Inspirator van Rietveld

Het Centraal Museum brengt een eerbetoon aan Piet Klaarhamer (1874-1954), een architect en meubelmaker die zijn plaats in de geschiedenis dankt aan zijn oud-leerling Gerrit Rietveld.

Rietvelds Rood-blauwe leunstoel (1918) is duidelijk geïnspireerd door de Blauwe leunstoel (1906) van zijn oud-docent Piet Klaarhamer.
Rietvelds Rood-blauwe leunstoel (1918) is duidelijk geïnspireerd door de Blauwe leunstoel (1906) van zijn oud-docent Piet Klaarhamer. Foto’s CMU

Gerrit Rietveld bracht omstreeks 1950 een bezoek aan Piet Klaarhamer, de architect en meubelmaker bij wie hij in 1904 als zestienjarige in de leer was gegaan. De oud-leermeester en inspirator van de wereldberoemde architect leidde op dat moment een teruggetrokken bestaan. In een verbouwde garage in Bennekom bestudeerde Klaarhamer de filosofische traktaten van Kant en Spinoza; met het ontwerpen van huizen en meubels hield hij zich al decennialang niet meer bezig.

Rietveld bezocht zijn in de vergetelheid geraakte oud-leraar omdat hij over diens vroegere werk wilde publiceren. Klaarhamer antwoordde Rietveld dat hij hem niet kon tegenhouden. Maar Rietveld moest wel goed begrijpen dat hij een artikel niet op prijs zou stellen.

Rietveld memoreerde de anekdote in de liefdevolle necrologie die hij in 1954 over Klaarhamer schreef voor het Bouwkundig Weekblad. „Z’n werk was als z’n naam: helder en krachtig en als z’n persoonlijkheid: breed en muzikaal.”

In zijn In Memoriam – het enige dat verscheen – noemde Rietveld Klaarhamer „een vakman, een voorganger en vernieuwer”. En ook iemand die zoveel tegenslag ondervond dat hij als vijftiger al het vak verliet omdat hij de moed miste „om langer het hoofd te bieden aan beunhazerij, sleur en stijlloosheid”.

Zestig jaar later heeft Rietvelds hommage aan zijn leermeester een onverwacht vervolg gekregen. De grote Rietveld-kenner Marijke Kuper, die in 2011 overleed, was bezig met een studie naar Klaarhamer, die door haar studiegenoot Monique Theunissen is voltooid. Tegelijk met de verschijning van hun gezamenlijke boek, Piet Klaarhamer, Architect en meubelontwerper, is in het Centraal Museum Utrecht de tentoonstelling Klaarhamer volgens Rietveld geopend. Twee zorgvuldig gemaakte eerbewijzen voor een ontwerper die zonder zijn beroemde oud-leerling een voetnoot in de architectuur- en designgeschiedenis was gebleven.

De expositie concentreert zich op de meubels van Klaarhamer. Al zijn er ook onderhoudende videogesprekken te zien met tevreden bewoners van een door Klaarhamer in 1920 ontworpen huizenblok in de Utrechtse wijk Oog in Al, volgens Rietveld Klaarhamers beste werk.

Klaarhamer was een bewonderaar van de architect H.P. Berlage. Ook hij hechtte groot belang aan de eenheid van vorm, constructie en materiaal. Kortweg: het materiaal bepaalde de vorm van een meubel, de constructie diende zichtbaar te zijn in de vorm en de vorm moest voortkomen uit de constructie.

Toen koningin Wilhelmina bij de geboorte van prinses Juliana in 1909 een wieg in Louis XVI-stijl cadeau kreeg, publiceerde Klaarhamer een artikel waarin hij de wieg kenschetste als een „uiting van de anti-nationaal gezinde geest die door de Nederlandse bouw- en meubelkunst waart”.

Maar de stoere, boerse meubels van blank gelakt grenenhout die Klaarhamer destijds voor zichzelf ontwierp – zijn woonkamer uit 1908 is op de tentoonstelling gereconstrueerd – vielen niet in de smaak. In de plaatselijke krant vergeleek een recensent ze met konijnenhokken.

Als een van de eerste ontwerpers in Nederland ontwierp Klaarhamer in 1914 houten meubels die fabrieksmatig vervaardigd konden worden. Deze stoelen en kasten, die nóg eenvoudiger van vormgeving waren, werden door V&D verkocht. Het zouden zijn enige meubelontwerpen worden die aftrek vonden buiten de kring van familie en bekenden.

Klaarhamers ontwerpen moeten de jonge Rietveld de ogen hebben geopend, concludeert Marijke Kuper in haar boek. Maar waar Klaarhamer bleef steken in het steeds verder verbeteren van vorm en constructie, een richting waarin op den duur geen vooruitgang meer te boeken viel, wist Rietveld een fundamentele stap te zetten. Zijn van latten en planken gemaakte meubels plaatsten wat betreft puurheid, eenvoud en openheid de meubels van Klaarhamer verre in de schaduw. Rietvelds meubels verschenen in het tijdschrift De Stijl en gingen de wereld over. Klaarhamer besefte dat zijn leerling hem had overvleugeld en stopte onmiddellijk met meubelontwerpen. De enige stoelen, tafels en spiegels die hij in de jaren twintig nog ontwierp, waren voor eigen gebruik en sterk verwant aan die van Rietveld.

Op het eind van de tentoonstelling staan die late meubels van Klaarhamer naast de beroemde ontwerpen van Rietveld. Het is een pijnlijk gezicht. Door de wirwar van plankjes en latjes, de vreemde kleuren waarin Klaarhamer ze schilderde en de soms frivole toevoegingen lijken deze meubels, schrijft Kuper, de draak te steken met de ontwerpen van Rietveld. Bij zijn poging om aansluiting te vinden bij de koers van zijn oud-leerling, verloor Klaarhamer zijn eigen weg uit het oog en forceerde hij zichzelf als ontwerper.

Klaarhamer was, kortom, een wegbereider die zelf de weg kwijtraakte.