Groot praalgraf gevonden uit Alexanders tijd

In een Griekse tombe zijn resten van vijf mensen gevonden – mogelijk een generaalsfamilie.

Foto

In een Macedonisch praalgraf uit de late vierde eeuw voor Christus, zijn de resten gevonden van zeker vijf mensen. De tombe werd afgelopen zomer blootgelegd bij Amphipolis in het noorden van Griekenland. Het gaat om een oudere vrouw, twee mannen van tussen de 35 en 45 jaar en een zuigeling. Het lichaam van de vijfde persoon, waarschijnlijk een volwassene, is gecremeerd en het is niet duidelijk of het een man is of een vrouw. Het Griekse ministerie van Cultuur maakte de ontdekking van de menselijke resten eerder deze week bekend.

Toen de tombe afgelopen zomer werd geopend, kwam in Griekenland een stroom van geruchten op gang. De archeologen zouden zijn gestuit op het graf dat Alexander de Grote had laten bouwen voor zijn familie, en mogelijk op het graf van de grote Macedoniër zelf. Dat laatste houden deskundigen voor hoogst onwaarschijnlijk. Zij gaan er van uit dat Alexander, na zijn dood in Babylon, in 323 voor Christus, is begraven in Alexandrië, de naar hem genoemde havenstad in Egypte.

De speculaties zijn gevoed door de omvang en pracht van het grafcomplex, het grootste dat ooit in Griekenland is gevonden. Het gaat om een grafheuvel van 158,4 meter doorsnee, omgeven door een ronde marmeren muur. Volgens archeologen stond bovenop die heuvel een stenen leeuw die in 1912 in de omgeving is gevonden.

Volgens de onderzoekers ligt het bouwjaar van het complex tussen 325 en 300 voor Christus. Zowel Alexanders moeder, Olympias, als zijn vrouw Roxana en zoon Alexander werden vermoord in de opvolgingsstrijd die ontbrandde na de dood van Alexander senior; Olympias in 316 en Roxana en Alexander in 310. Of ze daarna zijn bijgezet in een praalgraf is zeer de vraag.

De beenderen van de twee mannen in de tombe vertonen mes- en zwaardsporen. Mogelijk is hier een generaal van Alexander begraven met zijn familie. Dat zou de leeuwenfiguur op de grafheuvel verklaren. De onderzoekers gaan nu na of uit de resten voldoende DNA kan worden gewonnen om eventuele verwantschap vast te stellen.

Een stenen trap voert naar beneden, naar de ingang van het graf onder een boog met twee sfinxen, die toegang geeft tot een eerste, lege kamer. Daarna volgt de doorgang naar een tweede kamer, met aan weerszijden zogenoemde karyatiden, meer dan manshoge vrouwenfiguren met één arm uitgestrekt, als om indringers af te weren. In de vloer van de tweede kamer ligt een mozaïek van de god Pluto, heerser van de onderwereld, die de godin Persephone schaakt met een strijdwagen, terwijl Hermes, gids van de doden, toekijkt.

In de derde kamer vonden de onderzoekers een stenen sarcofaag, met daarin, chaotisch door elkaar, 516 botresten. Volgens de archeologen is dit de sterkste aanwijzing dat het graf is geplunderd. Na maanden van geduldig puzzelen konden zij de lichamen reconstrueren van vier personen, waaronder een pasgeborene. Vier andere botresten hadden blootgestaan aan hoge temperaturen, waarschijnlijk door crematie.