Topstukken op Brusselse beurs Brafa

Zaterdag begint de Brafa. Vijf handelaren over de verschillen tussen het Belgische en Nederlandse kunstklimaat. „Een mooie collectie wordt in België veel meer gewaardeerd.”

Foto’s Brafa

Het is hem een raadsel, zegt Christian Vrouyr. De in Antwerpen gevestigde handelaar in handgeknoopte tapijten begrijpt niet waarom er zo weinig Nederlandse kunst- en antiekhandelaren deelnemen aan de Brussels Art Fair (Brafa), de kunstbeurs die zaterdag in de hallen van het voormalige rangeerstation van Thurn & Taxis voor de 60ste keer begint.

Tefaf in Maastricht is buitencategorie, zegt Vrouyr, ook vaste deelnemer aan Pan Amsterdam. „Maar daarna is Brafa toch de meest internationale kunstbeurs van de Lage Landen”, zegt hij. Een uitspraak die door zijn collega’s wordt beaamd.

De oudste kunstbeurs van Europa wil ook internationaal zijn. In de statuten staat dat hooguit 40 procent van de 130 deelnemers uit België mag komen. In Brussel zijn komende week handelaren uit twaalf landen vertegenwoordigd. Slechts drie daarvan komen uit Nederland. Ook het publiek – vorig jaar 55.000 bezoekers – is veel internationaler dan bij Pan.

„In Amsterdam heb ik in november op de Pan alleen Nederlands gesproken”, zegt Floris van Wanroij, de jeugdige handelaar in oude meesters die voor de derde keer aan Brafa deelneemt. Behalve Belgen trekt de Brusselse beurs ook veel verzamelaars uit Duitsland, Engeland, Frankrijk en Italië, zegt hij. „Je moet veel Frans spreken. Misschien is dat iets wat sommige Nederlandse collega’s van deelname weerhoudt.”

Van Wanroij noemt zichzelf „een halve Belg”; hij is in Brabant vijf kilometer van de grens opgegroeid. Onder collega’s, zegt hij, doet het verhaal de ronde dat Belgen niet graag bij Nederlandse handelaren kopen. „Een idee-fixe”, haast hij zich te zeggen. „Mijn ervaring is anders. Na Tefaf is Brafa echt de beste beurs voor oude kunst in onze regio.”

En over die vermeende taalbarrière hoeven handelaren zich ook geen zorgen te maken, zegt Van Wanroij. „Een Vlaamse kunsthandelaar die geen Frans spreekt, dat ligt in Brussel gevoelig. Maar als je als Nederlander je best doet een mondje Frans te spreken, vinden Walen dat heel charmant.”

Douwes Fine Art uit Amsterdam debuteert in Brussel. Evert Douwes is de zesde generatie aan het hoofd van het eeuwenoude familiebedrijf, dat handelt in 16de- tot 20ste-eeuwse schilderkunst. Van eerdere bezoeken aan de beurs weet Douwes dat „het interessegebied van Brafa opschuift richting Tefaf”. „Het is in Brussel net zo breed.”

Om in Brussel als handelaar succes te boeken, zegt Douwes, moet je kwaliteit bieden. „Tweederangs romantiek ga je daar niet verkopen.” De markt voor internationale topstukken is volgens Douwes in Brussel beslist beter dan in Amsterdam.

De derde Nederlandse deelnemer is Frans Jacobs Fine Arts uit Amsterdam. De specialist in Franse schilderkunst van na 1860 liet de laatste Pan aan zich voorbijgaan. Sinds de crisis is het niet makkelijk om in Nederland kunst te verkopen, zegt Cor van Harn, een van de eigenaren van de kunsthandel. „Van de westerse landen geeft de Nederlander percentueel het minste geld uit aan kunst. Ons bin zûnig!” In Brussel verwacht Van Harn zijn internationale clientèle te treffen.

Belgische verzamelaars zijn ernstiger en hebben doorgaans meer kennis, zegt Tin De Backker van De Backker Medieval Art uit het Belgische Hoogstraten. Met haar man Luc doet ze al ruim tien jaar mee aan Brafa én Pan. „In Amsterdam is de sfeer veel relaxter en zijn we de hele dag aan het uitleggen wat we verkopen. We moeten het daar hebben van coup de foudre, van liefhebbers die verliefd worden en hun eerste middeleeuwse stuk kopen. De topstukken bewaren we voor Brussel, voor de grote Belgische verzamelaars van middeleeuwse kunst.”

Ook tapijthandelaar Christian Vrouyr past zijn aanbod aan. In Brussel moeten tapijten kleuriger en spectaculairder zijn dan in Amsterdam. Op Brafa presenteerde hij twee jaar geleden bijvoorbeeld een bontgekleurd, door modeontwerper Walter Van Beirendonck ontworpen tapijt. Vrouyr: „Anders dan bij schilderkunst hebben Nederlandse tapijtverzamelaars meer kennis van zaken dan Belgen. In Amsterdam heb je fijnproevers die klassieke Turkmeense tapijten weten te waarderen.”

Toch leeft het verzamelen van kunst meer in België, zegt Floris van Wanroij. Dat heeft hij meermaals geconstateerd als hij verkochte schilderijen bij Belgische verzamelaars thuis ging afleveren. „Belgen hechten meer waarde aan hun huis en collectie. Pronken is misschien een te sterk woord. Maar het hebben van een mooie collectie wordt bij onze zuiderburen veel meer gewaardeerd dan bij ons.”