Het ‘Centre Pompidou voor muziek’ is bijna af

De nieuwe Philharmonie van Parijs is officieel geopend, maar nog lang niet af. Sterarchitect Jean Nouvel ruziet nu met de autoriteiten. Desondanks is de zaal adembenemend, en kan met zijn unieke akoestiek één van de belangrijkste ter wereld worden.

Openingsconcert in de Parijse Philharmonie op 14 januari dit jaar. Foto Reuters
Openingsconcert in de Parijse Philharmonie op 14 januari dit jaar. Foto Reuters

Met duizenden stonden Parijzenaars in de rij voor een van de gratis concerten van het Orchestre de Paris in zijn nieuwe thuishaven in het noordoosten van de stad. De vrees dat liefhebbers van klassieke muziek niet de weg zouden weten te vinden van hun beaux quartiers naar deze volkswijk bij de Périphérique bleek afgelopen weekend alvast ongegrond.

Wat zij zagen was een fenomenale cultuurtempel die volgens kenners de potentie heeft om met zijn unieke akoestiek een van de belangrijkste zalen voor orkestmuziek ter wereld te worden. Er was slechts één probleempje: het gebouw was niet af.

Ondanks vele jaren bouwen en ruim drie decennia politiek gekrakeel, is het magnum opus van de Franse sterarchitect Jean Nouvel in het Parc de la Villette nog altijd een bouwplaats. Een deel van de aluminium dakplaten voor de façade is nog niet gemonteerd, de restaurants, bars, tentoonstellingsruimten en dakterrassen zijn niet toegankelijk. En overal staan op het in de gauwigheid uitgerolde hoogpolige tapijt palets met bouwmaterialen en containers met grofvuil, soms verstopt achter schermen of lakens. Het is de belangrijkste reden dat Nouvel de presidentiële openingsceremonie, vorige week woensdag, aan zich voorbij liet gaan. Er moet nog te veel gebeuren, vindt hij.

De nukkige architect, die in Parijs onder andere het Musée du quai Branly en het Institut du monde arabe bouwde, is er de laatste jaren vaak van beschuldigd dat hij met zijn permanente verfijningen de kosten torenhoog heeft doen stijgen. Van een aanvankelijke 200 miljoen euro gingen de bouwkosten uiteindelijk naar 386 miljoen.

Zelf zei hij dat dat te maken had met bestuurlijk oponthoud en met de gestegen marktprijs voor aluminium. Nouvel voelt zich de laatste maanden door de autoriteiten buitenspel gezet. De zaal had volgens hem op zijn vroegst in het najaar van 2015 kunnen openen om de „architectonische en technische eisen te respecteren”, schreef hij in Le Monde op de dag van de opening. „De architectuur is mishandeld, de details [zijn] gesaboteerd. De belastingbetaler zal dus andermaal moeten betalen om deze dwaze besluiten te corrigeren.”

Het was de zoveelste valse noot sinds de nu 90-jarige componist Pierre Boulez in de jaren tachtig een „Centre Pompidou voor muziek” voor ogen stond waar klassieke, experimentele en lichte muziek eclectisch zouden kunnen samenkomen.

De in 2009 begonnen bouw van de Philharmonie lag een jaar later alweer stil toen de Franse staat vanwege de economische crisis niet voor de kostenstijgingen wilde opdraaien. Maar uiteindelijk besloot de toenmalige president Nicolas Sarkozy het prestigeproject toch maar af te ronden. De nieuwe burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, kwam vorig jaar na haar verkiezing met een nieuwe verrassing: ze verminderde de jaarlijkse subsidie met 3 miljoen euro, waardoor de begroting voor de jaarlijkse exploitatiekosten (36 miljoen) niet rond komt.

Maar van al die discussies was op de openingsavond (met uiteraard louter Franse muziek) niet veel te merken. President Hollande, die bij de opening exact een week na de terreuraanslag bij Charlie Hebdo minutenlang applaus ontving, zei dat een „groots project” iets mag kosten en dat „zelfs in Duitsland” dit soort projecten duurder uitvalt dan begroot.

De grote concertzaal is van het hele bouwwerk bovendien het meest af en is, met zijn speelse rondingen, zwevende balkons en amorfe akoestische panelen (‘wolken’ noemt Nouvel ze) adembenemend.

Doordat het podium vrijwel in het midden van de zaal staat, is geen van de 2.400 zitplaatsen verder dan 32 meter van de bok van de dirigent verwijderd. Dat geeft een intieme sfeer. En hoewel nog niet alle voor de akoestiek essentiële blokjes op de muur bevestigd zijn, was meteen te horen dat Parijs er ten opzichte van de oude Salle Pleyel bij de Champs-Élysées op vooruit is gegaan. Nouvel werkte jaren samen met de Nieuw-Zeelandse geluidsontwerper Harold Marshall.

Rest de vraag of het publiek naar deze uithoek van Parijs blijft komen. Directeur Laurent Bayle maakt zich daar geen zorgen over. Hij mikt bovenal op een nieuw publiek, dat iets minder oud is dan in de Salle Pleyel. En daarvoor is de zaal gunstig gelegen op de rand van Parijs en de banlieue. Het project draagt volgens hem bij aan de in de afgelopen weken opnieuw pijnlijk blootgelegde segregatie in de Franse hoofdstad. „Parijs is meer dan alleen de stad binnen de muren.”