Holland’s Got Ondernemers

Ondernemen moet je leren, vinden de overheid en bedrijven. En hoe kan dat beter dan in wedstrijdverband? Student Company laat 6.000 studenten hun ideeën voor een bedrijf pitchen voor een jury.

‘Nooit meer moe van een zieke koe”, besluit een jongen in een keurig overhemd zijn pitch voor het project. Enigszins opgelucht kijkt hij de zaal in waar andere deelnemers wachten op hun beurt. De tweedejaars hbo-studenten van de Christelijke Agrarische Hogeschool Vilentum in Dronten ontwierpen een slee die je bevestigt aan een tractor. Zo kun je koeien op diervriendelijke wijze de stal uitslepen.

De studenten doen mee aan het Student Company-programma van Stichting Jong Ondernemen waar zo’n 150 mbo-, hbo- en universitaire instellingen aan meedoen. Net als 47 andere teams uit de regio Midden-Nederland pitchen ze hun idee. Ze richten bij dit project in een jaar tijd een écht bedrijf op. Een jury van ondernemers en betrokkenen bij Jong Ondernemen, moet beoordelen of ze ook een góéd idee hebben.

En de jury is kritisch. „Hoeveel gaat het kosten?” vragen ze de bedenkers van de VeeSlee.

„Maximaal 300 euro per stuk, exclusief btw.

„Is er al een prototype?”

Die is klaar.

„Wat is het breakeven point?”

Zeven producten verkopen om quitte te spelen, en dat lukt wel, denken ze.

Iedereen wil ondernemen

Het Company-project is met 6.000 studenten uit heel Nederland een groot project, maar zeker niet het enige. Projecten en wedstrijden in ondernemen zijn populair, ziet Aard Groen, decaan en hoogleraar ondernemerschap aan de Universiteit Groningen en Universiteit Twente. In het onderwijs is steeds meer aandacht voor ondernemen. Groen zette in 1999 een minor ondernemerschap op aan de Universiteit Twente. Hij was een van de eersten. Maar inmiddels zie je dat overal. „Elke universiteit heeft nu wel een programma gericht op ondernemen, op de hogescholen en mbo’s zie je het nog veel meer.”

Dit jaar wordt de Company Launch, de dag dat de teams hun ideeën pitchen, voor de 25ste keer georganiseerd. De jongeren moeten in het studiejaar dat het project loopt daadwerkelijk kapitaal vergaren en het product op de markt brengen.

Nu is het nog makkelijk: Jong Ondernemen helpt de jongeren daar waar nodig. Willen ze doorstarten? Dan moeten ze het zelf doen, zonder begeleiding. Ze gaan dus ook lang niet allemaal door. Afgelopen schooljaar deden er 1.066 bedrijfjes mee, waarvan vooralsnog drie ondernemingen zijn voortgezet.

Als bedrijven levensvatbaar blijken, is dat mooi meegenomen. Maar het is niet het doel van het programma. De stichting wil jonge mensen vroeg kennis laten maken met ondernemerschap en ze laten proeven aan de arbeidsmarkt, legt Martijn van Norden uit. Hij werkt als manager bij Jong Ondernemen. Dat er meer projecten zijn zoals deze, maakt volgens hem niet uit. Ze streven hetzelfde doel na: jongeren beter aan laten sluiten op de arbeidsmarkt.

Aard Groen onderstreept het belang van ondernemen. „Je ontwikkelt kennis, vaardigheden en attitude. Competenties die nodig zijn op de arbeidsmarkt.” Maar, zegt Groen, het is geen vereiste dat projecten over ondernemerschap gaan, door op projectmatige basis bezig te zijn, werken jongeren sowieso aan hun competenties. „Kritisch naar zichzelf en het bedrijf kijken. Wat zijn mogelijke bedreigingen en welke nieuwe dingen moeten we bedenken om goed te presteren?”

Groen ziet bij soortgelijke wedstrijden dat de jury een cruciale rol speelt: „Ze komen uit de praktijk en geven concrete feedback. Daar kunnen studenten iets van leren.” Bij een minor Ondernemen in Groningen pitchen studenten in een paar weken tijd meerdere keren, tussentijds moeten ze daadwerkelijk aanpassingen doorvoeren. „Met alleen een idee waar je zelf achterstaat, kom je er niet. Je moet leren ondernemen.”

De VeeSlee schopt het in Utrecht tot de regionale finale. Volgens jurylid Jan van der Grift omdat het een uitstekend toepasbare oplossing is voor een actueel probleem. „Heb je wel eens gezien op wat voor manier die beesten nu uit een stal worden gesleept?”

„Een verrassing, maar wel een aangename”, noemt algemeen directeur Rijndert Middelburg (21) de uiteindelijke tweede plek. Het geheim voor succes? „Samenwerking en een goede voorbereiding.”