Hier gebeurt wat de natuur wil

Rottumeroog is overgelaten aan de elementen. De laatste vogelwachters maken zich zorgen.

Rottumeroog toen het nog werd bewoond. Het vogelwachtershuis op het kleine Waddeneiland, zo’n 2,5 vierkante kilometer groot, is inmiddels weggehaald.
Rottumeroog toen het nog werd bewoond. Het vogelwachtershuis op het kleine Waddeneiland, zo’n 2,5 vierkante kilometer groot, is inmiddels weggehaald. Foto Hollandse Hoogte

„Dit was mijn kamer.” Vogelwachter Henk Mellema loopt al wijzend naar het huisje toe. Al is huis misschien een groot woord, het grijze vierkante gebouw lijkt meer op een bouwkeet. „Woonunit”, verbetert collega-vogelwachter Tim van Nus. Hij zet zijn handen tegen het raam en kijkt naar binnen. In wat ooit de woonkamer was, staan matrassen tegen de muur. Daarnaast opgestapelde verhuisdozen en een tafel op zijn kop.

Samen bezoeken Mellema en Van Nus hun oude vogelwachtershuis op het terrein van Staatsbosbeheer – Lauwersoog in de winter; het is er grauw en de wind blaast je bijna omver. Die wind zou nog twee keer zo sterk zijn op Rottumeroog. Dat is een van de redenen waarom het in de periode december-februari volgens Staatsbosbeheer niet mogelijk is het eiland te bezoeken: stormseizoen.

Deze week was de eerste winterinspectie. Op 10 januari heeft het flink gestormd, in combinatie met hoog water. Dat kan voor zandafslag van de Waddeneilanden zorgen. Daarom maakte Rijkswaterstaat op 14 januari luchtfoto’s van Rottumeroog en Rottumerplaat. Daarna zijn medewerkers van de Waddenunit en Staatsbosbeheer aan boord van patrouilleschip De Krukel gegaan om de eilanden te inspecteren. De stormschade blijkt mee te vallen.

Ook in de zomer kan het flink spoken op ‘Oog’, vertelt vogelwachter Mellema. „Met zulk weer gingen wij er niet eens op uit. Het kan daar zo hard waaien dat je op moet passen als je een deur opendoet. Zo is ooit de deur uit de wc gewaaid. Ik kon met uitzicht op zee mijn behoefte doen op de meest noordelijke wc van Nederland”, grapt Mellema. De wc is weg, net als de andere bebouwing.

De laatste vogelwachters

Rottumeroog is nu echt onbewoond. Voor het eerst in meer dan dertig jaar verbleven er afgelopen zomer geen vogelwachters. De toekomst van het eiland is onduidelijk. Mellema en Van Nus vertrokken er in augustus 2013, na het standaard werkseizoen van vierenhalve maand. Voornaamste taken: beschermen en bijhouden van de vogelpopulatie, en zorgen dat er geen mensen op het eiland komen.

Een keer in de twee weken kon één van beiden een weekend aan wal. De ander bleef achter op het eiland, met zelfgekozen bezoek. „We mochten daar niet alleen blijven, policy”, vertelt Mellema. „Je zou maar zo de toren in kunnen klimmen en met je kop naar beneden vallen. Zonder collega is dat einde verhaal.” Op de plek waar hun vogelwachtershuis stond, vind je nu meeuwennesten en vegetatie.

De verdwijning van de bewoners betekent niet dat eiland verdwijnt. Sinds 1908 wordt erover gespeculeerd, maar onderzoeksinstituut Deltares concludeerde afgelopen november na analyse van 25 jaar bodemmetingen dat Rottumeroog en omliggende eilanden zich alleen verplaatsen. „Het eiland is niet kleiner geworden. Het wandelt rustig naar het zuidoosten toe”, zegt Van Nus. Dat blijkt ook uit de inspectie van deze week: waar aan de ene kant land afslaat, komt het er aan de andere kant bij.

De vogelwachters zagen zelf duidelijk het verschil tussen hun eerste en laatste seizoen op het eiland. Van Nus: „De zee kwam steeds dichter bij de woning, het verschil tussen 2011 en 2013 is ruim dertig meter. Daardoor dachten wij toen al dat het wel eens het laatste jaar zou kunnen zijn.” Mellema: „Waar nu Rottumerplaat ligt, lag vroeger Rottumeroog.”

Ogen op Oog

Tot 1965 werd Rottumeroog permanent bewoond, door twee generaties Toxopeus. In 1991 hield Rijkswaterstaat er op met actieve kustverdediging. Nu doet Staatsbosbeheer alleen nog maandelijkse inspecties en vinden er vogeltellingen plaats. Vrijwilligers ruimen geregeld aangespoeld vuil op en buiten het broedseizoen om zijn er excursies. Over toekomst en bestemming van het eiland zijn de meningen verdeeld. Sommigen willen meer menselijke invloed en kustverdediging, anderen willen dat de natuur haar gang kan gaan.

Voor Mellema en Van Nus gaat de natuur voor alles. Staatsbosbeheer wil weer voor langere tijd vogelwachters op het eiland stationeren, maar er is voorlopig geen geld voor. Daar hebben de vogelwachters zorgen over. Van Nus: „We kennen allebei de druk die op het eiland staat, al die zeilbootjes die willen droogvallen, vliegtuigen die te laag overvliegen, illegale wadlopers, chemische vervuiling, noem maar op. Je haren gaan overeind staan als je hoort dat iemand daar is geweest of ergens heeft gelopen.”

Het eiland mag niet vergeten worden, vindt het duo. Zonder vogelwachters groeit het risico dat vogels en natuur verstoord raken. Maar veel vaart zal het nog niet lopen, denken ze ook. „Er zijn vele ogen op Oog gericht.”