Fransen nemen naast cartoons ook films zeer serieus

Fransen nemen niet alleen hun striptekenaars en cartoonisten uiterst serieus, ook filmmakers worden met buitengewone egards behandeld. Alleen in Frankrijk is per wet geregeld dat de regisseur en niemand anders de laatste zeggenschap heeft over een film; niet de producent of geldschieter. Parijs is een paradijs voor filmgekken. De stad heeft niet alleen de imposante Cinémathèque (opgericht in 1936) waar momenteel een grote expositie te zien is over leven en werk van François Truffaut, maar ook meer dan 300 bioscopen, waar zowel nieuwe als oude films te zien zijn.

Zoveel schermen in allerlei soorten en maten bieden ook de mogelijkheid om in te spelen op een noodgeval. Een van die vele bioscoopjes, Luminor, bracht afgelopen week de documentaire C’est dur d’être aimé par des cons terug op het doek – een film van Daniel Leconte over de redactie van Charlie Hebdo, uitgekomen in 2008, die ging over de rechtszaak die verschillende moslimorganisaties tegen het blad aanspanden wegens de karikaturen van de profeet.

In een andere kleine bioscoop draait een documentaire over het werk van tekenaars en cartoonisten uit alle windstreken: Carricaturistes, fantassins de la démocratie van Stéphanie Valloatto. Het pijnlijk actuele drama Timbuktu van Abderrahmane Sissako, dat gaat over de kortstondige heerschappij van jihadisten in Mali, draait momenteel in niet minder dan twaalf Parijse zalen.

In het centrum van de stad zijn nog steeds uitstekend gesorteerde dvd-winkels te vinden. Boekhandels hebben vaak kasten vol filmliteratuur: biografieën van regisseurs en acteurs, naslagwerken, en ook dat specifiek Franse genre ‘Essais sur le cinema’: vrije beschouwingen over het een of andere aspect van de filmkunst. Als Franse intellectueel tel je niet helemaal mee als je geen stevige filmfilosofie op je naam hebt staan.

De meest invloedrijke denker over film is Gilles Deleuze, maar hij wordt op de hielen gezeten door Jacques Rancière, die een aantal van zijn recente filmbeschouwingen bundelde in Les écarts du cinema; onlangs in Engelse vertaling verschenen bij Verso. Rancière is de filosoof die politiek engagement en esthetiek op een nieuwe manier probeert te verbinden. Zijn filmstukken getuigen van grote scherpzinnigheid. Hij belicht Hitchcock door Vertigo te vergelijken met de roman D’entre les morts waarop de film is gebaseerd. En om de kleurrijke musicals van Vincente Minnelli, zoals The Band Wagon, met zoveel ernst te beproeven op wijsgerige implicaties, daarvoor moet je haast wel een Franse filosoof zijn.