Sport kan matchfixing niet aan

Slechts hopeloze naïevelingen geloofden nog dat het niet voorkwam in Nederland: matchfixing, manipulatie van voetbal- en andere sportwedstrijden met het doel om rijk te worden met gokken. Een oud-speler van Willem II wordt er nu van verdacht zich, samen met minstens één medespeler, in 2009 te hebben laten omkopen om het resultaat van twee voetbalwedstrijden te beïnvloeden in een door gokkers gewenste richting. De voetballer ontkent – een bekentenis betekent einde carrière – en of het bewijs tegen hem juridisch rondkomt, is nog maar de vraag.

Maar ook al is er nog nooit een voetballer, coach of scheidsrechter in Nederland veroordeeld, wie denkt dat de maffioze praktijken die met matchfixing gepaard gaan wel in Duitsland, België, Engeland, Spanje, Italië en elders voorkomen, zoals bewezen is, en niet in Nederland, gelooft in sprookjes. Met het (illegaal) gokken op wedstrijden zijn grote financiële belangen gemoeid en dan is corruptie zelden ver weg. De speler of andere betrokkene die zich eenmaal in het web van de gokmaffia heeft laten vangen, komt er niet of met grote moeite uit; vatbaar voor chantage en bedreiging als hij nu is.

Europol, de Europese politieorganisatie, maakte een kleine twee jaar geleden bekend dat zij bij onderzoek was gestuit op zeker 380 gemanipuleerde wedstrijden. Onder de 425 verdachten bevonden zich vijf Nederlanders (geen spelers, trainers of bestuurders) die allen een strafblad hadden. Tot de verdachte duels behoorden ook wedstrijden uit de Champions League en de Europa League. Er was sprake van een gokkartel dat vanuit Singapore werd geleid en met criminele netwerken in Europa samenwerkte. In diezelfde periode stelde minister Opstelten (Justitie, VVD) nog steeds dat er geen aanwijzingen waren voor manipulatie van Nederlandse voetbalwedstrijden. Toen al bestond het vermoeden dat die indicaties vooral ontbraken doordat er hier niet naar werd gezocht.

Het internationale karakter van de illegale gokpraktijken en van matchfixing betekent dat alleen een internationale aanpak kans maakt op (enig) succes. Vanzelfsprekend moeten internationale en nationale sportbonden hierbij hun rol spelen, zoals in dit geval de FIFA en de KNVB. Zowel met preventieve als repressieve maatregelen horen zij deze ernstige vorm van spelbederf te pareren. De Nederlandse bond zoekt het onder meer in een gokverbod, een meldplicht en voorlichting. Maar duidelijk is dat bestrijding van matchfixing en de misdadige praktijken niet gaat zonder de inzet van politie en justitie, en van de opsporingsmiddelen waarover zij beschikken. Alleen met hun hulp en samenwerking is er kans dat aan dit bederf van voetbal en andere sport een halt wordt toegeroepen.