Dromen over het sierlijk uitschenken van koffie

Illustratie Martien ter Veen

‘Wilt u uw tosti op bruin of wit brood?”, vroeg ik aan een oudere man die aan de bar was komen zitten. Hij droeg een kapiteinspet en rook sterk naar een afbijtmiddel. Ik had de man tijdens het schoonmaken wel eens voorbij zien lopen met kleine en grote blokjes hout.

„Bruin, altijd bruin”, mompelde hij.

„Jonge of oude kaas?”

De man keek naar het plafond, daarna naar zijn verweerde handen op de bar. Ze waren gigantisch groot in verhouding tot de rest van zijn lichaam en zaten onder de blaren.

„Ik zou zelf voor oude kaas gaan, die heeft meer smaak.” De man glimlachte en knikte.

In de morgen had de man met de baard me gevraagd of ik enige horeca-ervaring had.

„Absoluut”, zei ik. Het was een regelrechte leugen maar ik had de afgelopen weken als ik de gangen aan het dweilen was de barman – een kleine Marokkaanse man die bij elke bestelling ‘Ja lekker’ mompelde en daarbij nogal gepijnigd keek – bestudeerd en bedacht dat zijn werk fantastisch moest zijn. Het is misschien gek, maar ik droomde al een paar dagen tijdens het lappen van de ramen en het verwisselen van wc-rollen over het sierlijk uitschenken van een kop koffie, het smeren van een broodje, het bakken van een uitsmijter. De inpandige kantine had aan alle kanten ramen waardoor ik me tijdens mijn werkzaamheden continu bewust was van mijn rol als schoonmaker. Terwijl de barman praatjes maakte met klanten, ging ik voor ze opzij en gaf aan waar de vloer nat was en waar niet.

„U bent hier nieuw”, zei de man en glimlachte weer.

„Ik ben hier nu een paar weken”, zei ik terwijl ik een kop warm water voor zijn neus zette.

„Bevalt het?” vroeg hij terwijl hij zakjes thee bestudeerde in een houten Pickwick-doos.

„Zeker, ik vind het erg leuk”, zei ik, „En de tijd gaat hier veel sneller dan tijdens het schoonmaken.”

De man knikte en ik keek naar zijn kapiteinspet die hij op de bar had gelegd. „U volgt hier een cursus?” vroeg ik.

De man schudde zijn hoofd. Daarna knikte hij kort. „Niet?” vroeg ik.

„Jawel, jawel, ik maak een tafel maar hij is helemaal mislukt, ik ben er al vier maanden mee bezig.” Hij stak vier vingers in de lucht.

Ik hoorde het ouderwetse belletje van het tostiapparaat in de keuken.

„Heeft u goede begeleiding?” vroeg ik terwijl ik de tosti op een bordje legde en halveerde.

„De beste,” zei de man en keek gelukzalig naar de bar, „Maar de tafel is mislukt, helemaal mislukt, ik moet alles nog leren.”

Aan het einde van de werkdag, toen ik de kantine schoongemaakt had en een ronde door het gebouw maakte, stond ik een tijd stil bij het sleutelbord waar alle sleutelbossen van de werkplaatsen hingen. De hele dag door namen mensen hier sleutelbossen in ontvangst en brachten ze ze later weer terug.

Ik haalde de bos van de houtwerkplaats van het haakje en snelde de gang op, opende de deur naar een ruimte vol zaag- en schuurmachines en stond toen oog in oog met een tafel met het mooiste houtsnijwerk dat ik ooit had gezien.