‘Idioot dat individuen soms net zoveel verdienen als hele landen’

Oxfam-econoom

„We leven met een absurde welvaartsverdeling”, zegt de auteur van het Oxfam-rapport over de kloof tussen arm en rijk.

Het lijkt een vreemd huwelijk. De ene partner is ontwikkelingsorganisatie Oxfam, die opkomt voor de armsten in ontwikkelingslanden. De andere is het World Economic Forum in Davos, het jaarlijks onderonsje voor de mondiale politieke en economische elite. Sinds een jaar of vijf wordt Oxfam jaarlijks uitgenodigd voor die vergadering en dit jaar is directeur Winnie Byanyima zelfs gevraagd co-voorzitter te zijn.

Het huwelijk weerhield Oxfam er niet van pal voor aanvang van de vergadering stemming te maken met Wealth: Having it all and Wanting More. Dit rapport zet rijkdom stevig te kijk. Het staat vol met twitter-klare statistieken die het publiek wakker moeten schudden. Zoals: in 2016 zal de één procent rijken precies de helft van ’s werelds rijkdom bezitten. De overige 99 procent moet het met de andere helft doen.

„Dat soort statistieken laat goed zien hoe absurd de welvaartsverdeling is waarmee we leven”, zegt econome Deborah Hardoon, de auteur van het rapport, aan de telefoon vanuit Londen. „Die statistieken maken mensen boos en dragen daarmee bij aan het op de internationale agenda houden van ongelijkheid.”

Vorig jaar kwam u met een soortgelijk rapport pal voor Davos. Waarom richt een organisatie die aan armoedebestrijding doet zich zo op de elite?

„Oxfam houdt zich al decennia bezig met het bestrijden van ongelijkheid tussen man en vrouw en het verbeteren van de toegang tot de gezondheidszorg. Maar de kloof tussen arm en rijk is inmiddels dusdanig groot geworden dat die de bestrijding van armoede hindert. De buitenproportionele invloed van rijke bedrijven en individuen op regeringen holt democratieën uit. Grootschalige belastingontwijking leidt tot een tekort aan publieke middelen om gezondheidszorg en onderwijs mee te betalen. Tenslotte is er nog een correlatie tussen een grote ongelijkheid en veel geweld, zoals in Latijns-Amerika. ”

Waarmee wilt u naar huis komen uit het World Economic Forum?

„Vorig jaar lieten we in ons rapport zien hoe groot de kloof tussen arm en rijk is. Dit jaar laten we zien hoe snel die kloof groeit. In 2010 waren het nog 388 miljardairs die net zoveel bezaten als de onderste helft van de wereldbevolking. Nu nog maar 80. We willen Davos en de wereld ervan doordringen dat er nu iets moet gebeuren.”

Bestrijding van belastingontwijking is daarbij een middel. Wat stelt u voor?

„Het dichten van belastinggaten kunnen landen niet alleen. Bedrijven en rijke individuen besteden veel tijd en moeite aan het uitbuiten van verschillen in belastingstelsels, ten koste van gewone burgers. Regeringen van ontwikkelingslanden kiezen, aangemoedigd door IMF en Wereldbank, vaak de makkelijke weg en geven bedrijven belastingvrijstelling of -korting in ruil voor investeringen. De OESO maakt nu werk van belastingontwijking, maar daarbij gaat het om een klein aantal landen. Wij willen dit voorjaar een mondiale belastingconferentie organiseren. Er moeten wereldwijde maatregelen mogelijk zijn, want regeringen van rijke en arme landen hebben hier dezelfde belangen.”

Het rapport laakt het vele geld dat vooral de financiële en de farmaceutische industrie aan lobbyen besteden...

„We willen laten zien hoezeer politieke elites het publieke belang soms laten samenvallen met het belang van grote bedrijven. De bedragen die aan lobbyen worden besteed zijn in elk geval een goede indicatie voor de druk die wordt uitgeoefend. Farmaceutische bedrijven besteden meer geld aan lobbyen dan aan onderzoek naar de bestrijding, van zeg, Ebola. Drie grote farmacieconcerns doneerden vorig jaar drie miljoen aan ebolabestrijding. Maar ze gaven 18 miljoen uit aan lobby-activiteiten in de Verenigde Staten.”

Haar opmerking doet denken aan een redenering uit het rapport: één topman, Stefano Pessina, van farmaciefabrikant Walgreen, vergrootte zijn vermogen vorig jaar van 4 miljard naar 10,4 miljard. Dat zou, schrijft Oxfam, genoeg zijn om alle economische schade door de ebolacrisis in Guinea, Liberia en Sierra Leone drie keer te compenseren.

Zijn dit niet heel populistische manieren van redeneren? U vergelijkt appels met peren.

„De cijfers doen niets anders dan tonen hoe idioot het is dat individuen net zoveel kunnen verdienen als de begrotingen van complete landen. Wij willen werken via gewone mensen in arme en rijke landen. Die hebben hetzelfde belang: het terugdringen van de invloed van rijken. Dit soort cijfers vertellen het verhaal dat daarbij hoort, en dat verdwijnt voorlopig niet.”