‘Doodnormaal’, om te rijden tegen de Eric Heiden van het shorttrack

Dordrecht maakt zich op voor titanenduel tussen Sjinkie Knegt en Viktor An

Sjinkie Knegt gisteren bij de presentatie van het EK in Dordrecht.
Sjinkie Knegt gisteren bij de presentatie van het EK in Dordrecht. Foto ANP

De acrobaat tegen het wonderkind. De lokale favoriet tegen de schaatsende legende. Sjinkie Knegt (25) uit Bantega tegen Viktor An (29) uit Seoul. De Nederlandse shorttrackwereld kijkt al maanden likkebaardend uit naar de titanenstrijd in Dordrecht: morgen beginnen de Fries en de tot Rus genaturaliseerde Koreaan als grote favorieten aan de strijd om de Europese titel.

„Een doodnormale wedstrijd”, bromde Knegt gistermiddag bij de presentatie van de Nederlandse ploeg aan de Dordtse Sportboulevard. Zo staat de Fries nu eenmaal in het leven. Al die poespas vooraf. Voor hem is het niet anders dan de Spelen in Sotsji, of de EK van vier jaar geleden in Heerenveen. „Alleen ben ik nu beter”, stelt hij nuchter vast.

Maar hij kijkt wel naar uit naar de gevechten met An: niet alleen is de Rus regerend Europees kampioen, in Sotsji bracht hij het thuispubliek een jaar geleden in vervoering met zijn onnavolgbare manoeuvres, die hem drie gouden medailles opleverden. „An is de Eric Heiden van het shorttrack”, zegt bondscoach Jeroen Otter zonder aarzeling. „Het is prachtig om in eigen huis de strijd met hem aan te gaan.”

Anders dan Knegt („Ik heb nog nooit een video van An bekeken”) bestudeert Otter de races van het fenomeen al jaren. Knegt heeft geen voorbeelden. „Ik doe alles op mijn eigen manier. Als je anderen probeert te kopiëren word je niet beter.”

Knegt heeft wel veel gemeen met An. Het rijden op intuïtie, de katachtige inhaalmanoeuvres, de onvoorspelbare bewegingen, die het voor tegenstanders onmogelijk maakt een strategie te bedenken. Otter: „Het mooiste aan An is dat hij heel lang, heel rustig kan wachten, als een roofdier. Dan slaat hij in één keer genadeloos toe. Hij deelt een Mike Tyson-dreun uit waarvan iedereen achteraf zegt: waar kwam dat in vredesnaam vandaan? Dat is het wonderkind: die klasse zag je al toen hij zestien was.”

Toch acht hij Knegt, Europees kampioen in 2012, lang niet kansloos. De Fries is fysiek sterker dan in het olympische seizoen, waarin hij werd gehinderd door een meniscusoperatie. Nu plukt hij daar alsnog de vruchten van. „Omdat ik die periode niet kon schaatsen ben ik veel gaan fietsen. Dat hebben we dit seizoen doorgezet, waardoor ik een stuk sterker ben.”

Het was deze winter al te merken aan de wereldbekerwedstrijden, waar Knegt op vrijwel elke afstand op het podium eindigde. Door die toegenomen kracht rijdt hij, anders dan in het verleden, veel van zijn races vanaf de koppositie. „Dan is het makkelijker om een wedstrijd naar je hand te zetten”, zegt Knegt. „Als je altijd maar aan het jagen bent, wachtend op een foutje van een ander, dan loop je meer risico. Inhalen is nooit zonder risico.”

Hij kijkt uit naar de confrontatie. „Het is knap wat An heeft gepresteerd. Maar hij is gewoon een concurrent, mijn grootste concurrent. Ik ga proberen hem te verslaan.”

Otter acht Knegt niet kansloos in het onderlinge duel. Hij versloeg An eerder. En Knegt heeft volgens Otter een betere finish. „Sjinkie strekt zijn been beter dan anderen. Dat heeft hij van kindsaf aan al geoefend. Dat speelse, op de finish willen winnen. Daar zit zijn kracht, vergeleken met An. Shorttrack is acrobatiek op ijs.”

Knegt en An kunnen wel op concurrentie rekenen van andere rijders: de Hongaren hebben in de pas 19-jarige Sándor Liu Shaolin een zeer groot talent – en wellicht kan Freek van der Wart, Europees kampioen in 2013, zijn opmars in Dordrecht voortzetten.

Bij de vrouwen is Jorien ter Mors de grote afwezige. De Europees kampioene van vorig jaar (Dresden) kan in Dordrecht haar titel niet verdedigen omdat zij in de nasleep van het olympische seizoen kampte met overtraindheid. De verwachting is dat de strijd om het goud vooral gaat tussen de Engelse Elise Christie en de Italiaanse Arianna Fontana, vijfvoudig Europees kampioen.

De shorttrackers rijden om een algemeent klassement over vier afstanden: 500, 1.000 en 1.500 meter, gevolgd door een superfinale over 3.000 meter voor de beste rijders van het klassement. Los daarvan staan de aflossingsraces voor de nationale ploegen, met de finales op zondagmiddag.