Hakketakkerige en ongeloofwaardige thriller kiest te vaak voor de meest voor de hand liggende weg

Hoe visualiseer je een computerhack? In Blackhat kiest regisseur Michael Mann voor de makkelijkste weg. De camera glijdt in razendsnel tempo over allerlei kabels en gaat het mainframe van de computer in, waar schakelingen één voor één oplichten en zo abstracte patronen vormen. De enter-toets die zoveel schade zal aanrichten, komt extreem close in beeld. Met een druk op deze knop zorgt een kwaadaardige hacker er namelijk voor dat in China een kernreactor gedeeltelijk wordt opgeblazen. Ook manipuleert deze ‘blackhat’ beurskoersen; alles met als doel miljoenen te verdienen en zo status te krijgen binnen hackerskringen.

Dat de film zich gedeeltelijk in China en Hongkong afspeelt, met meerdere Aziatische acteurs in bijrollen, maakt Blackhat makkelijker te verkopen is aan China, een belangrijke groeimarkt voor Amerikaanse films.

Deze onwaarschijnlijke thriller, over een goede hacker (een ongeloofwaardige Chris Hemsworth) die een kwade hacker moet stuiten, heeft als ideologische strekking dat Chinezen en Amerikanen hun achterdocht over elkaars motieven moeten overwinnen en samenwerken om de cyberschurken te achterhalen. Ook wordt kritiekloos gekeken naar de macht van FBI en NSA, zonder na te denken over privacyschending. Als het lastig wordt om toestemming te krijgen, volstaat een verwijzing naar 9/11. Als de boeven maar gevangen worden.

Voor Mann is het hakketakkerig gemonteerde verhaal vooral een kapstok om zijn geliefde thema’s en stilistische kenmerken aan op te hangen. Zijn held mag dan een veroordeeld creditcardfraudeur zijn, hij is ook een gedreven professional die zijn leven waagt om de cyberschurk – een aardige bijrol van Yorick van Wageningen – te pakken. Mann houdt van zulke zakelijke professionals die emoties weten uit te schakelen, zie Heat, Thief en The Insider. Dat ze daarbij soms het gedrag van de criminelen die ze opjagen deels overnemen, is nooit zo'n bezwaar. „I know you” zegt de held tegen de boef in Blackhat – een zinnetje dat zo in Heat had kunnen zitten. Ook Manns visuele obsessies keren terug, zoals zijn voorliefde voor nachtelijke opnames met veel fonkelende lichtjes. Zijn keuze om de abstract oplichtende patronen van moederborden en geheugenchips tegenover concrete lichamelijkheid te plaatsen, vooral de aanrakingen van Hathaway en zijn Chinese vriendin, dienen een naïef geformuleerd thematisch doel: de tactiele werkelijkheid is te verkiezen boven de schimmige cyberonderwereld. Dat is onbedoeld veelzeggend: Mann kiest voor oppervlakte, niet voor tot nadenken stemmende ideeën.