Eerbetoon voor Bathily, de supermarktheld

Het Franse gevoel van nationale eenheid en trots op de samenbindende waarden van de Republiek, kreeg na de terreurdaden in Parijs gisteren een nieuwe impuls met de emotionele naturalisatieceremonie van de jonge Malinees Lassana Bathily. Maar enkele uren daarvoor had premier Manuel Valls in ongekend harde termen nog gewaarschuwd voor „territoriale, sociale, etnische apartheid”.

De 25-jarige islamitische werknemer van de kosjere supermarkt bij Porte de Vincennes werd een nationale held toen hij tijdens de gijzeling op vrijdag 9 januari klanten in een (uitgeschakelde) koelcel verstopte en de politie op de hoogte stelde van de situatie in de winkel. Als beloning kreeg hij, acht jaar nadat hij in Frankrijk arriveerde, gisteren de Franse nationaliteit, een medaille en een fotoboek over Frankrijk. Meer dan tweehonderdduizend Fransen hebben inmiddels ook een petitie ondertekend met het verzoek hem de onderscheiding van het Légion d’honneur te verlenen.

Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve prees de „moed, koelbloedigheid en het altruïsme” van Bathily „tijdens een moment van grote dreiging”. Hij was, tegenover de terrorist Amedy Coulibaly, die eveneens Malinese wortels heeft, „het symbool van een islam van vrede en tolerantie”, aldus de minister tijdens de ook door Valls bijgewoonde ceremonie.

Dat vond Bathily wat veel eer. „Mensen zien me als een held, maar ik ben geen held, ik ben Lassana, ik blijf mezelf”, zei hij bescheiden. „Mijn hart heeft gesproken en me doen handelen.” Dat heeft niets met „deze of gene religie” te maken, zei hij, verwijzend naar het verlies van zijn vriend en collega Yohan Cohen, die door Coulibaly werd gedood.

De man die een week eerder wegens zijn gebrekkige Frans nog werd ondertiteld, las vervolgens live op televisie een toespraak voor met het soort republikeinse krachttermen waar het Franse discours de laatste dagen bol van staat. Hij roemde Frankrijk als „land van de mensenrechten” en „opvangland” en besloot ontroerd met een „Leve de vrijheid, leve de vriendschap, de solidariteit. Vive la France!”.

Maar met het gebruik van de woorden „apartheid” en „getto” voor de Franse segregatie bevestigde premier Valls eerder op de dag dat de kloof tussen het traditionele Frankrijk en de banlieue onverminderd groot is en in de nasleep van de terreur evengoed aandacht verdient. „Wie herinnert zich nog de rellen in 2005?” vroeg hij retorisch. „Toch zijn de littekens nog altijd aanwezig.”