Het leven van Van Gogh in 130 schilderijen

In Gdansk maken zestig Poolse kunstenaars een animatiefilm over het leven van Vincent van Gogh, aan de hand van zijn schilderijen. „Theo heeft hij nooit geschilderd, dus die zit niet in de film.”

Zestig kunstenaars in Gdansk maken van werken van Van Gogh een animatiefilm. Foto Breakthrufilms

In een kantorencomplex aan de rand van het Poolse Gdansk werken zestig kunstenaars op één verdieping die is ingericht als een fabriekshal. Enkele van hen zitten gebogen over lichtbakken. Anderen zitten verstopt achter gordijnen, waarmee kleine hokjes zijn gecreëerd. Ze werken aan schildersezels met daarachter een computerscherm.

De kunstenaars komen uit heel Polen. Ze zijn bijeengebracht door de Amerikaanse filmmaker Hugh Welchman, die in 2006 de Oscarwinnende animatiefilm Peter & The Wolf produceerde. Ze werken aan een ambitieus project: een film over de laatste jaren van Vincent van Gogh, verteld in diens schilderijen. Of beter gezegd: in kopieën van zijn werk, aangevuld met schilderijen in de stijl die Van Gogh hanteerde in de laatste, uiterst productieve jaren van zijn leven.

De cijfers zijn vrij duizelingwekkend: voor Loving Vincent worden in totaal 57.600 ‘frames’ gebruikt. Iedere seconde bestaat uit 12 frames. De film duurt 80 minuten.

Op internet staat al een trailer, die Welchman maakte met de Poolse regisseur Dorota Kobiela. Te zien is hoe schilderijen van Van Gogh bewegen. Kraaien vliegen over een korenveld. Een portret komt tot leven, van Adeline Ravoux, geschilderd door Van Gogh in het jaar van zijn dood. Ze draait zich naar de kijker en zegt, licht verontwaardigd en met een keurig Amerikaans accent: „Hij was gelukkig hier.” De trailer is gebruikt om geld op te halen voor een zes weken durende training van 350 kunstenaars. Ze waren gekozen uit 600 sollicitanten en werden betaald tijdens de training. Uiteindelijk haalden 60 kunstenaars de eindstreep.

Een van hen, Anna Kluza (30) uit het stadje Czarnków, laat zien wat ze de laatste dagen heeft geschilderd. Een vrouw die wandelt langs het water. Achter haar is een brug te zien waarover een trein rijdt. Langzaam verandert het schilderij in het zelfportret van Van Gogh dat in de National Gallery of Art in Washington DC hangt. Een vers geschilderde kopie van dat schilderij hangt aan een wand in de fabriekshal.

Als Kluza een ‘frame’ afheeft, maakt ze er een foto van en slaat die op in de computer. „Het is cruciaal dat de belichting telkens hetzelfde blijft. Daarom hebben we die gordijnen, zodat het licht niet wordt beïnvloed door de kleuren die de buurman gebruikt.”

Hugh Welchman legt uit, tijdens een rondleiding over de werkvloer: „We hebben ons laten inspireren door 130 schilderijen van Van Gogh. Een meerderheid daarvan komt als exacte kopie voor in de film, in soms net even andere afmetingen. Maar het probleem is dat je van het ene naar het andere schilderij moet komen. Of, probleem… Dat is de uitdaging.”

Van Gogh-baardje

Iedere nieuwe plaats of persoon in de film, zo luidt een van de regels die Welchman zichzelf heeft opgelegd, moet worden geïntroduceerd met een bestaand schilderij van Van Gogh waarop die persoon en plaats zijn te vinden. Welchman: „Dat maakt het erg moeilijk. We hadden graag veel meer mensen in de film willen hebben die een belangrijke rol in zijn leven hebben gespeeld. Neem Theo, zijn broer. Maar die heeft hij nooit geschilderd, dus die zit niet in de film. Net als zijn ouders trouwens. Die hadden we natuurlijk ook graag in de film gehad. Zitten er niet in.”

Het was reden voor Welchman om de zoon van postbode Joseph Roulin, Armand, een grote rol toe te dichten in het leven van Van Gogh. Welchman, die zelf een rood Van Gogh-baardje heeft: „De film is een mengvorm van historische feiten en zelfbedachte verwikkelingen die volgens ons recht doen aan wie Van Gogh was. Armand is onze open ruimte, die we kunnen vullen met drama.”

Welchman legt uit hoe hij de kosten voor de film onder de 5 miljoen euro houdt. Dat is weinig voor zo’n ambitieus project. Ter vergelijking: een animatiefilm als Frozen, waarbij de computer hielp bij de tekeningen, kostte 130 miljoen euro.

Dat heeft te maken met de lage lonen in Polen. „En de grote hoeveelheid kunstenaars die zeer academisch hebben leren schilderen. Die combinatie, vakmanschap en lage lonen, maakt deze film mogelijk.”

De kunstenaars verdienen standaard 3.000 zloty per maand bruto, ofwel 750 euro. Met bonussen voor kwaliteit en snelheid kunnen ze meer opstrijken, tot een maximum van 2.000 euro per maand. Het minimumloon is in Polen overigens sinds 1 januari verhoogd tot 450 euro. Kluza: „Het is voor een kunstenaar hier al heel bijzonder dat hij zijn brood kan verdienen met een kwast in de hand.”

Welchman: „Dit kan alleen in Polen. Misschien kan het in theorie ook in een land als China, waar kunstenaars net zo academisch leren schilderen. Maar het is veel te ingewikkeld om daar een Amerikaanse film te kunnen maken; de omgang met de autoriteiten is er te complex. Een land als Roemenië is te corrupt en Bulgarije is weer te klein. Daar heb je niet genoeg kunstenaar om uit te kiezen.”

De bedoeling was dat de film dit jaar af zou zijn, 125 jaar na de dood van Vincent van Gogh. Dat gaat niet lukken. Nu wordt het begin 2016. Het viel Welchman tegen hoe lang het duurde eer de kunstenaars het werk in de vingers hadden. Gemiddeld zo’n twee maanden per werknemer: „Ik had me niet gerealiseerd hoe moeilijk het is om te schilderen in de stijl van een kunstenaar met zo’n specifiek handschrift. Die opleiding was om visuele continuïteit te verkrijgen, maar dat duurde wel even.”

Bovendien doen de kunstenaars vrij lang over ieder werk. Kluza: „Van Gogh deed maar een dag over zo’n schilderij, soms twee. Hier doen we er toch zeker een week over. Juist die supersnelle stijl van schilderen is moeilijk precies te treffen.”

De kunstenares vertelt hoe lang ze erover heeft gedaan om de dame langs het water een klein stukje te laten lopen. Ook de trein op de brug rijdt vooruit. Het zijn zeven seconden, ofwel 84 frames. Het kostte Kluza zes volle werkdagen.

Het helpt niet dat Welchman voor een sfeer van „film noir” heeft gekozen. Welchman: „Interessant natuurlijk, gezien Van Goghs heftige kleurenpalet.” De kunstenaars moeten vaak nachtelijke versies van de schilderijen maken. Kluza: „Zo hebben wij ook de slaapkamer in Arles in de film, je weet wel: met dat bed rechts, een stoeltje links, raam in het midden. Maar in de film is het donker in de kamer. Dat maakt het allemaal niet makkelijker.”

Moord of zelfmoord?

Ongeveer eenderde van de kunstenaars vond het aanvankelijk een suf project; ze deden het louter voor de baan. Eenderde was onverschillig en eenderde, als grote Van Gogh-fans, was opgewonden. Nu, na maanden zwoegen, is eigenlijk niemand meer onverschillig over Van Gogh. Welchman: „Zelfs de meest cynische onder de kunstenaars zijn overtuigd geraakt van zijn meesterschap, of in ieder geval gefascineerd door de wijze waarop hij schilderde.” Kluza: „En veel van ons gaan zich identificeren met het project, die geloven in de film. Dat geldt ook voor mijzelf.”

En gelooft ze ook in de lezing van de film over de dood van Van Gogh? Want dat is de laatste jaren de grote vraag rond Van Gogh: heeft hij zichzelf doodgeschoten, de officiële lezing zoals uitgedragen door het Van Gogh-museum, of hebben twee etterige buurtjongens hem vermoord? Dat beweren twee Amerikaanse schrijvers en Pulitzer Prize-winnaars Steven Naifeh en Gregory White Smith in een meer dan 1.000 pagina’s tellende biografie, verschenen in 2011.

Welchmans film kiest niet, maar mystificeert. Welchman: „Maar die mystificatie is ook echt. Onze twee scenarioschrijvers komen er niet uit. De één is ervan overtuigd dat Van Gogh een einde aan zijn leven heeft gemaakt. De ander gelooft het verhaal van de moord.”

Welchman meent dat er ruimte is voor weer een film over het leven Van Gogh. „Want de vorige waren gewoon niet goed.” De film Lust for Life, uit 1956, was nog wel aardig, meent de Amerikaan. „Maar de pathetische overdreven wijze waarop Kirk Douglas Van Gogh speelde, was ronduit lachwekkend.”

Robert Altmans film Vincent and Theo uit 1990 is zelfs „pretentieuze rommel”, zegt Welchman. „En die Franse film, Van Gogh uit 1991, won veel prijzen, maar toont Van Gogh als een ‘moody lover’, en dat was hij niet. Hij was op zijn zachtst gezegd een vreemde snaak, die mensen het bloed onder hun nagels vandaan haalde. Iemand die ongewild van vrienden vijanden maakte. Een man die genoemd was naar zijn overleden broer en die altijd heeft gevoeld dat hij niet aan de verwachtingen van zijn ouders kon voldoen. Een moeilijk te doorgronden mens. In onze film blijven we zo dicht mogelijk bij Van Gogh. Hij schreef immers in een van zijn laatste brieven: ‘We kunnen niet anders dan via onze schilderijen spreken.’ In deze film blijven wij trouw aan die gedachte.”