De Togacolumn: Wat een advocaat betaamt

Vorige week werd opnieuw een telg uit de familie Moszkowicz uit het ambt gezet. Op 12 januari heeft de Raad van Discipline (het tuchtcollege voor advocaten) beslist dat David Moszkowicz niet langer werkzaam mag zijn als advocaat.

Wat was er aan de hand?

De klacht tegen Moszkowicz werd ingediend door een voormalig cliënt, de broer van iemand die in 2013 om het leven werd gebracht. In de strafzaak tegen de verdachte hebben de broer en zijn familie zich laten bijstaan door Moszkowicz. Maar Moszkowicz bleek in dezelfde zaak ook de raadsman te zijn van de verdachte. Vlak voor de strafzitting in januari 2014 heeft Moszkowicz zich vervolgens teruggetrokken als advocaat van de broer en zijn familie.

Om de belangen van een cliënt adequaat te kunnen behartigen moet een advocaat ten alle tijden tegenstrijdige belangen voorkomen. Dat betekent dat een advocaat niet twee partijen mag bijstaan wier belangen met elkaar conflicteren.

Het is evident dat het belang van de verdachte en de belangen van de nabestaanden van het slachtoffer tegenstrijdig zijn. De Raad van Discipline heeft Moszkowicz voorts verweten dat hij te lang heeft gewacht tot hij de broer en zijn familie over het conflicterende belang heeft geïnformeerd en zich heeft teruggetrokken als hun advocaat. Ook heeft Moszkowicz het voorschot en het dossier zonder overleg met zijn cliënten niet aan hen maar aan hun nieuwe advocaat overgedragen.

Dat is allemaal niet fraai en maakt een tuchtrechtelijke maatregel zonder meer noodzakelijk. Maar zijn deze vergrijpen ernstig genoeg om een advocaat uit het ambt te zetten?

Schrapping van het tableau is immers de zwaarste sanctie die de tuchtrechter kan opleggen. Elk jaar worden er in Nederland zo’n vierhonderd advocaten tuchtrechtelijk veroordeeld en de tuchtrechter komt slechts in een enkele zaak tot de conclusie dat de advocaat van het tableau moet worden geschrapt. In de meeste gevallen volstaat de tuchtrechter met minder zware maatregelen: waarschuwing, berisping of (al dan niet voorwaardelijke) schorsing voor maximaal één jaar.

Maar wie de beslissing van de Raad van Discipline in Den Bosch leest, begrijpt dat er in de zaak tegen Moszkowicz meer aan de hand is dan een eenmalig vergrijp. In het kader van de overwegingen welke maatregel gepast is, maakt de Raad duidelijk dat de klacht van de broer en zijn familie niet op zichzelf staat. Moszkowicz was namelijk in het verleden al “vele malen” tuchtrechtelijk veroordeeld waarbij aan hem herhaaldelijk voorwaardelijke en zelfs onvoorwaardelijke schorsingen werden opgelegd.

Bij de beoordeling van elke klacht is het tuchtrechtelijke verleden van de advocaat van groot belang. Een tuchtrechtelijke veroordeling moet er immers voor zorgen dat de advocaat zijn (of haar) leven betert en in de toekomst handelt zoals het een advocaat betaamt.

Gebeurt dat niet en gaat het telkens weer mis, zal de tuchtrechter op een gegeven moment concluderen dat de advocaat geen lering heeft getrokken uit zijn eerdere veroordelingen. In zo’n geval zal de tuchtrechter, zoals ook in de zaak tegen Moszkowicz, slechts een mogelijkheid zien: schrapping van het tableau.

Wat de toekomst van David Moszkowicz betreft is het laatste woord overigens nog niet gesproken: Moszkowicz is in beroep gegaan bij het Hof van Discipline. We moeten dus afwachten of de hoogste tuchtrechter de eerdere veroordelingen even zwaar laat wegen als de Raad.

Lees hier de uitspraak (ecli:nl:tadrshe2015:8) van de tuchtrechter

Britta Böhler is advocaat en hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en een rechter. Volgende week Miranda de Meijer, advocaat-generaal bij het ressortsparket in Den Haag.

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.