‘Ik ben absoluut geen ster-type’

De beroemde sopraan zingt in de grootste operahuizen. In Nederland werkt ze relatief weinig. Nu maakt ze aan het Royal Opera House Londen haar roldebuut als Maddalena in ‘Andrea Chénier’. Die voorstelling is ook hier te zien – in de bioscoop.

Jonas Kaufmann als Andrea Chénier in de gelijknamige opera, en Eva-Maria Westbroek als Maddalena
Jonas Kaufmann als Andrea Chénier in de gelijknamige opera, en Eva-Maria Westbroek als Maddalena Foto Bill Cooper

Vijf dagen zijn ze thuis, sopraan Eva-Maria Westbroek en haar man, tenor Frank van Aken. En toch staat er in hun Haagse woonkeuken al een volledig opgetuigde kerstboom en is er een kerstkrans voor bij de koffie. Als thuis zijn een luxe is, zorg je juist dat het gezellig is.

Hondje Ruby wisselt drie hondenmanden af. Westbroek woont waar ze werkt, en in elke stad moet dus ook een nieuwe hondenmand komen. Deze maand staat de mand in Londen, waar ze repeteert voor haar scenisch roldebuut als Maddalena in de weinig opgevoerde, lastig te casten opera Andrea Chénier van Giordano – vooral beroemd om de aria La mamma morta in de uitvoering van Maria Callas.

„Vocaal vind ik het een heerlijke rol”, zegt Westbroek. „En het is altijd weer een feest te werken met dirigent Antonio Pappano. Hij is heel erg streng, perfectionistisch en veeleisend, maar brengt het altijd met humor. Die combinatie maakt het zo bevredigend met hem te werken. Daarbij wordt deze productie van regisseur David McVicar ook erg mooi. De kostuumontwerpster Jenny Tiramani komt van Shakespeare’s Globe Theatre. Alles oogt volstrekt historisch en waarheidsgetrouw.”

Andrea Chénier eist die realistische benadering ook, zegt ze. „Men deed laatst in de havens van Bregenz een poging tot een wat abstractere aanpak, maar in wezen laat dit verhaal over liefde, idealisme en onthoofding tijdens de Franse Revolutie zich slecht actualiseren.” Ze kijkt haar tuin in – die er wat somber en winters bij ligt. „In Parijs heb ik het kerkhofje bezocht waar de echte André Chénier begraven ligt. Duizenden mensen in een gat op een stuk grond kleiner dan deze tuin. De nonnen van Compiègne, waar de opera Dialogues des Carmélites van Poulenc over gaat, lagen er ook. Allemaal onthoofd. Gadverdamme wat eng. En zo lang geleden is tweehonderd jaar ook weer niet.“

Haar Amsterdamse fans weten: Westbroek zong Maddalena eerder in concertante uitvoering in de ZaterdagMatinee van het Concertgebouw (2006). Wie haar toen La mamma morta hoorde zingen, denkt daar nu nog wel eens aan terug. Ze was iconisch: stralend, zaalvullend en tegelijkertijd de indruk achterlatend dat onder die vulkaan nog een kolkende dramahaard lag te borrelen.

Dat maakt het des te opmerkelijker dat Westbroek juist deze rol in de afgelopen tien jaar nooit eerder scenisch zong – tot de première afgelopen dinsdagavond. Volgende week donderdag volgt de live-uitzending van de voorstelling in meer dan duizend bioscopen over de hele wereld – van Amsterdam tot Kaapstad. „Eindelijk een filmster!”, lacht ze. „Ik heb zelf nooit zo’n vertoning op scherm gezien maar ik begrijp wel dat ze zo’n succes zijn. Een ‘echt’ kaartje voor Covent Garden kost zo 250 pond. Voor de bioscoop betaal je 20 of 30 euro, soms zelfs met glas champagne in de pauze.”

Voor operahuizen over de hele wereld vormen bioscoopvertoningen een nieuwe en steeds belangrijker bron van inkomsten (zie inzetje). Maar voor de zangers op het podium zijn de avonden die live worden gebeamd naar talloze schermen „wel extra zenuwslopend”, zegt Westbroek. „Zo’n camera in je gezicht, dat geeft een andere spanning. De realiteit van het vak is dat je soms raar uitglijdt op het podium, of een noot vergeet. En dat is dan ook meteen over de hele wereld te zien. Het idéé! Zeker de eerste keer was ik doodzenuwachtig.”

Frank van Aken: „Vooral bij de Metropolitan Opera zit intendant Peter Gelb er ook enorm bovenop. Niet uit je rol vallen, niet te veel of te opzichtig naar de dirigent kijken. Die extra stress verdraagt niet iedere zanger.”

Westbroek: „Ik ben er zelf heel erg dubbelhartig over. Maar Frank heeft twee rollen die ik aan de Met in New York zong, ook in de bioscoop gezien. Dat was dan weer wel leuk.”

Van Aken: „Plus een buitenkans om mijn vrouw weer eens in close-up te zien.”

Westbroek: „En dat ik volgende week op het podium sta en dan weet dat mijn hele familie samen in de bioscoop zit, dat vind ik wél weer heel geweldig.”

Een attractief revolutiegevoel

Andrea Chénier is berucht om de zwaarte van de tenorpartij, die in deze productie wordt gezongen door Jonas Kaufmann – vooral dankzij een reeks zeer succesvolle cd’s nu waarschijnlijk de beroemdste werkzame operatenor. Kijk je op de site van het Royal Opera House naar de trailer van Andrea Chénier, dan is het Kaufmann die met duistere blik en zesdagenbaard op attractieve wijze het revolutiegevoel uitdraagt. Westbroek en dirigent Pappano zijn namen in letters. „Jonas is een wereldster geworden”, lacht Westbroek, die eerder met hem samenwerkte in Wagners Die Walküre. „Ik vind het indrukwekkend en diep bewonderenswaardig hoe hij zich staande houdt. De druk live altijd weer zo goed te zijn als op je laatste cd lijkt me slopend. Ik ben daar het type niet voor.”

Frank van Aken: „Na de voorstelling trekt Eva het liefst meteen weer haar zwarte T-shirt en een spijkerbroek aan. Maar als je Anna Netrebko bent, moet je meedraaien in het pr-circus en na afloop in je mantelpakje nog een uur cd’s signeren. Of je wordt, zoals Kaufmann, meteen na het slotapplaus per privéjet naar de studio in Berlijn gevlogen voor de volgende opname.” Westbroek: „Als ik dat doe, heb ik twee dagen een reutelstem.”

Westbroeks wereldfaam indachtig, is het inderdaad opmerkelijk dat er alleen dvd-registraties van opera’s waarin ze te zien was beschikbaar zijn, geen studio-cd’s. „Ik ben gewoon nooit gevraagd om cd’s te maken”, zegt ze. „Dat kan allerlei redenen hebben. Ik word dit jaar veertig, dus ik ben niet jong meer en ook niet nieuw. Zoals Frank al zei: ik ben absoluut geen stertype. En ik zoek het ook niet op. Maar ergens vind ik het wel jammer, het zou leuk zijn cd’s te maken. Maar eerlijk gezegd heb ik het een beetje opgegeven, de offers die het vergt ben ik niet bereid te brengen. Ik houd van zingen en repeteren, niet van het gedoe eromheen. En mijn stem is ook niet optimaal geschikt voor studio-opnames, is al wel eens gebleken. Dus ik moet niet zeuren. Af en toe een mooi concert zingen. Wat wil je meer?”

Van Aken: „Een goed huwelijk?”

Westbroek: „Jaaaa, dat ook!”

Droomrollen voor de toekomst

Van Aken en Westbroek zingen regelmatig samen. Dit voorjaar staan ze in Nederland tweemaal samen op het podium in benefietconcerten. Een keer met het Requiem van Verdi in Carré, één keer in een gemengd ariaprogramma met het Gelders Orkest en vele andere zangers. En, zegt Westbroek, ze zal ook snel weer te beluisteren zijn bij De Nationale Opera. „Amsterdam is thuis. Dus natúúrlijk wil ik ook hier dolgraag zingen. Er komen verschillende mooie rollen aan – en waarschijnlijk eindelijk ook een DNO-productie waarin Frank en ik samen zullen zingen. We hebben hier in Nederland nog maar één keer eerder samen in een opera op het podium gestaan: een Tosca in de Rai. Maar dat was in 1995.”

Droomrollen voor de toekomst, ach, ze haalt er de schouders over op. „Ik zou Isolde zingen in Bayreuth komende zomer, maar die rol heb ik teruggegeven. Isolde valt me vocaal zo zwaar – totdat ik ervan overtuigd ben dat wat ik doe écht goed is, wil ik die rol liever niet in het Wagner-mekka Bayreuth zingen.” In Baden Baden zingt ze Isolde wel, onder Simon Rattle, om er zo verder in te groeien.

„En verder wil ik vooral graag de rollen zingen die me heel erg goed liggen. Anna Nicole in de gelijknamige opera van Turnage heb ik net weer gedaan – héérlijk! Puccini: Manon Lescaut en La Fanciulla del West. Het hoeft echt niet altijd iets nieuws te zijn.”