Fijnzinnigheid hoeft niet in Pools debat

Op de sofa van een ongezellige koffiebar in een winkelcomplex aan de rand van de stad kijkt Jan Hartman zenuwachtig in het rond. De Poolse hoogleraar uit Krakau vertelt me eind vorig jaar hoe hij net werd uitgeroepen tot „publieke vijand” in zijn land. „Je kunt me overal zien op televisie. Ik ben al uit mijn partij gezet.” Reden: een blogpost waarin de ethicus en het voormalige lid van de liberale en ethisch progressieve Jouw Beweging-partij Hartman de pro’s en contra’s overweegt van het legaliseren van incest onder volwassenen. Hartman is een van Polens favoriete academische provocateurs. De antiklerikale, progressieve intellectueel duwt het debat graag in wateren die voor zijn conservatieve landgenoten onbevaarbaar zijn. Op zoek naar de polemiek. Maar ditmaal schrok ook hij van de reactie.

„Incest is zo’n taboe. In de geesten van de mensen is het geheel verbonden met pedofilie. Er is een heksenverbranding gaande. Je kunt hier naar de kiosk stappen en een Wprost-magazine kopen waar ik op de cover sta met een adolescente op mijn schoot.” Met een geagiteerd handgebaar: „Ik koop het wel voor je als je wilt.” Hartman heeft zijn buik vol van zijn land. „Ik zou voor een tijdje weg willen uit Polen. Het is hier veel erger dan in Nederland.”

Hoeveel erger dan in Nederland is het echt gesteld met het debat over seksuele vrijheid en gelijkheid? Ja, het vanouds conservatief-katholieke Polen is nog steeds het land waar Winnie de Poeh het recent niet tot mascotte van een speeltuin schopte, omdat lokale bestuurders in het provinciestadje Tuszyn hem zagen als een halfnaakte hermafrodiet met „afgesneden testikels”. Het is ook het land waar de toenmalige kinderombudsman Ewa Sowinska in 2007 een psychologisch onderzoek wilde naar de geaardheid van teletubby Tinky Winky. Want: „Ik merkte op dat hij een vrouwenhandtas droeg.”

Tekenfilmfiguren ondergaan karaktermoord, de cartooneske bloemenregenboog op het Verlossersplein in Warschau kent een wreder lot. Bij mijn eerste bezoek aan een van de populaire terrassen rond dat monument beschreef een vriend uitgebreid hoe extreem-rechtse demonstranten hun marsen ritueel afsluiten met de verbranding van dit ‘homosymbool’.

Maar er is hoop. De net herverkozen burgemeester van Warschau heeft beloofd het standbeeld stug te herstellen na elke brand. Bij mijn laatste passage op het Verlossersplein bleek de regenboog de nacht tevoren opnieuw aangevallen, maar op tijd geblust.

Een bezoekje aan Hartmans blog toont dat ook hij nu positiever denkt. Zijn voormalige partijgenoot Robert Biedron werd inmiddels de eerste openlijk homoseksuele burgemeester van een Poolse stad: Slupsk. „Dit is de eerste stad – met meer dan 90.000 inwoners! – waarvan we empirisch bewijs hebben dat zijn inwoners de wil van de kerk negeren en doen wat ze willen”, schrijft Hartman. „We moeten deze gebeurtenis niet onderschatten.”

Intussen komt vanuit de katholieke vleugel een andere beweging op gang. Volgens de internationale ngo Kerk in Nood zijn het niet papenvreter Hartman maar de Poolse katholieken die zich bedreigd moeten voelen door stemmingmakerij. „Er wordt geclaimd dat de massamedia in het bijzonder een agressief klimaat creëren en antiklerikalisme tot een sociaal aanvaard fenomeen proberen te maken”, schrijft de ngo in een rapport. Magazine Newsweek Polska moet het in het bijzonder ontgelden. Op een van zijn covers plaatste het blad een prent van een geestelijke die een kind aan zijn kruis drukt. Daar vinden reactionairen en progressieven, clerici en kerkhaters elkaar: fijnzinnigheid is geen morele verplichting.