Dagkalender van de wereldliteratuur: het celletje op zichzelf

Theun de Vries, kort voor zijn 80ste verjaardag (FOTO ANP/PAUL VREEKER)

De sterfdag van George Orwell, gisteren, was ook die van de Fries-Nederlandse schrijver Theun de Vries — alleen is zijn dood pas tien jaar geleden.

‘Als je begint met: er was eens, dan spitsen alle mensen hun oren,’ zei Theunis Uilke de Vries aan de vooravond van zijn negentigste verjaardag. De in Friesland geboren ex-bibliothecaris, auteur van twee dozijn dichtbundels, zeventig romans en verhalenbundels en twee dozijn historische studies, was trots op zijn talent als verteller. Hij maakte naam met historische epen als Het geslacht Wiarda (1936-1958, over Friesland in de tijd van de socialist Domela Nieuwenhuis) en Februari (1962, over de Februaristaking), maar dankte de P.C. Hooftprijs 1963 in de eerste plaats aan zijn historische romans met kunstenaars en rebellen in de hoofdrol. Het motet van de kardinaal bijvoorbeeld, een roman uit 1960 over een laaglandse musicus die in 15de-eeuws Rome botst met de verdorven macht van de Borgia’s; of Het meisje met het rode haar (1956), een vie romancée van de Haarlemse verzetsstrijdster Hannie Schaft.

De Vries, die in de ogen van veel collega’s een controversieel figuur was door zijn lidmaatschap van de Communistische Partij Nederland (1936-1971), noemde zich in 1997 ‘een celletje op mezelf’. Zijn brede historische belangstelling verbindt hem met zijn vriend Vestdijk, maar hij was minder in psychologische processen geïnteresseerd dan in de maatschappelijke context waarvan zijn vrijdenkende personages deel uitmaken, of ze nu Rembrandt, Van Gogh, Bosch, Spinoza of Euripides heten.

Voor meer afleveringen van deze Dagkalender van de Wereldliteratuur, zie The Global Reader.

Pieter Steinz zit op Twitter.