Peter Pontiac, meestertekenaar

Peter Pontiac (1951-2015)

Tekenaar

Zijn rijke, gedetailleerde stijl maakte Peter Pontiac tot meer dan alleen de ‘koning van de Nederlandse undergroundtekenaars’.

Peter Pontiac in 2011
Peter Pontiac in 2011 Foto Roger Cremers

Toch nog onverwacht is gisteravond Peter Pontiac (Peter Pollmann) overleden in het OLVG ziekenhuis in Amsterdam – hij was een van de beste tekenaars van Nederland. Hij was ziek, zijn lever was kapot, aangetast door hepatitis C en levercirrose, opgelopen door zijn heroïnegebruik. Dat de ziekte hem fataal zou worden wist hij, hij was bezig aan een getekend verslag van zijn race met de dood: Styx: of de zesplankenkoorts zou de graphic novel gaan heten. Afgelopen december vertelde hij er in deze krant nog over. Hij wilde dit jaar het boek afmaken in een huisje in Friesland: via crowdfunding had hij geld voor het ongestoord voltooien van het boek binnengehaald, ruim 28.000 euro. Pontiac vertelde dat hij weinig tijd had, dat hij eigenlijk de dood wilde overwinnen met dit boek: „Als hij mij komt halen, heb ik hem al gehad. 1-1. Maar dan moet het boek wel af zijn. Anders wordt het 2-0 en dat gun ik de dood niet.”

Het is 2-0 voor de dood geworden. In potlood heeft hij al veel getekend voor zijn boek, maar af is het helaas niet gekomen. Maar dat wat er al wel van is, en hopelijk uitgegeven wordt, is een bijzondere kroon op een uitzonderlijke tekenaarscarrière.

Peter Pontiac wordt wel de koning van de Nederlands undergroundtekenaars genoemd, en underground was hij zeker in de jaren zestig toen zijn autodidactische kunstenaarscarrière van start ging. Geïnspireerd door werk van de Amerikaanse undergroundtekenaars als Robert Crumb begon hij met tekenen. Pontiac maakte covers voor illegale platenuitgaven. Zijn tekenstijl viel al snel op, zodat het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone, het stripblad Modern Papier van tekenaar Joost Swarte en later muziekblad Aloha werk van hem publiceerden. Hij ontwikkelde zich in de jaren zeventig en tachtig tot de meest vooraanstaande Nederlandse undergroundtekenaar, door zijn zeer herkenbare tekeningen vol details en zwarte humor. Maar geleidelijk ontwikkelde hij zich verder, tot een knap allroundtekenaar, onder meer als illustrator van muziekblad Oor. En hij maakte in 2000 Kraut, een sterke graphic novel over zijn vader, die zich in de oorlogsjaren bij de NSB aansloot en in 1978 spoorloos verdween op de Antillen.

Hij verbreedde zijn terrein ook naar het lichtere genre: van 1995 tot 2001 tekende hij op de voorpagina van het Algemeen Dagblad de ‘weermuis’. Hij publiceerde in deze krant onder meer Krantenpoes (met Nienke Denekamp, werd Gouden Boekje) en Mijn vader geboren in 1903 (met Maria Heiden, ook als boek uitgegeven). Zijn speelse vrolijke Gouden Boekje Muis aan zee valt niet als underground te kwalificeren.

Ook de detailrijke illustraties die hij in de loop der jaren voor deze krant, vooral het Cultureel Supplement, tekende, laten zien dat Pontiac een uitzonderlijk tekentalent was, die krachtige, sterk verhalende beelden kon tekenen. Hij kreeg voor zijn stripwerk in 1997 de Stripschapprijs en in 2011 de Marten Toonderprijs voor zijn bijdrage aan de Nederlandse cultuur.