Wie orkestreert de cartoonprotesten?

In verschillende landen protesteren moslims tegen godslasteraars. Niet alleen religieuze gevoelens, maar ook politieke motieven spelen een rol, zoals in het straatarme Niger.

Een Pakistaanse vrouw gisteren in Lahore tijdens een protest tegen het afbeelden van de profeet Mohammed op de voorpagina van Charlie Hebdo. Foto AFP
Een Pakistaanse vrouw gisteren in Lahore tijdens een protest tegen het afbeelden van de profeet Mohammed op de voorpagina van Charlie Hebdo. Foto AFP

Het was een van de grootste demonstraties ooit in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny. In de stad met nog geen 300.000 inwoners trommelde president Ramzan Kadyrov maandag honderdduizenden mannen op om hun afkeer te laten blijken van de cartoon van de profeet Mohammed die het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo vorige week op de voorpagina zette. In de bittere kou deden mannen de mystieke soefidans zikr, een belangrijk strijdritueel in de Tsjetsjeense islam, waarbij ze in kringen klappen, stampen en de naam van Allah aanroepen.

De leider zelf sprak de menigte toe: „U en ik zien hoe Europese journalisten en politici, met valse kreten over vrijheid van meningsuiting en democratie, de vrijheid opeisen om bot en vulgair te zijn, en de religieuze gevoelens van miljoenen gelovigen te krenken”, verklaarde Kadyrov. „Zo nodig zijn we bereid te sterven om iedereen te stoppen die denkt dat je de naam van de profeet op deze manier kunt bezoedelen”, zei hij, terwijl hij de tranen uit zijn ogen wreef.

De betoging kreeg de goedkeuring van het Kremlin, dat toestond dat het strak geregisseerde evenement live op de staatstelevisie werd uitgezonden. Maar een soortgelijke betoging in Moskou werd verboden. Kadyrov is een vazal van president Poetin en persona non grata in het Westen. Hij bestempelde iedereen die Charlie Hebdo steunt tot zijn „persoonlijke vijand”.

In Jordanië kwamen er maar 2.500

Tsjetsjenië was niet het enige land waar afgelopen dagen protesten waren tegen de wijze waarop Charlie Hebdo de profeet afbeeldde. Maar ze waren niet zo groot en talrijk als tijdens de Deense cartooncrisis in 2006. De grootste betoging was in de Pakistaanse stad Lahore, waar 10.000 aanhangers van de radicaal islamitische groepering Jamaat ud-Dawa (verantwoordelijk voor de aanslagen in Mumbai in 2008) leuzen riepen als „weg met Charlie Hebdo” en „dood aan de godslasteraars”.

Elders was het enthousiasme een stuk minder groot. In de Jordaanse hoofdstad Amman kreeg de Moslimbroederschap krap 2.500 man op de been. In enkele Afghaanse steden waren betogingen van een paar honderd mensen. In Gaza kwam een handjevol salafisten samen voor het lege kantoor van het Franse Cultuur Centrum. Veel had het niet om het lijf.

In Niger daarentegen, een straatarm land in het zuiden van de Sahara, mondden demonstraties uit in twee dagen van hevige onlusten, waarbij zeker tien doden vielen en 45 kerken, een christelijke school en een weeshuis in vlammen opgingen.

Waarom juist in Niger zulk grootschalig geweld uitbrak is niet helemaal duidelijk. Het lijkt erop dat niet alleen religieuze gevoelens, maar ook politieke motieven een rol hebben gespeeld bij de onlusten. „Er was een zekere mate van organisatie”, zegt Klaas van Walraven, een historicus die verbonden is aan het Afrika Studiecentrum en gespecialiseerd is in Niger.

De politieke situatie in Niger is gespannen sinds de machtige parlementsvoorzitter Hama Amadou in 2013 in conflict kwam met de regering. Nadat het parlement zijn arrestatie had bevolen wegens betrokkenheid bij de handel in kinderen, ontvluchtte hij het land en sloot hij zich aan bij de oppositie. Amadou zegt dat de aantijgingen politiek gemotiveerd zijn.

„De president heeft zijn positie in 2013 flink kunnen versterken”, zegt Van Walraven. „Maar het besluit mee te lopen in de massale ‘Mars voor de Republiek’ na de aanslagen in Parijs bleek een misrekening. De oppositie heeft dat aangegrepen om te gaan rellen. Ik denk niet dat ze hebben gezegd: steek kerken in de fik. Het lijkt uit de hand te zijn gelopen. Geweld is nooit ver weg van de politiek in Niger. Een massa gemarginaliseerde jongeren is altijd wel te mobiliseren.”

Ook tijdens de Deense cartooncrisis waren betogingen en rellen in moslimlanden allesbehalve spontaan. Een groep Deense imams reisde eind 2005 door het Midden-Oosten om aandacht voor de zaak te vragen. Ze hadden een 43 pagina’s tellend dossier bij zich dat de twaalf cartoons bevatte en was aangedikt met valse informatie over de krant en kwetsende tekeningen die naar moslims in Denemarken zouden zijn gestuurd.

De zaak kreeg veel media-aandacht, wat leidde tot massale protesten in de meeste islamitische landen, evenals in landen met een grote moslimminderheid en in het Westen. Velen liepen uit op rellen, waarbij wereldwijd 200 doden vielen. De ambassades van Denemarken en Oostenrijk in Libanon raakten zwaar beschadigd.

Het geweld was georganiseerd door regimes en organisaties die tegen de westerse inmenging zijn in een aantal conflicten in het Midden-Oosten. Ze grepen de cartoons aan om hun religieuze blazoen op te poetsen en gebruikten ze in een lokale machtsstrijd. De Palestijnse beweging Hamas was woedend over de westerse reactie op haar verkiezingsoverwinning. En de Syrische president Assad nam wraak voor de manier waarop het Westen zich had opgesteld inzake de Syrische bezetting van Libanon.

Minder fel in het Midden-Oosten

Dat de reactie nu minder fel is, lijkt te maken te hebben met de sterk veranderde machtsverhoudingen in de regio. Sommige regimes zijn gevallen, anderen zijn verwikkeld in een burgeroorlog. Hezbollah en president Assad hebben wel wat anders aan hun hoofd dan een paar spotprenten.

„Er is hier dit keer niet groots gedemonstreerd, omdat veel mensen niet wisten wat er aan de hand was”, zegt Abdullah Ahmadi, redacteur van de nationale omroep van Afghanistan. „Op televisie is er niet veel aandacht aan besteed. Daarom was er geen grote behoefte om te demonstreren. Tijdens de eerdere betogingen was er veel meer onvrede. Nu heeft blijkbaar niemand belang bij demonstraties.”

Dat gold niet voor Niger, een land met poreuze grenzen dat is ingeklemd tussen Boko Haram in Noord-Nigeria en Al-Qaeda in Noord-Mali. De protesten begonnen in Zinder, een stad op vijf uur rijden van de bakermat van Boko Haram in Nigeria. Wellicht dat aanhangers van de terreurgroep zich onder de relschoppers bevonden.