Een lucht vol drones

Het aantal bedrijven dat met drones werkt, groeit snel. Daniel Kist (22) en Wichert Kooloos (22) willen de grootste in Europa worden. Nu zijn ze in Zuid-Afrika om drones tegen neushoornstropers in te zetten.

Daniel Kist (rechts) en Wichert Kooloos willen Europa veroveren.Foto SkyFrames
Daniel Kist (rechts) en Wichert Kooloos willen Europa veroveren.Foto SkyFrames

Wat hebben windmolens, neushoorns en mijnen met elkaar gemeen? Vraag het student-ondernemers Daniel Kist (22) en Wichert Kooloos (22) uit Delft en het antwoord is: ze kunnen wel wat meer drones gebruiken. Zo’n onbemand vliegtuigje is een goedkope en veilige manier om toezicht te houden.

De studenten civiele techniek en industrieel ontwerpen aan de Technische Universiteit Delft richtten anderhalf jaar geleden hun dronebedrijf SkyFrames op.

Wat vinden ze zo interessant aan drones? Kooloos: „Ik vind het heel gaaf om te opereren op de rand van wat kan. Ik wil dingen doen waarvan anderen mensen zeggen: wauw, ik wist niet dat dit mogelijk was.”

Kist en Kooloos zijn ambitieus. „Ons bedrijf moet een van de grootste drone-inspectiebureaus worden van Europa.”

Ze willen hun drones voor uiteenlopende doelen gaan inzetten, maar richten zich vooral op inspectie.

De ondernemers kijken ook al over de grenzen van Europa. Op dit moment zijn ze in Zuid-Afrika. Samen met twee medestudenten en de Nederlandse stichting ShadowView werken ze drie maanden in het Krugerpark. Daar ontwikkelen ze een helikopterdrone die neushoornstropers die actief zijn in het wildpark, moet volgen.

We bellen met Kist en Kooloos terwijl ze door het Krugerpark lopen.

Hoe is SkyFrames begonnen?

Kooloos: „We filmden anderhalf jaar geleden de ontmoetingsweek voor nieuwe studenten in Delft. We besloten een drone te kopen, er een simpele camera onder te hangen en wat te proberen. Het mocht wettelijk eigenlijk niet, maar daar waren we ons nog niet van bewust.”

Hun dronefilmpjes werden een succes. Daarom besloten Kist en Kooloos SkyFrames op te richten, een bedrijf dat luchtfilmpjes maakt. Ze vonden een investeerder die een professionele drone van 30.000 euro voor ze kocht.

De opbrengsten van het filmen investeren ze in onderzoek naar andere manieren om hun drones in te zetten. Eén van de verst gevorderde projecten is het inspecteren van windturbines. Kooloos: „Nu abseilen monteurs nog langs het rotorblad naar beneden, dat brengt gevaren met zich mee. Met een drone vermijd je dat risico. Dat vinden veel bedrijven misschien wel het aantrekkelijkst.”

De windmolendrone is nog nergens officieel in gebruik, maar er zijn wel meerdere testen gedaan, onder andere met windmolenbouwers Lagerwey en Siemens.

Kist en Kooloos richten zich daarnaast op landmetingen. Een drone kan bijvoorbeeld een driedimensionale opname maken van een mijn. Zo kun je controleren hoeveel grondstoffen er sinds de vorige opname zijn gedolven.

Nu zijn ze met iets totaal anders bezig: drones inzetten voor de bescherming van de neushoorn. In het Krugerpark in Zuid-Afrika waren er al enkele vliegtuigdrones, vertelt Kooloos. „Maar die zijn moeilijk te besturen. En dan belandt zo’n ding binnen de kortste keren in de boom.”

De verbinding valt even weg. Als deze weer werkt, praat Kooloos harder en sneller. „We zitten nu midden in het Krugerpark en er loopt een enorme leguaan over het gras. Maar sorry, waar hadden we het ook alweer over?”

Over de drones die worden ingezet in het park waar je nu loopt.

„Oh ja. De helikopterdrone die wij hebben ontwikkeld kan automatisch een parkranger volgen. Waarom dat nodig is? De meeste patrouilles doen ze in hun eentje op een motor, of met zijn tweeën met een zaklamp door de jungle. De rangers willen dan niet ook nog een controller in hun handen hebben en naar boven moeten kijken naar die drone.” Onder de drone hangt een camera, de ranger kan op zijn tablet zien wat er in de omgeving gebeurt en of er gevaar dreigt. „De patrouilles zijn best link. De stroperij is een oorlog geworden. Er wordt eigenlijk meteen geschoten.”

Door wie, door stropers of rangers?

Kooloos: „Beide partijen. Stropers gaan niet eerst met rangers praten: ‘Sorry jongens, dat we deze neushoorn hebben neergeschoten’. Die schieten meteen op de rangers. Als reactie daarop schieten de rangers terug.”

De drone kan tot vijftig minuten vliegen op 80 à 90 meter hoogte. Je ziet het apparaat vanaf de grond niet, en het klinkt alsof er „heel erg in de verte een bij vliegt”, zegt Kooloos.

Normaal bestuur je een drone handmatig. Kooloos en Kist hebben daarvoor in Engeland een pilotenopleiding gevolgd. Maar voor de rangers gaan ze een gps-systeem gebruiken. „Je kunt op je tablet op een kaartje punten aanklikken en dan gaat hij gewoon zijn gang. Hij kan automatisch opstijgen en landen.”

Voor het zover is, moet de drone nog wel worden doorontwikkeld. Dit weekend hebben de mannen na drie maanden klussen de drone gedemonstreerd aan rangers in verschillende wildreservaten binnen het Krugerpark.

De eerste reacties zijn „heel enthousiast”, zegt Kooloos. Waarschijnlijk gaat de stichting ShadowView verder met hun systeem en zullen Kist en Kooloos bij de verdere ontwikkelingen betrokken blijven.

En als de rangers het systeem toch niet willen gebruiken?

Kooloos roept Kist erbij. „Daan, waar kunnen we ‘Follow me’ nog meer voor gebruiken?” Kist, uit de verte: „Voor skifilmpjes!”

Deze week vliegen Kist en Kooloos weer terug naar Nederland, waar ze komende maand van luchtvaartautoriteit IL&T een bedrijfsvergunning voor dronevluchten hopen te verkrijgen. Zonder die speciale vergunning moet je lang van tevoren toestemming vragen om een dronevlucht te maken. Sinds kort hebben ze een kantoor in Delft, en twee werknemers. Maar ze willen óók hun studie afmaken.

Kooloos: „Omdat we ook met natuurbehoud bezig zijn, zien we daar weer een nieuwe markt. En ik denk dat er nog zo veel andere opties zijn. Boorplatformen bijvoorbeeld.”

Zien jullie jezelf als studenten of ondernemers?

Kist: „Ik heb van anderhalf jaar SkyFrames meer geleerd dan in de rest van mijn leven. We gaan nu een aantal dagen in de week op ons kantoor werken. Maar toch zou ik niet kunnen kiezen. Ik zou zeggen fifty-fifty.”

Waar staan jullie over een jaar?

Kooloos: „Hopelijk hebben we dan een onderhoudscontract voor de inspectie van windturbines. Dat lijkt ons natuurlijk heel gaaf. Ook in het buitenland: Duitsland en Scandinavië hebben veel grotere markten wat betreft windmolens.”