En maar pompen, zielig gewoon

Homies uitzitten: het is alsof je toekijkt hoe een groep goedwillende acteurs zich in het zweet werkt om een lek luchtbed op te pompen. Zij maar pompen. En dat luchtbed maar leeglopen. Zielig gewoon.

Het is curieus, maar zeker niet verboden, om 17 jaar na Lock, Stock and Two Smoking Barrels alsnog misdaadkomedie in Guy Ritchie-stijl te maken; Jon Karthaus is niet de enige Nederlandse filmmaker die dat probeert. Doe je dat scherp, dan is er weinig mis met die stijl: droge vertelstem, slapstick, beelden bevriezen, versnellen of terugspoelen, een plot met sympathieke klunzen, cartoonschurken en de een of andere MacGuffin.

De MacGuffin is in Homies een partij cocaïne die vier non-valeurs uit de grachtengordel moeten zien te verkopen voor een Russische gangsterbende. Held is Timo (Robert de Hoog), die aan een vage app werkt en wiens vriendin er terecht vandoor is met een oversekste muziekproducer. Het begint best aardig, met studentenhumor over snuifwaar, afrukken en meisjes, maar gaandeweg gaat alles naar de verdommenis. Grappen zijn geforceerd, personages vervelend, scènes warrig, complicaties overbodig, tot alle fut er echt uit is in de chaotische finale, waar Timo leert dat hij nooit mag liegen tegen zijn vriendin. Zoveel verspilde energie: zag nu echt niemand onder het pompen dat dit luchtbed zo lek als een mandje was?