Briljant: deflatie bestrijden en ook Duitsland ontzien

Door Europa niet aansprakelijk te maken voor een grote geldinjectie ontkracht ECB-man Draghi de Duitse bezwaren, aldus Melvyn Krauss.

illustratie petar pismestrovic

Het schokkende negatieve inflatiecijfer in de eurozone van min 0,2 procent in december geeft president Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) geen andere keuze dan staatsschulden aan te kopen (de kwantitatieve verruiming of QE), het enige wapen waar de ECB nog over beschikt om deflatie tot staan te brengen.

Maar hoe kan Draghi zijn plicht krachtens het Verdrag van Maastricht zo vervullen dat de Duitse publieke opinie niet tegen de ECB en de euro in opstand komt? De Duitsers kunnen het hele programma torpederen. Het zou roekeloos zijn om de strijd tegen de deflatie op het spel te zetten door meer risicodeling te verlangen dan Duitsland op het ogenblik wil aanvaarden.

De oplossing van Draghi is om de Duitse belastingbetaler geen extra risico te laten lopen door de ECB-ingreep. De Duitsers willen niet de klos zijn als de aangekochte obligaties waardeloos zouden worden. De Nederlandse belastingbetaler denkt er net zo over. Het land waarvan de obligaties worden aangekocht draagt het risico als ze in waarde dalen en krijgt de winst als ze omhoog gaan. Er zou dan geen collectief of gedeeld risico op de aankopen bestaan.

QE zal geen eurobond via de achterdeur worden. Daar is Europa nog niet aan toe en het zou verkeerd zijn om die er door te drukken. Tegelijkertijd zou het onjuist zijn om dit niet-gedeelde risico als een hernieuwde nationalisering van het monetaire beleid op te vatten, omdat de ECB blijft beslissen wanneer en hoeveel er van welke staatsschuld zal worden opgekocht. De nationale centrale banken mogen zelf de obligaties aankopen, maar ze voeren alleen de opdrachten uit die door de ECB worden gegeven.

Een groot voordeel is dat een robuust en flexibel QE-programma mogelijk is, dat zonodig kan worden opgeschaald. Een ruim QE-programma is precies wat Europa nu nodig heeft. Hoofdeconoom Peter Praet van de ECB voorspelt dat de eurozone het grootste deel van 2015 een negatieve inflatie zal hebben. Als je dan toch het medicijn inneemt, kun je net zo goed een dosis innemen die groot genoeg is om de ziekte te genezen. Het ECB-bestuur moet morgen stemmen over een eerste stap van een geldinjectie van 900 miljard euro in porties van 50 miljard per maand gedurende anderhalf jaar.

Of dit alles tot een vóórstem van Bundesbank-chef Jens Weidmann zal leiden, is de grote vraag. Hij heeft zich met hand en tand tegen QE verzet. Maar als daad van moed heeft DNB-topman Klaas Knot in Der Spiegel te kennen gegeven dat hij de injectie zal steunen zolang het risico niet wordt gedeeld. Dat is een stap vooruit in de Europese strijd tegen deflatie omdat het QE-programma geloofwaardiger wordt voor de markt als de tegenstand in de Raad van Bestuur zich beperkt tot een paar fanaten. Dat Knot op de Nederlandse televisie is verweten dat hij ‘in het Duitse kamp’ zit, is dus volstrekte onzin.

Draghi’s plan is een briljante politieke manoeuvre om de strijd tegen deflatie niet te laten verstoren door bijzaken als risicodeling. Deflatie is een gif en de eurolanden zitten daar onbehaaglijk dicht tegenaan. We zouden verwachten dat de politieke leiders van Duitsland en Nederland het QE-plan van Draghi volmondig zouden steunen – zij willen tenslotte niet dat Europa een tweede Japan wordt, en een niet-gedeeld risico past geheel in hun straatje.

Maar ook al krijgen ze alles wat ze maar willen, de steun aan het QE-programma zal in Berlijn en Den Haag niet gauw hardop worden uitgesproken. De voormalige president van De Nederlandse Bank, Nout Welllink, keerde zich gisteren in De Telegraaf tegen het plan. Hij zegt dat de koopkracht daalt, als Draghi slaagt. Maar die daalt zeker als deflatie de lonen drukt.

Het zegt heel veel over het huidige politieke klimaat dat bekwame politieke leiders bang zijn om zich voor een programma uit te spreken dat belooft de dodelijke deflatie zonder impopulaire risicodeling tot staan te brengen.

De politieke problemen voor de euro zullen niet eindigen met het briljante QE-compromis van Mario Draghi.