aan de Zwarte Zee die cruciaal is voor de export van de kolen en ertsen uit de Donbas.

2. Bomaanslagen

De Oekraïense regering kampt ook met een groeiend en nog onbestemd geweld buiten deze oorlogszone. Een aantal steden in het Russischtalige zuiden en oosten hebben te maken met bomexplosies bij politieke objecten.

Maandag ontplofte in Charkov, de tweede stad van Oekraïne, een bom bij een rechtbank. Veertien mensen raakten gewond. Een dag later maakte minister Arsen Avakov van Binnenlandse Zaken bekend dat een verdachte was gepakt. Het zou gaan om een man van de pro-Russische club Exodus die zich zelfs had getooid met het Sint-Jorislintje, het oranje-zwarte symbool van rebellen op de Krim en in de Donbas.

Eerder waren de afgelopen weken bomaanslagen op locaties in Odessa: bij een bank, bij een bureau van de Nationale Garde (de opvolger van de oproerpolitie Berkoet die de gevluchte president Janoekovitsj ter zijde stond) en bij een rekruteringskantoor voor het Oekraïense leger. Odessa, waar in mei bij zware straatgevechten en een brand in het vakbondshuis circa vijftig mensen omkwamen, is strategisch belangrijk. De havenplaats is traditiegetrouw Russischtalig en een uitvalsbasis naar de afgescheiden enclave Transnistrië in Moldavië.

Bij de stad Zaporozje, de zesde stad van Oekraïne, werd dinsdag een spoorbrug opgeblazen. Er vielen geen slachtoffers. De staatsveiligheidsdienst SBOe kwalificeerde het als werk van „saboteurs”. Eerder deze week had de politie een transport met honderd kilo trotyl onderschept.

De aanslagen worden niet opgeëist. Maar ze zaaien wel onrust. In Charkov wordt sinds gisteren gepatrouilleerd door de politie en de Nationale Garde.

3. Krijgsheren

Macht komt ook uit de loop van een geweer. Het Oekraïense offensief tegen de rebellen in de Donbas wordt mede gedragen door niet-statelijke vrijwilligersbataljons die soms alleen formeel opereren binnen de bevelsstructuur van de reguliere krijgsmacht. Er zijn meer dan 45 van deze bataljons. Ze komen uit het hele land en zijn vaak geformeerd uit lokale groepen die een jaar geleden actief waren in de protestbeweging op de Maidan. Er zijn ook bataljons die zijn verbonden aan een politieke partij dan wel zijn opgezet door oligarchen die zich vorig jaar keerden tegen Janoekovitsj maar wel hun bezit wilden beschermen. De bekendste bataljons zijn: Dnepr, Donbas, Aidar en Azov.

Deze vrijwilligersbataljons hebben ook een politiek of zakelijk profiel.

Dnepr is verbonden met de bankier Igor Kolomoiski, gouverneur van Dnepropetrovsk. Kolomoiski is in een felle strijd gewikkeld met de oligarch Rinat Achmetov, die met Janoekovitsj was verbonden maar nu zijn belangen vanuit de Donbas naar Zaporozje wil verplaatsen. Kolomoiski heeft gevaar te duchten van Kiev dat zich jegens zijn eigen kiezers en de Europese Unie heeft verplicht om de corrupte en monopolistische machtsposities van de oligarchen te ontmantelen.

Donbas wordt geleid door de van oorsprong Russische commandant Semen Sementsjenko, die sinds eind oktober ook parlementslid voor de nieuwe burgerlijke partij Zelfhulp is.

Aidar is berucht geworden door wreedheden in frontstad Sjtsjastja bij Loegansk. Het Aidar-bataljon heeft parlementsleden van de populistische Radicale Partij Oleg Ljasjko en het regerende Nationale Front van premier Jatsenjoek in zijn gelederen.

Het Azov-bataljon, dat zich tooit met een runeteken, staat onder bevel van de onversneden neonazi Andrej Biletski, die ook in het parlement zit.

De regering in Kiev poogt de krijgsmacht te versterken. Maar ze kan het zich niet permitteren de krijgsheren te negeren of te ontwapen.

4. Financieel ravijn

De regering wil de militaire uitgaven verhogen maar heeft ook geen cent te makken. De valutareserves raken op door het steunbeleid van de centrale bank voor de nationale munt. De armzalige belastinginkomsten nemen af door een verwachte economische krimp van maar liefst 7,5 procent. Kiev heeft voor het eind van de maand een IMF-lening van 15 miljard euro en daarna nog eens 13 miljard extra nodig om een faillissement van de staat te voorkomen. Maar de geldschieters willen niet dat er wapens van worden gekocht. De spanningen met Rusland zijn al onbeheersbaar. Dit dilemma dwingt de Oekraïense machthebbers tot subtiel laveren. De enige troost is dat Rusland ook kampt met financiële problemen en, net als Oekraïne, door kredietbeoordelaars naar beneden wordt afgewaardeerd.