Niemand is helemaal zuiver op de graat

Carla (Valeria Bruni Tedeschi) brengt niet alleen met haar geld het hoofd op hol van artistieke types.
Carla (Valeria Bruni Tedeschi) brengt niet alleen met haar geld het hoofd op hol van artistieke types.

‘Wat een patserbak!’, zegt Serena tegen haar vriend Massimiliano in de Italiaanse film Il capitale umano (‘Menselijk kapitaal’). Ze heeft het over de zwarte SUV, met de kreet f*** you op de achterkant, die een cruciale rol speelt in de plot. Met de auto wordt in de proloog een fietser van de weg gereden, waarna deze zwaargewond in het ziekenhuis belandt. Het draait vervolgens om de vraag wie de auto tijdens het ongeluk bestuurde.

Dat geeft de film van Paolo Virzì, winnaar van zeven David di Donatello’s – het Italiaanse equivalent van de Gouden Kalveren – een thrillerstructuur. Maar het gaat Virzì eigenlijk vooral om de schildering van twee milieus, die met elkaar verbonden worden door Serena en Massimiliano.

Serena is de dochter van Dino, een net even te joviale, licht ordinaire, eeuwig kauwgum kauwende makelaar aan wie de crisis niet ongemerkt voorbij is gegaan. Als hij zijn dochter naar haar vriend brengt, telg uit een rijk geslacht, ziet hij dan ook zijn kans schoon. Hij laat Massimiliano’s vader Giovanni weten dat hij graag mee wil doen in diens lucratieve investeringsfonds. Giovanni stemt in en behandelt Dino ogenschijnlijk als gelijke, maar het is zonneklaar dat hij uit is op het geld van de inhalige Dino. Toch is Dino geen zielig slachtoffer van de kwaadaardige rijke elite, want in Il capitale umano drijft Virzì juist de spot met alle klassen. Iedereen heeft zo zijn, meestal materialistische, belangen, ten koste van elk greintje moraal. Een boodschap die er net te dik bovenop ligt.

In Il capitale umano is niemand zuiver op de graat. Zo bespot Virzì in een subplot ook de intellectuelen. Die storten zich als horzels op Giovanni’s trofeevrouw Carla, een voormalig actrice die een vervallen theater wil opknappen en heropenen. Ze praten hoogdravend over het belang van (lokale) cultuur maar ondertussen azen ze op het geld (en het lichaam) van Carla.

Virzì verplaatste zijn verfilming van Stephen Amidons roman Human Capital van Amerika naar het Italië van 2010 waarbij het verhaal in hoofdstukken wordt verteld, met elk hun eigen hoofdpersoon: Dino, Carla en Serena. Sommige scènes overlappen, maar ze geven ook nieuwe informatie prijs. Il capitale umano, een verzekeringsterm voor de kille statistische bepaling van de waarde van een mens, springt heen en weer tussen twee seizoenen die volgens Virzì niet toevallig samenvallen met Berlusconi’s uitspraak in de zomer van 2010 dat het heus heel goed ging met Italië (‘De restaurants zitten vol’) waarna in de winter bleek dat het land bijna bankroet was. Ook elk personage in Il capitale umano grossiert in leugens en zelfdeceptie, zelfs de jeugd is haar onschuld verloren.

Hoewel mooi gemaakt, met soepele camerabewegingen, fraaie locaties en een sterk acteursensemble, is de satirische insteek van Virzì te weinig subtiel om echt te verrassen. Ook het vierde hoofdstuk, de afwikkeling van de thrillerplot, is nogal zwak.

De vele sterke scènes laten je deze tekortkomingen bijna vergeten, zoals die waarin een theatercriticus Carla met geveinsde complimentjes verleidt terwijl beelden van een verfilmd toneelstuk, waar zij jaren eerder in speelde en waar ze samen naar kijken, over haar half ontblote lichaam worden geprojecteerd.