Voor oog van natie wint Carlsen weer

Noren kijken op televisie mee hoe hun landgenoot Magnus Carlsen bij het Tata Steel Toernooi de ene overwinning na de andere behaalt.

Of schaken onderhoudende televisie kan opleveren is in Noorwegen allang geen vraag meer. Niet alleen de matches om het wereldkampioenschap worden live uitgezonden, ook de grote toernooien die Magnus Carlsen speelt worden integraal verslagen. Het Tata Steel schaaktoernooi is te zien bij het commerciële TV2, dat de rechten wegkaapte voor de neus van staatszender NRK.

Vijf of zes uur schaken op de buis, geen Noor had het zich tien jaar geleden kunnen voorstellen. Met een panel van experts en een bonte stoet gasten in de studio blijkt het geen enkel probleem. Voor de volslagen leek is er boven in beeld een handig balkje dat de aandacht vasthoudt. Aan de hand van computerberekeningen wordt na iedere zet in percentages aangegeven hoeveel kans Carlsen maakt om zijn partij te winnen.

Na acht ronden kwam er door de krachtsexplosie van hun landgenoot een voor iedereen begrijpelijke vraag bij. Zou de wereldkampioen na vijf overwinningen op rij opnieuw toeslaan en zou hij net als Fabiano Caruana vorig jaar zelfs zeven partijen achter elkaar kunnen winnen? Carlsen zelf zag goede mogelijkheden.

Op de vrije dag voor de negende ronde, na een partijtje voetbal, sprak hij het thuisfront voor de camera moed in. In de resterende vijf partijen had hij drie keer het voordeel van de witte stukken en dan ook nog eens tegen spelers die hem goed lagen. Zoals de eerstvolgende hobbel, Teimour Radjabov. Het voormalige wonderkind uit Bakoe was ooit een absolute wereldtopper, maar is al geruime tijd worstelend op zoek naar zijn oude krachten.

De partij ontwikkelde zich langzaam. Achteraf gaf Carlsen tot verbazing van menigeen aan dat hij de stelling niet had begrepen. Het had even geduurd voordat hij zijn spel op gang had gekregen. Toen dat eenmaal zo was, leverde Radjabov weinig weerwerk. Na 20 zetten gaf het balkje op de Noorse TV aan dat hun favoriet 16 procent kans maakte te winnen, vijf zetten later was het balkje al opgeschoven naar 46 procent. Daarna ging het hard. Met fenomenale precisie hakte Carlsen de zwarte verdediging open en bouwde zijn winstserie uit naar zes.

Zichtbaar tevreden nam de winnaar de felicitaties in ontvangst, maar in zijn eerste commentaar was hij nuchter. Ook als hij hier de zeven overwinningen van Caruana zou evenaren of overtreffen dan bleef de prestatie van de Italiaan naar zijn mening beter. Diens tegenstanders waren sterker geweest. Daar zat hij tenslotte zelf ook tussen, grijnsde hij.

Waar hij zich blij over toonde was dat zijn toernooi goed loopt. Vooraf had hij aangegeven dat hij zijn recordscore uit 2013 hoopte te verbeteren: in dat jaar behaalde hij 10 punten uit 13. Als hij deze blakende vorm vasthoudt, is dat niet ondenkbaar.

Voor het klassement deed Carlsen ook goede zaken. Zijn naaste achtervolgers verloren alle drie terrein. Wesley So en Maxime Vachier-Lagrave speelden in hun onderlinge partij remise en raakten een vol punt achter. Lange tijd volgden ze een bekend pad en leek er weinig aan de hand, totdat Vachier-Lagrave een gevaarlijk initiatief naar zich toe trok. Dat was het moment voor So om zich precies te verdedigen en te voorkomen dat de Fransman zijn vierde partij op rij won.

De Chinese kampioen Ding Liren kon het tempo van Carlsen ook niet volgen. Hij verloor van Anish Giri. Dat was een mooi resultaat voor de Nederlander, ook al bewandelde hij een lange omweg voordat hij de overwinning binnenhaalde. In een door Ding Liren scherp opgezette Konings-Indiër reageerde Giri alert op de gevaren die op hem afkwamen. Met koel spel haalde hij de angel uit het zwarte spel en draaide de rollen om met een goed getimede tegenstoot. Het leek de kortste partij van de dag te worden, het werd zowat de langste.

Giri’s coach Tukmakov bekeek het hoofdschuddend. „Dat is typisch Anish. Hij speelt heel goed, komt gewonnen te staan en leunt dan tevreden achterover.”

Daar was Giri het mee eens. „Het had zeker twee uur sneller gekund.” Maar zijn goede humeur kon het niet bederven. Hij steeg naar de zesde plaats en het programma dat hem nog wacht biedt perspectief. „Hoeveel ronden zijn er nog te gaan?”, vroeg hij lachend. „Vier? Dan is er dus nog een winstserie van vijf mogelijk!”